VU Magazine 1980 - pagina 104
nl magazine 14 Waarom heeft het democratisch-socialisme in Indonesië nooit weerklank gevonden bij brede massa's? Wat maakte dat de PKI (Partai K o m m u nis Indonesia) bij de verkiezingen van 1955 een stemmenpercentage behaalde van 16,4% (meer dan zes miljoen Indonesiërs van de toen ruim 34 miljoen stemden PKI!) en dat de PSI toen praktisch werd weggevaagd? De democratisch-socialisten die gehoopt hadden op 20% van de stemmen, verwierven slechts 2%. Op deze vragen tracht Jone Bos (zelf sociaal-democraat) aan het eind van zijn scriptie enkele antwoorden te geven. De verkiezingen van 1955 maakte hij indertijd zelf in Djakarta mee als manager van een Nederlandse handelsonderneming en die gebeurtenis heeft diepe indruk op hem gemaakt. „Het waren de enige echte vrije verlaiezingen die Indonesië ooit gekend fieeft", zegt hij, een oordeel dat men o.a. ook beluisteren kan bij M o h a m m e d Roem (wiens Islamitische partij, de Masjumi toen 20,9% van de stemmen verwierf). De worsteling in die tijd welke richting de jonge staat zou gaan, ontsnapte in 1955 aan de aandacht van de meeste Nederlanders. Nog in geen jaren was verwerkt het verlies in 1950 van de belangrijkste kolonie. De betrekkingen verslechterden snel. (Nieuw Guinea, affaire Jungschlaeger). Voor wat er intern in de Republiek Indonesia speelde, was weinig oog. Tussen 1960 en 1963 werden zelfs alle betrekkingen verbroken. Jone Bos maakte de jaren 1951 tot 1956 in Indonesië mee, vrij van de gevoelens van wrevel, die de stemming in Nederland in de jaren na de souvereiniteitsoverdracht kenmerkten. Dat er een eind was gekomen aan Nederlands koloniaal bestuur deed hem integendeel goed. Verontwaardigd over de tweede ,,politionele" actie in dec. 1948 had hij als zestienjarige bedankt voor de Nieuwe Koers (na 1950 werd hij weer lid van de PvdA). Slechts een minderheid in Nederland stond niet achter het kabinet Drees. in de 2e Kamer waren alleen de communisten tegen. Het milieu waaruit hij v o o r t k w a m , verklaart de opstelling van Jone Bos tegenover de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Hij beschrijft het als een oer-hervormd, heel eenvoudig burgermansmilieu in de contreien van Alkmaar. Het was wel een „poiitie/< nest". Zijn vader was vroeger AR (bezocht in zijn jeugd nog deputatenvergaderingen waar Kuyper optrad) maar in de crisisjaren '30 (Colijn) brak deze met de ARP o m toe te treden tot de anti-militaristische Christen Democratische Unie (Buskes, Schurer, van Randwijk enz.), een partij die in 1946 opgenomen werd in de toen gevormde P.v.d.A. Voor met name de C.D.U.-ers (veel ex-anti-revolutionairen) was het een diepe teleurstelling dat de Nederlandse socialisten zich lieten meesleuren in wat zij niet anders konden zien dan als het voeren van een koloniale oorlog. Buskes fulmineerde op preekstoel tegen de „brandende dessa's van Spoor" en Van Randwijk verspeelde er tenslotte zijn hoofdredacteurschap van Vrij Nederland mee.
In het v o o r w o o r d van zijn scriptie verklaart Jone Bos de keuze van zijn onderwerp als volgt: 1. „een in mijn middelbare schooljaren - de jaren tevens van de Indonesische revolutie- door de heftige discussies met mijn AR-schoolvriendèn geboren belangstelling voor Indonesië; 2. een in mijn bedrijfsleven- en zendingsjaren in Indonesië (1951-1956 en 1958-1962) blijvend geworden interesse voor leven en streven van de Republiek; 3. de in de doctoraalfase geboden mogelijkheid enkele jaren deel te nemen aan het projekt „Imperialisme-Indonesië" plus de door mijn werk in de afgelopen jaren een aantal malen herhaalde kennismaking met land en volk". ,,Voor de huidige jeugd is het onvoorstelbaar hoe je in die tijd als HBS-er in de weer was met Ned. Indië", zegt Jone Bos. Zelf had hij op de ,,neutraie" HBS in Alkmaar in die jaren veel contact met ,,vier geheide gereformeerde j o n g e n s " , allen AR die een ongeschokt geloof hadden in de partij-lijnSchouten. ,,Ze zijn allemaal mooi in 't lijntje gebleven", constateert Jone Bos ook bij z'n vroegere AR-vrienden. ,,Een is nu CDA-senator en een ander is voorzitter van een plaatselijke CDA afdeling". Hijzelf kwam na z'n HBS-tijd eerst als jongste bediende terecht op 'n bijkantoor van de Amsterdamse Bank-Alkmaar. Daarna werd hij voor uitzending naar Indonesië aangenomen door een grote Nederlandse handelsfirma. Daartoe liet men hem eerst Indonesisch leren en juist dat stelde hem in staat het politieke en kerkelijke leven in Indonesië van meetaf intens mee te beleven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
VU-Magazine | 514 Pagina's