Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1980 - pagina 233

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1980 - pagina 233

4 minuten leestijd

iZl magazine IJ Een legitimiteitskrisis dus, die zich ook uit in de sociale onrust, het zwarte circuit, de verkeersanarchie en de akties van krakers. Een paar populaire uitspraken van Van Thijn: ,,De politie krijgt de klappen voor het falende beleid, de te traag werkende beleidslijnen" en ,,We leven niet in een gecentraliseerde, maar in een mobiele eenheidsstaat". Het onderzoek van Van Putten heeft maar een beperkte betekenis vond van Thijn, want het leidt tot de verkeerde konklusies. Doorredenerend kwam hij tot de stelling dat de studie zich niet heeft beziggehouden met enige vorm van ,,majeure beleidsvorming" in de periode waaruit de onderzochte acht maatregelen/studie-onderwerpen stammen. En Ed kan het weten, want het gaat om de periode waarin het kabinet-Den Uyl aan de macht was en hij via het wekelijks overleg met de premier (en de andere fraktievoorzitter Andriessen) op de hoogte was van alle belangrijke beleidsbeslissingen die toen speelden. Geen van de acht onderwerpen, of misschien één keer vaag de wet-Selektieve Investeringsregeling, die door Van Putten aan een nader onderzoek zijn onderworpen, kwam in dat overleg aan de orde. En dus heeft Van Putten zich niet beziggehouden met het selektieprobleem van ,,waarom juist deze acht onderwerpen" en daarom ook niet met de faktor tijd die voor Van Thijn het belangrijkste is.

Hokjesgeest in het Haagse Niettemin vindt Van Thijn het rapport van de kommissie-VonhofF zeer beklemmend, omdat het een juist beeld geeft van de hokjesgeest en de competentiestrijd in het Haagse. Van Thijn vindt dat Van Putten terecht een lofzang houdt op de loyaliteit van de ambtenaren, maar stelt daar onmiddellijk tegenover dat een vernieuwingsgezind ambtenarenapparaat veel moeilijker te verwezenlijken is. Initiatieven voor beleidsverandering worden in de praktijk zelden door ambtenaren genomen, het netwerk van Haagse machten (Van Thijn sprak in dit verband over de ,,republiek van de veertien onverenigde departementen") is een enorm obstakel en niet zozeer de individuele ambtenaar. En, een individualisering van Haagse Machten, zoals Van Putten toepast in zijn onderzoek, leidt in de praktijk tot kollektieve Haagse Onmacht. De hoofdzaak is dat de vertragingsfaktor van het ambtelijk apparaat niet uit de verf komt. Er is ook geen studie verricht naar besluiten die in het geheel niet of te laat tot stand waren gekomen in dezelfde periode. Het rapport van Van Putten heeft zich beziggehouden met het wie wat waaien is aan één van de belangrijkste vragen: het wanneer niet toegekomen. Volgens van Thijn moet het overheidsbeleid drastisch veranderen en de vraag is voor hem vooral: waar halen we de bewindslieden vandaan die

zo sterk zijn dat ze de vaart er in zetten (de faktor tijd dus)? Volgens Van Thijn moet de ministerraad sterker worden. Aan het begin van een kabinetsperiode moet een beleidsplan op tafel komen met daarin alle voorstellen die in die periode te verwezenlijken zijn dwars door de netwerken van Haagse Machten heen. Maar ook hier is weer de faktor tijd aan de orde: de reusachtige invloed van het netwerk van adviesorganen is een van de meest vertragende faktoren, het systeem van verplichte adviezen maakt het onmogelijk aan enige tijdsplanning te voldoen en bovendien is dat vaak een politieke verontschuldiging voor gewenste vertraging. Daarnaast neemt het aantal belangengroeperingen dat buiten alle organen om zijn invloed doet gelden nog steeds toe. Het tempo van de beleidsvoering is struktureel te laag en Van Thijn wees hierbij op het voorbeeld van de VAD die de werknemers in '73 in het vooruitzicht werd gesteld en waarvoor zij indertijd bereid waren loonmatiging te accepteren. Nog steeks is de VAD niet verwezenlijkt.

Trias Politica Lang stond Van Thijn stil bij de door Van Putten voorgestane vergroting van de invloed van het parlement. Voorop dient gesteld te worden dat Van Thijn geen tegenstander is van monisme (de leer die, toegepast op de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's

VU Magazine 1980 - pagina 233

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's