VU Magazine 1980 - pagina 237
Wl magame 15
Vrijwillig armen als vredestichters Drs. C. J. J. van Moolenbroek ,,Kerk en Vrede in oudheid en middeleeuwen". Zo heet een bundel studies bijeengebracht door historici van de Vrije Universiteit ter gelegenheid van het Eeuwfeest. Het boek (van ± 225 pagina's) wordt op 16 mei door Uitgeverij Kok te Kampen aangeboden aan het College van Dekanen. Het boek kost f27,50. In de bijdragen wordt getracht duidelijk te maken dat door alle tijden heen steeds weer in de kerk het besef herleefde zich voor vrede te moeten inzetten. Daarnaast komen maatschappelijke ontwikkelingen ter sprake waarmee dit streven in wisselwerking stond. De inhoud valt uiteen in twee delen: oudheid en middeleeuwen. Het eerste deel, geschreven door dr. L. de Blois en Drs. G. J. Kramer, stelt de vredesopvattingen in de oude kerk aan de orde, hoe deze teruggaan op griekse, latijnse en bijbelse wortels en hoe de christenen in de praktijk hebben gedacht en gehandeld inzake oorlog en vrede. In het tweede deel, dat handelt over de Middeleeuwen, staan bijdragen van Dr. J. Davidse, Dr. C. G. van Leeuwen, Drs. N. Lettinck, Drs. J. J. van Moolenbroek en Prof. dr. A. H. Bredero. Deze bijdragen staan meer dan die in het eerste deel op zichzelf en hebben betrekking op afzonderlijke periodes uit de middeleeuwen. Centraal thema is en blijft de vredesopvattingen binnen de kerk. VU-magazine publiceert alvast een (verkort) hoofdstuk uit deze bundel, over de heremieten, vrijwillig armen en 'strijders voor gerechtigheid en vrede, geschreven door Drs. J. J. van Moolenbroek, wetenschappelijk medewerker geschiedenis aan de VU.
Altijd zijn er christenen geweest die, geïnspireerd door het leven en de woorden van Jezus, een leven van vrijwillige armoede als hun roeping hebben beschouwd. Naar hun overtuiging kon slechts het prijsgeven van alle bezit de gelovige die naar volmaaktheid streeft, in de ruimte stellen van een volkomen op God gericht bestaan. Daarbij deed een leven van armoede hen treden in het voetspoor van Jezus; men wilde, in woorden van de kerkvader Hiëronymus, naakt de naakte Christus volgen - aan het kruis, zo werd daaraan in later tijd wel toegevoegd. Zo'n leven van mede-lijden met Christus bracht, tenslotte, solidariteit tot stand met de massa van niet-vrijwillige armen: ook in hun lijden deelden nu hun vrijwillige lotgenoten, de armen van Christus. Tot deze armen van Christus wilden in de middeleeuwen al degenen worden gerekend die de talloze kloosters bevolkten. Zij hadden zich immers arm gemaakt om Christus' wil, vrijwillig naar het altijd heette. Echter, sedert het einde van de elfde eeuw waren lang niet alle gelovigen meer geneigd de kloosterlingen als de armen van Christus bij uitstek te beschouwen. Die christenen waren gegrepen door een reveil van evangelische waarden dat was ontstaan in het spoor van de grote kerkhervorming van de elfde eeuw. Zij wilden ernst gemaakt zien met een zeer concrete naleving van de geboden van Jezus; absolute vrijwillige armoede was in hun ogen een eerste vereiste. Nu waren monniken en monialen weliswaar individueel arm, maar hun gemeenschappen hadden bezittingen, soms heel veel. De sympathie van vurige christenen begon uit te gaan naar die religieuzen die zonder compromissen aan het armoede-ideaal gestalte gaven en, anders dan de kloosterlingen, contacten met de bevolking niet uit de weg gingen.
Baardige mannen in haveloze kledij Ongeveer in dezelfde tijd beleefde de oude levenswijze der heremieten een nieuwe bloei. Heremieten, dat wil zeggen religieuzen die alleen of in
groepjes in wildernissen huisden, waren het toonbeeld van volstrekte, vrijwillige armoede. Zij leefden slechts van hun handenarbeid en van gaven der gelovigen, en betrachtten in voedsel, slapen en kledij onthouding op zeer rigoureuze wijze. Volstrekt van de samenleving geïsoleerd waren zij zelden of nooit. Dikwijls werden zij in hun kluis door leken bezocht. En ook gingen zij, baardige mannen in haveloze kleding, zelf de wegen op, ter bedevaart, op kruistocht, naar kerkelijke concilies. Toen tegen het einde van de elfde eeuw de samenleving een grotere gevoeligheid dan tevoren aan de dag legde voor de waarde van de absolute vrijwillige armoede, konden heremieten, als zij dat wilden, grote invloed uitoefenen op de publieke opinie. Sommigen gebruikten hun prestige om, bij hun kluis of op een rondreis, tot clerus en volk te prediken, vrede te stichten, en, met de opbrengst van collectes, werken van barmhartigheid te verrichten. En ook als zij, door de toeloop van aanhangers daartoe genoodzaakt, na verloop van tijd nieuwe, streng-ascetische kloosters stichtten, gaven zij voor zichzelf hun prediktochten en hun sociale bemoeienissen niet op.
Drie idealen De idealen van dit type heremieten strenge vrijwillige armoede, predi-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
VU-Magazine | 514 Pagina's