Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1980 - pagina 239

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1980 - pagina 239

4 minuten leestijd

\^ magame 17 der predikers ongeschikt om de sacramenten te bedienen. Natuurlijk waren spanningen met de aangevallen clerus het gevolg. De predikers hadden daarentegen de steun van de leken, van hoog tot laag. Hun populariteit berustte, behalve op hun meeslepende welsprekendheid, op het in de ogen van de menigte kardinale feit dat bij hen het leven in overeenstemming was met de leer. Hun doodarme levenswijze en morele integriteit verschaften hun overal gezag.

Collecte als bruidsschat En niet alleen preekten zij. Ook bekommerden zij zich om practische problemen in de samenleving. Zo hadden zij aandacht voor de lijders aan een toen in West-Europa nieuwe ziekte, de lepra; voor deze ,,melaatsen" bouwde Robert behuizingen. Het lot van hoeren trokken zij zich aan; Vitalis zocht voor deze vrouwen echtgenoten, en gaf haar als, de voor een huwelijk onmisbare, bruidsschat de opbrengst van een collecte mee. Vrouwen als zodanig, toen weinig geacht, hadden in hun apostolaat een grote plaats. Gevangenen probeerden zij vrij te krijgen, zwervers onder dak te brengen, behoeftigen te voeden en te kleden. Tenslotte: onvermoeibaar streefden zij ernaar vrede en eendracht te bewerkstelligen, op allerlei niveaus: tussen vorsten, prelaten, kloosters, ridders.

Wat dreef deze heremieten tot het stichten van vrede, vraagt men zich af. Hier begaven zij zich bij uitstek, zo schijnt het, op een terrein dat het hunne niet was. Hun vredespogingen kwamen echter voort uit dezelfde bron als hun armoede, hun prediking en hun inspanningen voor zwakken en behoeftigen. In dit alles wilden zij de geboden die Jezus aan zijn leerlingen had gegeven naar de letter naleven. Dus gingen zij, vrijwillig arm geworden, stad en land rond om het heil te verkondigen, zwakken en zieken te helpen, en vrede te brengen. Dat waren in hun ogen geen geheel verschillende zaken. Vrede werd door de predikers, naar joodse en evangelische traditie, niet louter begrepen als individuele, innerlijke zielsvrede. Vrede was ook de toestand van orde en gerechtigheid in de samenleving.

Gerechtigheid gaat vóór de vrede ,,Als de gerechtigheid niet vooropgaat, volgt de vrede niet", schreef Robert waarschuwend in een brief aan een gravin. Ais gehoor werd gegeven aan de heilsboodschap, zouden nieuwe geestelijke waarden de verhoudingen tussen de bekeerden stempelen. De ereplaats zou toekomen aan hen die om Gods wil de wereld hadden verlaten, als ,,huisgenoten des geloofs". De armen en nederigen voor

Een plaatje uit 1250: VVolfram, een tijdgenoot van Sint Franciscus, predikt verdraagzaamheid tussen geestelijke en wereldlijke macbten (uit: The Twelfth Century Renaissaince, door Christopher Brooke)

wie Robert, Vitalis en Bernard zich zozeer inspanden, viel niet langer verwaarlozing ten deel. En de machtigen en de rijken zouden hun arrogantie afleggen en zich schikken in de nieuwe orde van gerechtigheid. Over allen zou de vrede Gods heersen die de predikers niet alleen verkondigden, maar ook concreet gestalte trachtten te geven: zalig de vredestichters. Dat onder hun tijdgenoten, leden van Gods kerk, oorlogen en twisten aan de orde van de dag waren, leek hun een schandaal, waarachter zij slechts de hand van Satan konden vermoeden. Elk herstel van vrede was een overwinning op hem behaald.

Huiver voor de heremiet En er viel heel wat vrede te herstellen in hun dagen. De elite van de toenmalige samenleving was verbijsterend twistziek, geestelijken evenzeer als leken. Onenigheden laaiden snel op, en zochten hun uitweg in wapengeweld of in schier eindeloze processen. Gevraagd en ongevraagd namen de heremieten een bemiddelaarsrol op zich waar zij maar konden. En twistende partijen lieten de heremieten begaan als dezen op eigen initiatief tussenbeide kwamen, of deden zelf op hen een beroep. Waarom? Zonder twijfel verwachtte men heil van het bemiddelend optreden van een charismatische persoonlijkheid, een man Gods, over wie een mysterieus waas lag van een leven van versterving in de gevreesde wouden. De huiver die zijn onalledaagse verschijning teweeg bracht en de macht van zijn welsprekendheid konden voldoende zijn om een atmosfeer te creëren waarin twistende partijen ontroerd duurzaam bedoelde eden van eendracht zwoeren. Bovendien: de samenleving was gewend aan vredespogingen die uitgingen van mannen der kerk en omgeven waren met emotie en sacraliteit. De vredesconcilies die, in de traditie van de godsvredebeweging, onder leiding van de geestelijkheid vredesbepalingen uitvaardigen, gingen gewoonlijk met sociaal-religieuze opwinding in de publieke opinie gepaard. Processies van heiligen-relieken vonden plaats, op de relieken werd trouw aan de conciliebepalingen gezworen. Nog in 1096 moest in Normandië door alle mannen vanaf twaalf jaar deze eed bij de heiligen worden afgelegd. Vredesstreven was hier nauw verbonden met het sacrale: God Zelf en Zijn heiligen wensten de vrede. Toen in november 1095 de paus te Clermont zowel de kruis-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's

VU Magazine 1980 - pagina 239

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's