Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1980 - pagina 460

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1980 - pagina 460

4 minuten leestijd

n^Hi

Vü MAGAZINE 32

Natura Artis Magistra? J.W. Noldus

Aus: M. S. Grafen M. Merians des Aeltern Seel. Tochter neues biumenbuch, Nurnberg 1680.

Iedereen die zich op de een of andere manier heeft beziggehouden met de planten die in de Bijbel genoemd worden, weet dat hij zich daarmee op gevaarlijk terrein begeeft. De tentoonstelling ,,Planten uit de Bijbel" die tot voor kort te zien was in het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit vroeg op verschillende plaatsen aandacht voor het probleem dat de plantennamen van de Bijbel veelal niet overeenkomen met de bij ons gebruikelijke. Een probleem overigens dat specifiek is voor onze tijd met zijn voorliefde voor wetenschappelijke nauwkeurigheid.

Daan Smit van de Hortus leidt enkele bezoekers rond. Foto: AVC

Onze voorouders zaten er niet zo mee. Als de Bijbel sprak over lelie of roos dan vatten zij dat letterlijk op. We kunnen dat heel goed waarnemen op oude afbeeldingen van bijbelverhalen, op tekeningen en schilderijen. Daar komt nog bij, dat als model voor een afbeelding meestal niet de soort werd genomen die in het Oostelijke Middellandsezeegebied voorkomt, maar een plant die inheems is in het land waar de schilder van het tafereel leefde. Om konkreet te zijn: de lelie der dalen waarvan Hooglied 2:1 spreekt, wordt weergegeven als het bij ons allen bekende Lelietje van dalen (Convallaria maialis), terwijl wij nu weten dat er met die naam een heel aantal planten bedoeld kan zijn (Cyclamen, Asphodelum, enz.).

Helaas kan hier niet al te diep worden ingegaan op de vraag wat de bronnen waren waaruit de Middeleeuwse kunstenaars hebben geput bij het tot stand komen van hun werk, maar één ding is duidelijk: het zijn naar alle waarschijnlijkheid niet in de eerste plaats boeken van natuurwetenschappelijke aard geweest. Nu waren dergelijke geschriften toch al niet al te talrijk, tenminste tot een heel eind in de Middeleeuwen. Voorzover ze bestonden (en voorzien waren van afbeeldingen) gingen natuurhistorische werken, veelal medisch van karakter, terug op Griekse geschriften. Details minder belangrijk Op de tentoonstelling was een facsimile-uitgave te zien van het zgn. Dios-

curides-handschrift. Dat is een handschrift uit de zesde eeuw, waarin vooral de medische eigenschappen van planten worden behandeld. De afbeeldingen zijn verrassend realistisch. Je zou dat kunnen verklaren uit het feit dat een arts de planten met behulp van zijn boek moest kunnen herkennen en dus het onderscheid tussen de bedoelde plant en sterk erop gelijkende moest kunnen bepalen. Daarom waren details belangrijk. Maar zoals gezegd, dit soort afbeeldingen blijkt in het algemeen geen deel te hebben uitgemaakt van de erfenis van de gewone schilder of tekenaar. Bovendien was de Middeleeuwer (want daar hebben we het nu over) meestal meer geïnteresseerd in een heel ander aspect van de plant: het symbolische. In vele geschriften uit die tijd, die als bron eerder in aanmerking komen en veelal religieus getint zijn, komen we verwijzingen tegen naar planten als vertegenwoordigers van een ,,diepere" werkelijkheid. Het is moeilijk in een zo kort bestek te schetsen hoe een dergelijke benaderingswijze zich heeft ontwikkeld. Begrijpelijk wordt het slechts tegen de achtergrond van de Middeleeuwse wereldvisie die de totale werkelijkheid als één grote openbaring van de Goddelijke scheppingswil verklaart. Alle onderdelen van de schepping spelen daarin hun eigen niet te onderschatten rol. Kort gezegd moeten we het zo begrijpen dat een plant het symbool wordt van bijvoorbeeld een morele kwaliteit op grond van uiterlijke kenmerken of funktionele eigenschappen. Om deze abstrakte opmerkingen wat toe te lichten: wit is de kleur van de reinheid, dus worden witte bloemen gebruikt als symbool van de zuivere levenswandel; een plant met bitter sap (als de alsem) moet de bitterheid van Christus' lijden uitbeelden. Het lijkt alsof we inmiddels een heel eind van de Bijbel verwijderd zijn. Toch is dat maar schijn, want ook de rol die planten in de Bijbelse samenhang spelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's

VU Magazine 1980 - pagina 460

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's