VU Magazine 1980 - pagina 182
Mü magame 4
Mensenrechten in de Sovjet-Unie, Helsinki Slotakte en de Olympische Spelen in Moskou ,,Het Sovjet-volk, onze Partij en regering beschouwen de Olympische Spelen als een voorname factor voor internationale ontspanning, vriendschap en begrip onderde naties. Er kan aan herinnerd worden dat de Helsinki Slotacte het belang van de bevordering van internationale sportwedstrijden benadrukt". Toen Ignaty Novikov, voorzitter van het Comité dat de Olympische spelen 1980 organiseert, drie jaar geleden deze woorden in het Sovjet-weekblad New Times liet afdrukken, vond tezelfdertijd in Belgrado de eerste vervolgbijeenkomst van de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) plaats. De 35 deelnemende landen uit Europa en Noord-Amerika waren daar bijeengekomen om gezamenlijk na te gaan wat er terecht gekomen was van de goede intenties die ze hadden vastgelegd in de in augustus 1975 plechtig ondertekende Helsinki Slotacte. Tevens was er gelegenheid nieuwe voorstellen ter bevordering van de verdere ontspanning in te dienen. Hoewel er aan dergelijke voorstellen zeker geen gebrek was, bleef het Slotdocument van de Belgradobijeenkomst maar zeer beperkt. De critiek van de niet-socialistische landen op de Sovjet-interpretatie van het in de Slotacte opgenomen mensenrechtenprincipe, alsmede de minimalistisch geachte interpretatie van de goede voornemens ten aanzien van een vrijer verkeer van mensen en informatie lieten de conferentie geen ander resultaat toe. Velen - in Europa wellicht meer dan in Amerika - dienden hun hooggespannen verwachtingen van augustus 1975 tot bescheidener proporties terug te brengen. Toch wilden meer optimistisch inge stelden ook na Belgrado nog niet al hun illusies volledig prijsgeven. Immers, de Sovjet-leider Leonid Brezjnev was niet meer de jeugd zelve: zou hij de geschiedenis in willen gaan als de vader van het op de laatste twee partijcongressen bevestigde ,,Vredesprogramma" dat meer zou
door dr. R. Th. Jurrjens gaan inhouden dan slechts een beperkte toenadering tussen de staten, maar ook een brede ontspanning tussen de volkeren van Oost en West zelf, dan was een aantrekkelijk scenario als afscheid denkbaar, waarin hij een „socialisme met een menselijk gezicht" gestalte zou kunnen geven. Dit zou hij kunnen doen door bijvoorbeeld om te beginnen alle politieke dissidenten uit de gevangenissen en psychiatrische inrichtingen vrij te laten als eerste tegemoetkoming aan de te Belgrado geuite bezwaren met betrekking tot het Sovjet-optreden op het gebied van de mensenrechten. Brezjnev zou dan in de zomer van 1980 op de Olympische Spelen te Moskou het gevierde middelpunt kunnen zijn, in de herfst van dat jaar zou hij te midden van grote diplomatieke successen op de tweede CVSE vervolgconferentie afscheid van zijn buitenlandse collecga's kunnen nemen om tenslotte op
het 26ste Partijcongres zijn politieke functies neer te kunnen leggen. Zijn plaats in de geschiedenis als vredebouwer zou verzekerd zijn geweest; als architect van een succesvul CVSEproces zou hem terecht de Nobelprijs voor de Vrede kunnen worden toegekend. Helaas, het begin van 1980 laat een ander beeld zien. Door haar militaire ingrijpen in Afghanistan zag de Sovjet-Unie zich geconfronteerd met niet alleen een veroordeling door 104 leden van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, maar ook met een zich verenigend blok van wantrouwende Islamitische staten. Alle altruïstische pretenties van vredeswil en broederhulp ten spijt heeft de Sovjet-Unie kans gezien zich nu volledig te omsluiten met een ring van wantrouwende volkeren rond haar grondgebied. Bovendien zag de Sovjet-Unie zich geconfronteerd met een hevig verontwaardigde wereldopinie vanwege de verbanning uit Moskou van Andrei Sacharov - lid van de Academie van Wetenschappen - de centrale figuur in de dissidentenbeweging. Immers, deze drager van de Nobelprijs voor de Vrede gold voor velen als een internationaal symbool van tolerantie en intellectuele emancipatie te midden van een overigens verstard en intolerant politiek systeem. Ook al mogen Sacharovs opvattingen over Sovjet-optreden in Afghanistan en buitenlandse deelneming aan Olympische Spelen een directe aanleiding zijn geweest voor zijn verbanning, de verbanning als zodanig paste wonderwel in de reeds geruimere tijd aan de gang zijnde campagne tegen dissidenten ter voorbereiding van de Olympische Spelen. In de Sovjet-visie kunnen dan deze Spelen officieel aangemerkt worden als een normale factor voor internationale ontspanning, vriendschap en begrip onder de volkeren, zij dienen wel plaats te vinden in een Moskou zonder Sacharov. Het Sovjet-optreden heeft allerwegen de vraag doen rijzen of een dergelijk Moskou wel de meest geschikte plaats is voor een gebeuren als de Olympische Spelen. In dit artikel zal een poging worden gedaan de ontwikkeling ten aanzien van de mensenrechten in de SovjetUnie te verklaren, waarbij vervolgens deze mensenrechten in de Sovjetcontext beschouwd zullen worden in samenhang met zowel de Helsinki Slotacte als de Olympische Spelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
VU-Magazine | 514 Pagina's