Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1980 - pagina 64

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1980 - pagina 64

1 minuut leestijd

\/ü magazine 18 vingers getikt door liet tweede van de tien Geboden: dat we de Naam niet ijdel, d. w.z. in ons eigen belang zouden gebruil<en.

Calvijn

Opdracht: Bovenstaande drie teksten hebben alle te nnaken met de positie van de Vrije Universiteit. De schrijvers hebben iets tegen de VU. Probeer naast elkaar te zetten, waaraan ze hun argumenten ontlenen. De stichting van de VU heeft te maken met de schoolstrijd uit de vorige en het begin van deze eeuw: ouders wilden voor hun kinderen scholen, die uitgingen van de levensbeschouwing, die ze zelf aanhingen en zo ontstonden er rooms-katholieke en protestantse scholen. Maar de stichting heeft ook te maken met kerkelijke verwikkelingen in de vorige eeuw. Deze hebben grote invloed gehad op de verdere ontwikkeling In de derde plaats speelt de maatschappelijke ontwikkeling een rol: een emancipatieproces van groepen in de samenleving, die eerst niet meetelden, maar die zich langzamerhand organiseerden: arbeiders, vrouwen, rooms-katholieken en kleine luyden. Voor dit onderwerp zijn deze kleine luyden het belangrijkst. Deze drie factoren zijn natuurlijk met elkaar verweven: centraal staat hierin de betekenis en de invloed van geloofsopvattingen. Het zal moeilijk zijn, daarvan iets duidelijk te maken. Vóór de geschiedenis van de VU ter sprake komt zal getracht worden enig zicht te geven op bewegingen binnen de kerk en ten aanzien van geloofsovertuiging gen.

Enkele achtergronden Uit de leesstukken blijkt, dat sommigen het bestaan en vooral het voortbestaan van de VU minder vanzelfsprekend vinden. De kritiek richt zich minder sterk tegen het verleden: Piet Grijs acht het b.v. mogelijk, dat de stichting van bijzondere universiteiten voor Brabanders en Spakenburgers zin had. Deze groepen zijn min of meer willekeurig gekozen en er bestaat alleen een zekere waarschijnlijkheid, dat dit zo is. De geschiedenis van dergelijke groepen en hun mening over universitair onderwijs staat niet in de schoolboeken. Deze hebben zich lang beperkt tot het vertellen van feiten, die betrekking hebben op grote veranderingen in de geschiedenis, zoals oorlogen en revoluties. Daarin kregen de leidende figuren, de grote mannen, de meeste aandacht. Gelukkig komt daarin de laatste tijd enige verandering. In de jaren dertig kwam in Frankrijk in de wetenschap van de geschiedenis een richting op, die zich ten doel stelde de geschiedenis van de mentaliteit te schrijven. Het woord mentalité heeft een bredere betekenis dan die, waarin het woord mentaliteit bij ons gangbaar is: Het duidt aan de

wereld van het denken en beleven en de mentaliteitsgeschiedenis wil de leef-wereld van ook de gewone mensen in de geschiedenis beschrijven na die uit allerlei ogenschijnlijk onbelangrijke gegevens te hebben gereconstrueerd. Een van de figuren uit deze richting is Febvre, die ook de psychologische achtergronden van de mensen bij de bestudering wilde betrekken: we hebben, zegt hij, geen geschiedenis van de liefde, van de wreedheid en van de dood. Dat geldt ook voor het geloof. Zo schreef hij in 1942 een boek over Rabelais en het probleem van het ongeloof. Hij wilde bewijzen, dat atheïsme in de zestiende eeuw onbestaanbaar was. Het is duidelijk, dat het moeilijk is om over de mentaliteit van de mensen van vroeger gegevens te verzamelen: de stof hiervoor ligt onder en tussen de feiten en kan alleen met grote moeite worden bijeengebracht. Voor de negentiende eeuw gaat dat al iets gemakkelijker, omdat er toen al veel meer werd geschreven. Het gevaar is dan echter des te groter, dat overeenkomstige zaken uit deze en de vorige eeuw worden vereenzelvigd. Zo is het nog de vraag, of Abraham Kuyper, de stichter van de VU in de opzet van de Evangelische Hogeschool zijn eigen doelstellingen zou herkennen. Het gaat er hier om, enig zicht te krijgen op een paar begrippen uit de wereld van geloof en kerk en de verhouding van kerk en staat in de negentiende eeuw. Deze gegevens zijn nodig voor de geschiedenis van de Vrije Universiteit. Tot 1816 heette de als enige toegelaten protestantse kerk in Nederland de Gereformeerde kerk: in dat jaar werd de naam gewijzigd in Nederlands Hervormde Kerk. In de naam Gereformeerde Kerk is de invloed van Calvijn merkbaar: Eglise refor-

lÉiM

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's

VU Magazine 1980 - pagina 64

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's