Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1980 - pagina 489

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1980 - pagina 489

4 minuten leestijd

VüimOAZINE 17 Althans in onze omgeving Het tekort aan huizen was groot vlak na de oorlog. Zo rekent de reeds genoemde Van Beusekom ons op 10 augustus 1945 in „De Ingenieur" voor dat rond 165.000 woningen door oorlogshandelingen, afbraak en verwoesting verloren zijn gegaan. Was er geen oorlog geweest en had het bouwprogramma normaal doorgang gevonden (zo werd er van augustus '44 tot augustus '45 vrijwel niets gebouwd) dan waren er 190.000 woningen bijgekomen in plaats van 60.000. Het totale tekort ligt ongeveer op 350.000 woningen, 17 procent van de voorraad. In een adres van 14 augustus 1945 richten de dagelijkse besturen van o.a. de Nationale Woningraad zich tot de Raad van Ministers. „ Wij ondervinden allen aan den lijve, of althans in onze naaste omgeving, de massale ellende van de voortgezette bew/oning van slechte woningen, van de gedwongen opeenpakking van meer gezinnen in één woning, van het voortdurend gerekte verblijf in ruimten, die niet geschikt zijn voor menschelijke bewoning. Het is een dringende eisch dat aan deze toestanden, die een ramp zijn voor het Nederlandsche Volk, zoo spoedig mogelijk een einde komt". Niet doorde bouwvan noodwoningen maar door de aanbouw van woningen van normale levensduur en goede kwaliteit. „De woning zal blijkens haar indeeling en inrichting de passende behuizing moeten zijn voor het gezinsleven. Zij zal door haar inrichting eenheid en samenhang van het gezin moeten ondersteunen en naar buiten dopn blijken. Zij zal gelegenheid moeten bieden tot ontplooiing van de zelfstandige persoonlijkheid van hen, die deel uitmaken van het gezin; het individu moet zich kunnen afzonderen (ruimten voor studie en rust). De woning zal verder het contact met de maat-

12 okt. 1965 T w e e A m s t e r d a m s e gezinnen die ergens in w o o n d e n w e r d e n op straat gezet. M e t hun meubilair installeerden zij zich voor het stadhuis. , Foto: ANP

schappij moeten bevorderen, in het bizonder door de wijze van inrichting van de verbindende elementgen (gangen en trappen, tuinen en binnenterreinen e.d.j. Zij zal het dagelijksch contact met groen en bloemen moeten mogelijk maken. Zij zal de gelegenheid moeten openen tot lichamelijke en geestelijke activiteit - liefhebberijen, knutselen - van de bewoners, en hen en vooral de huisvrouwen andererzijds moeten vrij maken van geestdoodend, minderwaardig en overbodig sleurwerk. En tenslotte is het een onafscheidelijk bestanddeel van de menschwaardige woning, dat zij getuigt van den eigen aard der bewoners, binnen het kader van den typisch-Nederlandschen woningbouw en dat zij in schoonheid uitdrukking geeft aan de waarden, waaraan zij haar ontstaan dankt"

Botsingen In 1947 wordt een volkstelling gehouden. Bijna 165.000 mensen blijken niet in een normale woning te huizen maar verdeeld over ruim 36.000 hotels, noodwoningen, zomerhuizen, kantoren, schuren en zolders. In deze toestand verschijnt dan de Woonruimtewet 1947. Hermien H.M.terHorst, woninginspektricevan de gemeente Hilversum, vertelt in 1948 in ,,De woningbouwvereniging" iets van de ellende van de woningnood en haar gevolgen: het vorderen van woonruimte en gedwongen inkwartiering: „ U allen die dit leest, weet wat ik bedoel en ons Nederlandse volk, ook nog zo individueel ingesteld, zal heel wat geestelijke weerstand moeten opbrengen om niet al te beschadigd uit deze strijd te komen".

Snelle groei Pas tussen 1947 en 1948 komt het bouwprogramma goed op gang. Het aantal voltooide woningen was in 1945 389, een jaar later 1593 om via 1947 (9243) naar 36.391 te stijgen in 1948. Daarna blijft het aantal gestaag maar minder spektakulair groeien. Toch werden zelfs in 1952 nog noodwoningen gebouwd. In enkele gemeenten gebeurde dat klandestien, zelfs op vrij grote schaal. In een gemeente op de Veluwe werden de ontwerpen zelfs door Gemeentewerken vervaardigd onder de benaming „schuren in baksteen", zo meldt het Jaarverslag van de Centrale Directie Wederopbouw en Volkshuisvesting. Is er ook leegstand in die jaren? Jazeker, maar vee! kwam dat niet voor. Het gold in de jaren van de vele „inwoningen" als een onzedelijk verschijnsel. Uitkomsten van tellingen wijzen uit dat er in 1953 in Amsterdam een leegstand is van 110 voor bewoning in aanmerking komende woningen. Bij de tellingen in 1951 en 1952 waren dat er 130 en 87. Ter vergelijking, in het Amsterdam van 1980 staan er volgens een gemeentelijke woordvoerder zo'n 11.500 huizen leeg, voornamelijk in diezelfde, nauwelijks veranderde binnenstad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's

VU Magazine 1980 - pagina 489

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's