VU Magazine 1980 - pagina 108
Vn magazine 18 rifudin anderzijds bij het begin van de Japanse bezetting minstens overleg, wellicht zelfs een soort afspraak is gemaakt over de taktiek tijdens de bezetting", schrijft Jone Bos. „Het lijkt inderdaad waarschijnlijk dat de vier mannen, die het over hun uiteindelijke doel: politieke onafhankelijkheid, volstrekt eens waren, over de wegen daartoe overlegd hebben. Gegeven de principieeldemocratische instelling van Sjarifudin en Sjahrir was hun keuze verklaarbaar: Soekarno die zijn academische studie niet in Nederland, maar in' Nederlands-Indië gedaan had, kende de democratie zelf niet. Zijn denkbeelden waren vager en bij greep de „bovengrondse" kans van samenwerking met de Japanners. Hatta's keuze voor boven-„grondse" activiteit is moeilijker te begrijpen: hij had zich al in Nederland als een oprecht democraat doen kennen", aldus Jone Bos. Aan deze notitie zou nog kunnen worden toegevoegd dat de Indonesische nationalisten uiteraard ook maar moesten afwachten wie de oorlog zou winnen. Een Japanse zege zou Soekarno en Hatta in een andere rol hebben gedrongen als ze hun doel wilden bereiken.
strijd", een pamflet van nog geen 20 pagina's, dat al in november in Nederland wordt uitgegeven en in het Engels vertaald. Het was een scherpe tekening van de gevaren, die de jonge Republiek bedreigden: slappe leidersfiguren die met de Nederlanders en/of de Japanners gecollaboreerd hadden en zelfs als fascisten dienden te worden beschouwd, een jeugd die in wetteloosheid, moord en roof en vreemdelingenhaat dreigde te ontaarden. De nationale revolutie dreigde in nationalisme dood te lopen, maar mocht pas geslaagd heten als zij ook een sociale revolutie omvatte. Daarom moest de revolutie geleid worden door revolutionaire, democratische groeperingen, door een goed getrainde, ideologisch goed onderbouwde partij. Feodalisme, militairisme, kapitalisme en imperialisme moesten verdwijnen. Het leger moet een instrument van de staat zijn en die niet overheersen. De grondwet moest een zuiver democratische worden. Na het schrijven van dit pamflet richt Sjahrir op 13 november in Tjirebon de Partai Rakjas Socialis op. Eerder, op 1 november had Sjarifudin in Djokja de Partai Socialis Indonesia opgericht.
Het eerste kabinet
De Pesindo
Zijn verzetsrol belette Sjarifudin niet om na de proclamatie meteen (als minister van Voorlichting) toe te treden tot het eerste (presidentiële) kabinet van Soekarno. Op 31 augustus 1945, twee dagen nadat er een voorlopig Indonesisch parlement was benoemd, het KNIP, waarin ook Sjahrir zitting nam. Op de foto van dit kabinet staat Sjarifudin op de eerste rij, tweede van links in korte broek. Slechts anderhalve maand heeft dit eerste kabinet van de Republiek Indonesia bestaan. Het was in feite de sociaal-democraat Sjahrir, die het vanuit het KNIP ten val bracht. In september 1945 maakte Sjahrir een rondreis over Java. In de weken na de proclamatie kwam hij zeer onder de indruk van de sociale onrust, gezags-onduidelijkheid en — onzekerheid die overal heerste. In Bandung ontmoette hij weer Jacques De Kadt en bij die gelegenheid moet hij gesproken hebben van een „Indonesisch gekkenhuis". Sjahrir was, aldus De Kadt, niet van plan zich in het KNIP te vertonen, maar De Kadt adviseert hem dringend dat wel te doen en zich integendeel flink te roeren in het (benoemde) parlement van de pas geproclameerde Republiek. Oktober 1945 schrijft Sjahrir zijn brochure „0/ize
Sjahrir en Sjarifudin fuseren hun partijen op 16 december 1945 tot de Partai Socialis, de PSI. Wat de oorzaak was van het eerder gescheiden optrekken is niet duidelijk. In de leidende groep kunnen vijf clusters worden onderscheiden, waarvan er twee duidelijk met Sjarifudin zijn verbonden (een groep mannen, die in Oost-Java illegaal werk hadden gedaan tegen de Japanners en een uit Djokja afkomstige groep, waarmee Sjarifudin in november '45 de PARSI opgericht had. Verbonden aan Sjahrir is een groep, stammend uit de vooroorlogse Pendidikan Nasional Indonesië, vooral in Cheribon en een groep jongeren uit de studenten-internaten in Batavia. Bij hen voegt zich na de bezetting een klein aantal uit Holland teruggekeerde intellectuelen, een groep die sterke communistische invloeden vertoont. Als het in 1948 tot een scheurJng komt in de PSI splitst de partij zich vrijwel volgens de oorspronkelijke clusters. Sjahrir wordt voorzitter van de partij en Sjarifudin vice-voorzitter. De twee lijken een soortgelijke rolverdeling te hebben als Soekarno en Hatta in de PNI, de burgerlijk-nationalistische beweging. Sjarifudin, charmante persoonlijkheid met een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
VU-Magazine | 514 Pagina's