Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1980 - pagina 174

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1980 - pagina 174

4 minuten leestijd

vu magazine 40

Uit de hortus door Daan Smit

De gewone vijg De gewone vijg (ficus carica) En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at. Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; zij hechtten vijgebladeren aaneen en maakten zich schorten. Genenis: 3:6,7. We mogen gevoegelijk aannemen dat het verhaal van de hof van Eden op een legende berust. Hoewel het honderden of zelfs duizenden jaren, na de datering,, en waarschijnlijk niet in z'n huidige vorm, is neergeschreven, is het toch in het geheel niet onwaarschijnlijk dat wat betreft de toepassing van het vijgeblad inderdaad hier de vijg werd bedoeld. Dit gezien het feit dat deze uiterst nuttige boom indertijd door de Hebreeën algemeen werd gekweekt. Wat betreft de vrucht die Adam en Eva aten, staat nu wel vast dat die niet van de vijgeboom geplukt kan zijn. Aan welke vrucht wel gedacht kan worden, zal nog in een later te publiceren artikel uiteen gezet worden. In ieder geval is de vijgeboom een van de allereerste gewassen, die met naam en toenaam (in het geheel wel meer dan 50 keer) in de Bijbel wordt vermeld. Hij behoort naast de olijf ongetwijfeld tot de meeste belangrijke gewassen van die tijd. Ook nu nog speelt de vijg een zeer belangrijke rol in het dagelijks leven van mensen uit de landen rond de Middellandse Zee, waar deze als regel struikvormige, houtachtige plant soms

een tot ± 10 m hoge karakteristiek uitgroeiende boom wordt, die hetzij van nature en vaak verwilderd, hetzij rijkelijk voorkomt. Ficus carica zou van origine inheems zijn in Zuid-WestAzië. Reeds ten tijde van de oude Egyptenaren werd hij veelvuldig gekweekt in het bijzonder vanwege zijn waardevolle vruchten. Heden ten dage treft men op uitgebreide schaal in genoemde groeigebieden vijgeboomgaarden aan. Daarnaast zijn ze eveneens overvloedig in vele tuinen in het Midden-Oosten te vinden waar ze zowel als solitair als in groepjes worden aangeplant. Gewoonlijk draagt de boom daar minimaal twee keer per jaar vruchten. De eerste of wintervijgen worden gevormd op overjarig hout en rijpen in juni en worden over het algemeen vers ge-

geten; de tweede of zomervijgen verschijnen aan jonge takken en kunnen in augustus/september geoogst worden. Zij worden na goed te zijn gedroogd bewaard voor wintergebruik. Vijgen hebben ook een medicinale werking. In oosterse streken worden ze toegepast als remedie tegen builen en andere huiderupties

Ficus Carica Plaat 29 uit Physica Sacra (godgeleerde natuurkunde) van J. Scheuchrer ± 1730

op dezelfde manier waarop de profeet Jesaja de ziekte van Hizkia te lijf ging zoals omschreven in Koningen II 20:7. Ook stonden de vruchten van de vijgeboom bekend als een uitstekend laxeermiddel. Vroeger toen men nog niet beschikte over zelf fertile rassen moest men z'n toevlucht nemen tot een proces genaamd caprificatie, dit om verzekerd te zijn van volwaardige vruchten. Sommige vijgebomen dragen uitsluitend zgn. zaadvijgen, dus waarvan de vruchten uitsluitend vrouwelijke bloemen bevatten. Andere daarentegen bevatten naast vruchten met mannelijke bloemen, ook galbloempjes (zgn. capri-ficus). Deze oneetbare vruchten (caprivijgen) nu brengen een wespensoort voor behorend tot het geslacht Blastophaga. Deze wespjes dringen zich van de niet eetbare caprivijgen binnen in de vruchten van de eetbare soort. Hierdoor vindt kruisbestuiving plaats, waarna de vrucht kan uitgroeien. De zgn. caprificatie werd al zo'n 4000 jaar voor Christus toegepast. Er zijn gegevens bekend dat de Feniciërs en Egyptenaren in die tijd mannelijke vijgebomen tussen vrouwelijke exemplaren planten of takken met mannelijke vijgen in bomen met vrouwelijke vruchten hingen. Ondanks het feit dat deze methode nog steeds z'n toepassing vindt is dit vandaag de dag allemaal niet meer nodig. Er bestaan nu vele selecties welke uitstekende vijgen produceren zonder caprificatie, zij het dat de vele aanwezige zaden bij deze moderne rassen steriel zijn. De vrucht als zodanig is vlezig, peervormig en van binnen hol. Het beste kan men hem zich voorstellen als een schotelvormig orgaan, dat dichtgeklapt wordt door het middengedeelte omlaag te drukken en de randen zoveel mogelijk tegen elkaar aan te laten sluiten, zodat er slechts een kleine opening over blijft waardoor insecten de vele honderden tegen de vruchtwand liggende mannelijke of vrouwelijke bloemetjes kunnen bezoeken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's

VU Magazine 1980 - pagina 174

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's