Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1980 - pagina 235

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1980 - pagina 235

4 minuten leestijd

1^ magazine 13

foto: AVC-VU

uurtjes in de Kamer. Daarna bracht Van Thijn zijn standpunt naar voren dat er eerst orde op zaken dient te worden gesteld binnen de overheid voor je uitvoerige kritiek mag uitoefenen op mensen die het partikulier initiatief en multinationale ondernemingen ondersteunen. Zijn prioriteit is het bestuurbaar maken van maatschappelijke veranderingsprocessen: „ledere politikus heeft de plicht een effektief beleid van de grond te tillen". Aan het begin van de rit moeten de koalitiepartners gedwongen worden tot een program van vier jaar, dan kan de minister-president, de eerstverantwoordelijke voor de uitvoering, hier in voorkomende gevallen op terugvallen. We moeten terug naar de kollektieve verantwoordelijkheid. En daarmee zijn de belangrijkste opmerkingen die die dag gemaakt werden wel zo ongeveer verwoord.

Van Thijns psychiater Tijdens de voltallige diskussie kreeg Van Putten nog de kans terug te komen op de kritiek van met name Van Thijn. Hij verweet Van Thijn de teloorgang van het kabinet-Den Uyl ten onrechte toe te schrijven aan de tijdsfaktor. Bovendien zou hij door de gang van zaken indertijd behoorlijk gefrustreerd zijn. Van Thijn riposteerde heel terecht dat hij dacht dat zijn psychiater aan het woord was, maar dat liij evengrote frustraties had overgehouden uit het al meer dan tien jaar pleiten voor een zelfstandige verkeersveiügheidsdienst. Hij kan kortom duizenden en nog eens duizenden konkrete onbestreden beleidsmaatregelen noemen, die desondanks niet tot stand gekomen zijn. En dus blijkt de

sen, in plaats van boven de partijen. 3. Er is een tendens waarneembaar op het terrein van het binnenlands bestuur naar decentralisatie. De WRR heeft in haar beschouwingen doodgewoon de plaats van de nationale overheid en het parlement minder centraal gesteld. Tenslotte mocht Van Putten nog een pleidooi houden voor zijn deelparlementen. In kritiek op de WRR-man Snelle stelde hij dat hij een tegenstander is van de onderhandelingsdemokratie. Het zal dan gaan tussen belangengroepen en overheid die samen overleggen, maar volgens Van Putten zijn dit twee ongelijkwaardige grootheden, de overheid is iets meer dan zomaar een belangengroep. Bovendien, wat is de legitimiteit van de uitkomst van het onfaktor tijd toch uiteindelijk heel derhandelingsproces? Niemand bepaalt dat. belangrijk. Op verzoek van Van Putten gaf dhr. In de parlementaire demokratie geldt Snelle, die meewerkte aan het rapport tenminste één uiteindelijk kriterium ,,De komende 25 jaar", nog aan waar- voor de legitimiteit, de verkiezingen. om de Wetenschappelijke Raad voor Daarom hecht hij zoveel belang aan het Regeringsbeleid (WRR) geen aan- het parlement, en hij geeft toe dat dit dacht had besteed aan de ontwikkeling een normatief uitgangspunt is. Alleen van het parlement de toekomstige het parlement is nu overbelast en zou kwart-eeuw. je dus het parlement op kunnen splitHij hanteerde drie aan Van Putten te- sen in sectoren, waarbij dan de mensen zelf de keuze hebben welk sectorgengestelde uitgangspunten: /. Het parlement heeft niet zoals Van parlement ze belangrijk vinden. Hij Putten beweert het monopolie van de noemde als voorbeeld: een deelparlesluiswachter van het systeem, er zijn ment-ruimtelijke ordening. Stel dat b.v. veel sluiswachters buiten het je dan in Nederland een groepering als de Duitse ,,Grünen" zou hebben, dan parlement. 2. De WRR verwacht een toeneming verheugde zo'n deelparlement zich in van de participatie van de burgers de een behoorlijke belangstelhng. Toekomende vijfentwintig jaar. Het ge- gegeven, het pleidooi was weliswaar vecht, de onderhandelingen om de naïef maar warm. Bij de hoofdelijke macht zullen dan gaan tussen allen en stemming telde ik op de paar honderd allen. Eenparticipatiedemokratie. De kongresgangers vijf voorstemmers, en overheid zal dan scheidsrechten tus- daarmee zijn de beleidsvoorstellen van Van Putten teruggewezen.

Parlementaire kontrole en demokratie in de verzorgingsstaat De tweede dag was in het beheer van de staatsrechtjuristen. Een ietwat matte stemming overheerste. Niettemin konden er nog wel wat roosjes geplukt worden. Prof. mr. J. H. Prins (hoogleraar staatsrecht aan de VU) kraakte de veelgehoorde opvatting dat het parlement de baas is van het kabinet. Na de moeilijkheden in de jaren 1866-1868,

waarin het kabinet twee keer het parlement ontbond en de ministeriële verantwoordelijkheid nader werd ingevuld, kwam het accent zelfs nog sterker bij het kabinet te liggen. Ook de invloed die leiders in het kabinet op hun frakties in de kamer uitoefenen is, vaak weliswaar onzichtbaar, ontegenzeggelijk groot. Daar komt nog bij, aldus prof. Prins, dat een parlementaire

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's

VU Magazine 1980 - pagina 235

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's