VU Magazine 1980 - pagina 149
1 ^ magazine 15 ken van de volksvertegenwoordiging straffeloos naast zich neer konden leggen. Welbeschouwd waren de ministers van c.r.m. én hun ambtenaren bij de totstandkoming van het bedrijfsfonds voor de pers verreweg de meest invloedrijke actors. Ais invloedrijke factor kan ook hier de kabinetswisseling worden genoemd. Dat geldt zowel voor de wisseling in 1971 als die in 1973.
6. De Rijksbijdrageregeling plaatselijk vormings- en ontwikkelingswerk voor volwassenen. Het ontwerpen van een subsidieregeling is in gang gezet voornamelijk op aandrang van de bij het volwassenenwerk betrokken instellingen. Op de inhoud van de uiteindelijke regeling kan de meeste invloed worden toegekend aan de departementale werkgroep, tezamen met staatssecretaris Meijer (CRM). Daarop volgen naar ons oordeel de commissie vormingsen ontwikkelingswerk (de commissieRoelfsema) en ,,het veld"", waarmee vooral de belanghebbende organisaties worden bedoeld. Men zou wellicht kunnen zeggen dat de regeling vooral uit het samenspel (of het elkaar bestrijden) van deze vier (categorieën van) actors is ontstaan: de commissie vormings- en ontwikkelingswerk, de departementale werkgroep, de staatssecretaris en ,,het veld"". De overige actors, onder wie de volksvertegenwoordiging, hebben slechts heel weinig invloed uitgeoefend. Een factor van betekenis kan de kabinetswisseling in 1973 worden genoemd. De nieuw optredende bewindslieden stelden de ,,beraadsgroep knelpunten harmonisatie welzijnsbeleid en welzijnswetgeving"" in. De knelpuntennota die deze beraadsgroep voortbracht heeft, vooral door bemiddeling van enkele ambtelijke actors, de inhoud van de rijksbijdrageregeling in belangrijke mate bepaald.
7. Het besluit houdende nadere regels omtrent de uitvoering van de bloedproef c a . Het gaat bij deze maatregel om regelgeving die voortvloeide uit een reeds aanvaarde wet. De raadadviseur van de stafafdeling wetgeving publiekrecht van het ministerie van justitie en de directeur van het Gerechtelijk
Natuurwetenschappelijk Laboratorium van het ministerie van justitie zijn. voor wat betreft de inhoud en in sommige opzichten ook de totstandkoming van deze algemene maatregel van bestuur de meest invloedrijke actors geweest. De maatregel werd voorbereid door drie commissies en een stuurgroep, waarin beide genoemde actoren zowel formeel als materieel een invloedrijke positie innamen. Dat zij deze posities innamen was min of meer vanzelfsprekend. Het vloeide voort uit de rol die zij hadden vervuld bij de totstandkoming van de wet. en die (de directeur van) het laboratorium nog zou moeten vervullen bij de uitvoering van de wet. Behalve deze twee kunnen nog drie andere leden van het conglomeraat van voorbereidende instanties als tamelijk invloedrijk worden aangemerkt. De Coornhertliga heeft geen materiële invloed uitgeoefend. Wat de volksvertegenwoordiging, i.h.b. de Tweede Kamer, betreft is in twee gevallen invloed uitgeoefend op de totstandkoming (niet de inhoud) van een bepaling in de a.m.v.b. drie andere pogingen tot beïnvloeding vanuit de volksvertegenwoordiging pogingen van onderscheiden gewicht zijn vruchteloos gebleven.
8. De beschikking inzake de vervulling van de politietaak op de Luchthaven Schiphol. Ten aanzien van de controverse gemeentepolitie of rijkspolitie zijn de directeur-generaal, hoofd van de direc-
tie politie, van het ministerie van justitie, de commandant van de Dienst Luchtvaart van het Korps Rijkspolitie en de minister van justitie. Van Agt (KVP). het meest invloedrijk gebleken. Zij vonden de minister van binnenlandse zaken De Gaay Fortman (ARP) aan hun zijde. Deze kon op grond van zijn formele positie een standpunt innemen, dat afweek van dat van zijn ambtenaren. Deze ambtenaren hebben evenmin als de burgemeester van Haarlemmermeer en de Commissaris der Koningin in NoordHolland enige invloed op dit punt kunnen uitoefenen. Op het punt van het overlegorgaan hebben het hoofd van het stafbureau algemene beleidszaken van de directie politie van het ministerie van binnenlandse zaken, de directeur-generaal voor openbare orde en veiligheid van dat departement en de minister van binnenlandse zaken wel invloed kunnen uitoefenen. Op de inhoud van de regeling heeft de Tweede Kamer geen enkele invloed gehad. Mogelijkerwijs is onder invloed van de kaping van de Mississippi en de daarop gevolgde interpellatie van het Tweede-Kamerlid De Beer (VVD) de totstandkoming van de beschikking enigermate bespoedigd. Behalve deze kaping kan de kabinetswisseling van 1973 als factor van betekenis worden genoemd: zij bracht een minister van binnenlandse zaken in het Torentje, die ten aanzien van de vervulling van de politietaak andere opvattingen koesterde dan zijn ambtsvoorganger Geertsema (VVD).""
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
VU-Magazine | 514 Pagina's