VU Magazine 1980 - pagina 231
i ^ magazine 9 Führer aankwam begonnen alle kerkklokken van Groot-Berlijn te luiden''. Of een ander bericht uit het „Handelsblad" van dezelfde week. , ,Een Duitse krijgsraad behandelde op 8 juli 1940 in de raadszaal te Dordrecht een zaak tegen den 41-jarigen Salomon Leo Jacob van der Sluis, wonende te Dordrecht, Singel 144. Van der Sluis was bedrijfsleider van het warenhuis ,,Hema" aan de Voorstraat aldaar. Hij werd ervan beschuldigd de vrouwelijke bedienden van de zaak bij herhaling gewaarschuwd te hebben met Duitsche soldaten uit te gaan en hen zelfs verboden te hebben met hen te spreken. Deze beschuldiging werd in een zitting waartoe vertegenwoordigers van alle couranten uit Dordrecht toegang hadden door de onder ede afgelegde verklaringen der vrouwelijke getuigen als in vollen omvang juist vastgesteld. Van der Sluis, op 4 juU gearresteerd, werd door den krijgsraad wegens verachtelijk maken van de Duitse weermacht tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld.''
De belangen van Amsterdam Maar ook Nederlandse autoriteiten lieten zich in dezen niet altijd onbetuigd. Ik denk aan een waarschuwing van burgemeester De Vlugt van Amsterdam, al weer in dezelfde week. ,,Het is mij gebleken, dat niet ieder zich tegenover de Duitse bezetting correct en waardig gedraagt. Een dergelijke houding leidt ongetwijfeld tot zeer ernstige moeilijkheden. Men bedenke dat hiermede de belangen van de gehele Amsterdamsche bevolking gemoeid zijn".
Anti-duitse humor Maar niet alleen de illegale pers trachtte een tegenwicht te geven aan de Duitse of gecensureerde berichtgeving. Ook de vaak uit machteloze woede tegen Hitler en zijn trawanten geboren spot over de niet erg maritiem ingestelde overheersers die ,,nach England fahren wollten" hielpen het defaitisme bestrijden. Als een kostbaar document bewaar ik een in die tijd uiteraard illegaal verschenen bundel ,,Kenje die?", waaruit ik enkele m.i. tot de betere kategorie behorende anekdoten wil citeren. Het is echte volkshumor, soms leuk, soms grofen venijnig, maar altijd anti-Duits. Hoe primitief dikwijls ook. in veelzins sombere tijden werkten zowel het doorvertellen als het beluisteren altijd enigszins moedgevend.
Zoals bekend trouwde de leider van de N.S.B., Anton Mussert, met zijn tante. Tijdens een filmvertoning schreeuwt plotseling een vrouw de zaal in ,,Anton, hen je daar?" En ergens in de nok van het dak klinkt prompt het antwoord: ,.Ja tante". De zaal daverde zo van het lachen dat de lichten op moesten om het publiek enigszins tot bedaren te brengen. De illustratie op pag. 7 vertelt iets over de mentaliteit van de Amsterdamse straatjeugd, En om nog even bij de krant te blijven: Denk er om dat je voortaan geen kranten meer in de kachel gooit. Is dat dan verboden? Je loopt kans dat de kachel harst van de leugens. Het spreekt vanzelf dat de ex-schilder Adolf Hitler een dankbaar onderwerp is voor de moppentappers. Een Duits soldaat komt met de groet ,,Heil Hitler" een Amsterdams café binnen. Eén van de klanten beantwoordt de groet met ,,He il Rembrandt". ,,Wer ist denn das?" vraagt de soldaat. Antwoord: Dat was toch ook een schilder! Of dat andere verhaal, over Koningin Wilhelmina die tijdens de oorlog in een vliegtuig met Churchill over ons ontredderd vaderland vliegt en tot haar gast zegt: ,,Kijk maar niet naar de rommel, want ik heb de schilder over de-vloer." Bij sommige ouderen zijn misschien nog bekend de namen die men in vreemde talen aan Hitler geeft.
In het Chinees Hang-kreng-hang, in het Japannees Foetsie-moetie, in Abessinië Slamopzebassië, in Rusland Moldimof, in Polen Pikinski, in Turkije Kelim. in Engeland Chef-fielt, in Amerika Reuzenfielt, in het Portugees-Jiddisch Lopez-de-zee-in, in het Jiddisch Sally St erve. in het Iers OBraaiem, \x\heiM.2i\eisStront-jong, in het Arabisch Sla-'m 'n lijkie. in het Fries Jatstra, in het Italiaans Alles Jattie. in het Spaans Don Derop. Neen, het is niet allemaal even fijn en beschaafd. Maar men moet er begrip voor hebben dat in deze tijd van vernedering en machteloze woede velen deze en dergelijke verhalen als een oppepper ondervonden. En beter dan wat ook belicht een goede mop een bepaalde situatie. En daarom mogen we deze oorlogsmoppen nog weleens in herinnering brengen.
Ja Maar deze grapjasserij mag niet het einde van dit verhaal zijn. Als er weer een van je vrienden was gearresteerd bekroop je vaak de bange vraag: Nu hij, wanneer ik? Daarom moet ik eindigen met de vraag: was de vrijheid van ons land zoveel bloed en tranen waard? En na veertig jaar blijf ik deze vraag volmondig met ,ja"" beantwoorden .
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
VU-Magazine | 514 Pagina's