Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1980 - pagina 298

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1980 - pagina 298

3 minuten leestijd

i ^ magame 32 opkomen, maar z.onder dat zich partijen vormen; dat, hoe hooger de ontwikkeling gaat, zich scholen en groepen in 't volk zelf heginnen te vertoonen; en dat, gelukt het een volk zich staatkundig tot hooger standpunt op te heffen, de staatspartijen zich vanzelf aandienen."

Kuyper voelt hier niet voor, de feiten weerspreken deze indeling. Hijzelf komt tot de volgende conclusie. ,,Allen heginnen met den bestaanden toestand te aanvaarden en evenzoo oordelen allen saam, dat het bestaande zich voorts te ontwikkelen heeft, alleen maar, men verschilt in waardering van het bestaande en in tempo Partijen dienen zich vanz.elf'dSiï\, dat is van het verder zich ontwikkelen. De het eerste dat Kuyper heeft te zeggen; een vindt, wat is, niet goed en wil het begint niet met een opzettelijke, daarom doldriftig verbeteren; de anantithetische organisatie. Bij die hoge- der is in zijn oordeel over het bestaanre ontwikkeling, die tot het ontstaan de gematigder en wil niet meer dan van partijen leidt, denkt Kuyper aan met bedaarden stap vooruit; terwijl de het moment dat de ,, volksgenoten zel- derde wel toegeeft dat er hier en daar ve meer stem in het kapittel krijgen" . steeën zijn, die om verbetering roeDan ontstaan er groepen met,,gelijke pen, maar toch in hoofdzaak voor het sympathiën en antipathiën". Hoeveel bestaande als historisch gewijd en variatie acht Kuyper mogelijk op dit gewettigd opkomt". terrein van de politieke partijen? Hij Deze driedeling zal zich volgens Kuybespreekt een aantal mogelijkheden per altijd aandienen als de schepping van partijindeling. Er is b.v. de poging zich ontplooit, en zo hoort het dus partij vorming te verklaren vanuit ook. Overal vind je conservatieven, leeftijdsverschil:,,studenten radicaal, liberalen en radicalen. Het verschil jonge mannen liberaal, oudere con- tussen deze drie partijen is slechts servatief, grijsaards absolutistisch''. gradueel, niet principieel-antithetisch.

Ais het alleen aan Abraham Kuyper had gelegen waren er in Nederland geen ARP, CHU en KVP ontstaan, maar drie andere chri.stelijke partijen, een conservatieve, een liberale en een radicale. Aldus vond VU-theoloog W. Speelman uit toen hij ter gelegenheid van 't lOO-jarig bestaan van de VU Kuyper nog eens ging lezen. Verscheidene VU-theoiogen hebben dat gedaan voor een bundel opstellen, die in september zal verschijnen bij Kok in Kampen, onder de titel: ,,In rapport met de tijd". In zijn voorwoord beveelt prof, H. M. Kuitert aan Kuyper zelf nog eens uit de boekenkast te halen, ,,De grootste verrassing i.s misschien wel dat Kuyper zo vaak andere dingen gezegd blijkt te hebben dan hem in de schoenen wordt geschoven. Blijkbaar praat men elkaar teveel na, en is het langzamerhand tijd v(K)r zelf Kuyper lezen, willen we het tenminste over de echte Kuyper hebben". Als voorproefje op de publicatie van de theologen treft u op deze pagina's hel opstel van W. Speelman aan dat tol titel kreeg ,,Chri.steliJk-conservatief, christelijk-liberaal en christelijk-radicaal. Abraham Kuyper over christelijke p<jlitiek". Aan de schrijvers van de diverse bijdragen werd gevraagd; ,,laat elke auteur zich verdiepen in de vraag hoe het vroeger aan onze faculteit toeging, op zijn vakgebied (of een onderdeel daarvan) en iaat hij ons eens vertellen wat we daarmee vandaag(nog)kunnen beginnen". Niet elke schrijver kon zich precies aan deze formule houden, maar bij elkaar zijn de bijdragen een boeiend boek geworden.

En blijkt over het verleden van de VU nog heel wat ,,nieuws'' te kunnen worden gemeld. Prof, Veenhof verdiepte zich in Herman Bavincks visie op de verhouding tussen het Oude en Nieuwe Testament. Archivalia over Bavinck verzamelde ook prof. Augustijn. Hij vertelt een boeiend verhaal over een nogal pijnlijk verlopen (en door een zonsverduistering afgebroken) bezoek aan Bavinck aan de vergadering van moderne theologen in 1912, Bavinck hield een trauma over aan deze bijeenkomst. In zijn nalatenschap werden heel wat on-

De antithese komt pas in het vizier als we letten op het grondbeginsel van de politiek. Daar is geen sprake van graad verschil, daar staat het ene beginsel lijnrecht tegenover het andere. Christenen gaan volgens Kuyper uit van het grondbeginsel, dat God de bron is van alle gezag, ook van het gezag op staatkundig terrein. Tegenover hen staan de verdedigers van de volkssouvereiniteit, die het gezag afleiden ,,uit 's menschen wil en inzicht". Deze volstrekte antithese in uitgangspunt moet ook tot uiting komen in de partijformatie, samen dus met de verschillen in graad die we net zagen. Dat levert het volgende beeld op: ,,twee lioofdpartijen, die de ééne voor den goddelijken, en de andere voor den menschelijken oorsprong van het gezag optreden, en die beiden de drie onderpartijen van conservatieven, liberalen en radicalen hadden aan te wijzen". Christelijk-radicalen, christelijk-liberalen en christelijkconservatieven naast gewone conser-

die niet bevestigen wat ,,men" al dacht. Prof. H. M. Kuitert schrijft over de vrijheid van de theologie. Voor Kuyper stond het, volgens hem, vast dat het in het christelijk geloof om openbaar weten van God gaat en dat er daarom aan de universiteit een wetenschap als theologie behoorde te zijn, die, net als elke andere tak van wetenschap, haar werk zonder enige pressie van met name de kerk moest kunnen verrichten. Kuitert valt Kuyper bij: God hoort ook aan de Universiteit thuis en theologie moet met haar weten van

'In rapport met de tijd' Bloeiende bundel opstellen t@r p^rse van VU-theologen voltooide pogingen ontdekt om de Modernen van repliek te dienen. Een stukje weinig bekende geschiedenis diepte C, Houtman op. Indertijd (tussen 1917 en 1919) is de oud-testamenticus prof, C. van Gelderen maar ternauwernood ontsnapt aan een ,,Geelkerkenkwestie" naar aanleiding van wat hij op z'n VU-colleges over Genesis zei. Een benauwend verhaal, niet geschikt om theologen aan te sporen zich onbevangen te uiten. Want al is dan de brandstapel in onbruik geraakt, de dreiging van verlies van baan en sociale omgeving is voor 'n wetenschapper ook geen aanmoediging om voor de dag te komen met verhalen,

God aan de eis van openbaarheid voldoen of niet aan de universiteit verblijven. Uit de inhoud sommen we nog op: J. Firet: De apostoliciteit van de kerk ,,structuur-principe en proces ". S. J. Noorda: De wondere wereld van Abraham Kuyper, D. C. Mulder: Van eienctiek naar godsdienstwetenschap, C. H. W. van den Berg: Kerk en Wereld in de theologie en wereldbeschouwing van Abraham Kuyper. Een historischsystematische analyse, H. M. Vroom. Vast en zeker - over zekerheid en onzekerheid in het geloof.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's

VU Magazine 1980 - pagina 298

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's