Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1980 - pagina 255

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1980 - pagina 255

4 minuten leestijd

]/n magazine 33

Christus in opstand door Sieds Prins

Jan Warmenhoven, vice-ambassadeur in Griekenland, heeft een lofwaardig initiatief genomen: Griekse en Nederlandse poëzie van na 1950 een avond lang met elkaar te konfronteren - Griekse en Nederlandse gedichten, eerst in het oorspronkelijk gelezen, daarna vertaald, afgewisseld met muziek van Nederlandse en Griekse komponisten. Sieds Prins, sds medewerker verbonden aan het bezinningscentrum van de VU, verder lid van de theatergroep Nijinsky sprak de Nederlandse gedichten en de vertaling van de Griekse in het Endopia-theater in Athene. Christus in opstand, Christus, één van de lichting van 1944, een sigaret achter het oor, een visserspet op, machine-olie onder de nagels. Een heel ander beeld dan die van de vriendelijke man die met zijn lange witte mantel door Galilea trekt. Theodorus Frangopoulos zegt het volgende over hem: CHRISTUS IN OPSTAND 's Avonds op het uur dat de ramen wakker worden en op de toppen van de huizen in de volkswijken de lichten van vem'achting verschijnen voor de vermoeide vader die zijn handen reinigt, van het zware werk en de sluwe streken van de dag, die de kamer betreedt met de slapende kinderen en de bevende glimlach van hun moeder, op dat uur, glijdend uit zijn gouden kerken, die hem gevangen hielden, daalt Christus neer. Een sigaret achter het oor. Een visserspet op. Nagels vol machine-olie. Glimlachend kijkt hij naar de huizen van deze armen hier, glimlachend. De wijken zijn dikwijls in opstand. Woedende moeders slaan op hun droge borsten. Jonge mannen steken sigaretten op of volgen het spel van hen die dammen - het wapen tussen hun twee voeten, op een hoek van de barricade. De wijken zijn niet mooi. De opstand is niet mooi. En als ze winnen worden ook zij antipathiek, zoals alle anderen.

Toch, de laatste nacht van hun verzet, als overal vuren worden aangestoken en de strijders zien dat hun einde hier ligt en op hen wacht, - hij de naderende aanval van de arm der wet, reeds aangekondigd door de megafoons en als ook de laatste blikken worden gewisseld, tegelijk met de schaarse kogels, en zij hun stellingen controleren, de gedecimeerde opstandelingen zonder morgen, dan glijdt iemand uit de schaduw, armelijk gekleed, gewapend met een lang geweer. Hij neemt zijn plaats in, tussen hen, zwijgend, en begint met hen te schieten op degenen die hem gekruisigd hebben. Hij, Jezus Christus, uit Jozef en Maria, timmerman, lichting 1944. In dit gedicht zien we verschillende elementen die ook in de poëzie van andere jonge Griekse dichters doorklinken: niet langer lyriek vol mooie beelden van de natuur (zoals Nobelprijswinnaar Elytis in zijn vroeger werk), nee, de generatie van na 1950 heeft andere ervaringen te verwerken een harde oorlog, daarna een burgeroorlog, ballingschap tijdens het kolonelsbewind, gastarbeider in den vreemde. Geen wonder dat hun gedichten spreken van bloed, wanhoop en ontmenselijking. Frangopoulos heeft eigenlijk nog een heel positief beeld van Christus, nl van een man die solidair is met de armen, de moeders met hun droge borsten, de jongens met wapens tussen hun voeten. Tussen hen neemt hij zijn plaats in, vecht met hen. Bij Manolis Anagnostakis valt Christus samen met de macht die bestreden moet worden. De kerk die zijn ideeën zou moeten verder dragen heeft zich gekorrumpeerd, zich in laten pakken door eerbewijzen. Maar meer nog spreek ik over de vissers Die hun netten achterlieten en in Zijn voetsporen gingen En toen Hij moe werd lieten zij niet af En toen Hij verheerlijkt werd wendden zij de ogen af En hun kameraden spuwden op hen en kruisigden hen En zij, kalm, kiezen de weg die geen einde heeft Zonder dat hun blik verduistert of breekt Rechtop en alleen in de huiveringwekkende van de menigte.

verlatenheid

Bij bovengenoemde dichters gaat het nog om een samen iets doen. Soms is echter het wantrouwen, de achterdocht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's

VU Magazine 1980 - pagina 255

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's