VU Magazine 1980 - pagina 480
Vü MAGAZINE 8
De Troonrede toen en nu door J.A. van Bennekom
Er is nogal wat kommentaar geleverd op de eerste Troonrede die op 16 september jl. door Koningin Beatrix is uitgesproken, maar, zoals algemeen bekend, door het kabinet-Van Agt opgesteld. Kommentaar van allerlei aard. Ik ga hier en nu niet in op de zuiver politiek getinte kritieken maar konstateer slechts dat in afwijking van de gewoonte de Regering ons weinig inzicht heeft gegeven in haar konkrete plannen. Een en ander heeft mij aanleiding gegeven mij nog eens te verdiepen in de geschiedenis van de Troonredes zoals die sinds 1814, met een enkele uitzondering, altijd door het Staatshoofd zijn uitgesproken. In die laatste, dus vrij zeldzame, gevallen spreekt men van een ,,Openingsrede". Merkwaardig is dat in de Grondwet het woord ..Troonrede" niet voorkomt. Wel wordt gesproken van de opening ener zitting van de StatenGeneraal in verenigde vergadering der beide kamers op de derde dinsdag van september. In de Troonrede zit een belangrijk stuk symboliek van een van de voornaamste pijlers van ons Nederlands staatsbestel: het gemeen overleg tussen Koning en Staten-Generaal. Maar er zit een hemelsbreed verschil tussen de eerste op 2 mei 1814 door de Souvereine Vorst Willem I uitgesproken Troonrede en de meest recente, die van Koningin Beatrix. Dat verschil betreft misschien nog meer de wijze van totstandkoming dan de inhoud. Om met het eerste te beginnen: aan de Troonrede van 1814 kwamen de ministers nauwelijks te pas. Geheel overeenkomstig het autoritaire karakter en het persoonlijk regime van de Souvereine Vorst droeg de eerste rede sterk zijn persoonlijk stempel. ..Met ongeduld heb ik het ogenbUk tegemoet gezien waarop ik een gedeelte van het gezag dat gebiedende omstandigheden mij genoopt hadden te aanvaarden op eene geregelde wijze zou kunnen overlaten aan de vertegenwoordigers der geheele natie". Dat ,,ongeduld" moet wel met een korreltje zout worden opgevat als men weet dat dezelfde vorst bij een eerdere gelegenheid zich liet ontvallen, dat hij de Grondwet beschouwde als ,,een stuk
speelgoed in de handen van het volk om dit de waan van vrijheid te geven'". Dat persoonlijk stempel ontbreekt aan de huidige Troonrede ten enenmale; de rol van de Koningin bepaalt zich nu tot het voorlezen van een door de ministers opgesteld verhaal en het blijft het geheim van Drakensteijn in hoeverre Koningin Beatrix nog enige inspraak heeft gehad op de redaktie van het stuk. Wel blijkt duidelijk uit de historie dat vorige vorsten en vorstinnen ook na het totstandkomen van de ministeriële verantwoordelijkheid en als pendant daarvan de koninklijke onschendbaarheid wel degelijk amenderingen op de hen voorgelegde tekst hebben voorgesteld en zagen gerealiseerd. Dr. E. van Raalte, kenner van onze parlementaire geschiedenis bij uitstek, vertelt daarvan in zijn inleiding bij het in 1964 verschenen werk over de troonredes van 1814 tot 1963 interessante bijzonderheden en ik kom daarop nog nader terug.
Kontinuïteit Wat de inhoud van de door Van Raalte besproken 150 Troonredes betreft is er wel een groot stuk kontinuïteit. Steeds geeft de Regering een overzicht van haar plannen voor het komende jaar en de te verwachten wetsontwerpen. Naar mijn inzicht is de laatst gehouden Troonrede wel erg rrtager uitgevallen; zonder in een opsomming te vervallen had premier Van Agt wel een tipje mo-
gen oplichten over het beleid dat gevoerd staat te worden. Of was er van dit beleid weinig of niets te zeggen? Men vergeve mij deze wat ondeugende opmerking. Van het glibberig terrein van de praktische politiek keer ik haastig terug naar de historie. Die is op zichzelf interessant genoeg, ook wat de voorbereiding van de Troonrede betreft. Tot en met 1818 bestond deze voorbereiding hieruit, dat de hoofden van de departementen vergaderden onder leiding van de Koning. Deze deelde mee wat hij van plan was te zeggen en de overige aanwezigen mochten bescheidenlijk hun opmerkingen naar voren brengen; het staatshoofd besliste of hij met deze wensen al of niet rekening zou houden. Maar vanaf 1819 droegen de hoofden van departemen-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
VU-Magazine | 514 Pagina's