VU Magazine 1980 - pagina 66
m nmgawte 20 Afscheiding
Abraham Kuyper
intussen was het verzet tegen de situatie in de Nederlands Hervormde kerk van een andere zijde toegenomen. In 1834 verliet in Ulrum (Gr.) een aantal gezinnen onder leiding van dominee Hendrik de Cock de Hervormde kerk. Zij stichtten een eigen gemeente, nadat ernstige conflicten waren gerezen met het provinciaal bestuur van de kerk. Uit de eerste notulen blijkt een grote afkeer van de Nederlands Hervormde kerk en tegelijk het duidelijk besef, dat men met de k e u z e - a f s c h e i d i n g aan een Goddelijke opdracht voldeed.
Hij studeerde theologie in Leiden en werd predikant in Beesd, in de Betuwe. Tijdens zijn predikantschap daar heeft hij langzamerhand ingezien dat het Calvinisme, waarover hij tijdens zijn studie veel kennis had verzameld, meer was dan een godsdienstige stroming uit vorige eeuwen. Bij de eenvoudige boerenbevolking ontdekte hij, dat de geloofsovertuiging, die steunde op het Calvinisme leefde onder zijn gemeenteleden en functioneerde in het doen en laten van elke dag. Er heeft in Beesd onder invloed van deze gelovigen een ommekeer in het leven van Kuyper plaatsgevonden: in godsdienstige taal heet zo'n ommekeer bekering. Toen hij na enkele jaren (1867) als predikant naar Utrecht vertrok, hoorde hij tot die andere groep in de Nederlands Hervormde kerk, tot de orthodoxe, en het lag niet in zijn aard o m hierover te zwijgen; hij voelde zich verwant met de kleine luyden en zag in hen de kern van de ware kerk. Hij wist hun wensen en opvattingen onder woorden te brengen en te kanaliseren.
„Dinsdagavondden Mden October, hebben wij, na biddend en knielend opzien tot den Heere, ons afgescheiden van de valsche l<erl< en in de mogendheden des Heeren het ampt aller geloovigen aangenomen, hetwelk Hij, de Heere de Almagtige, de Eenige en Drieëenige God bevestige! Met psalmgezang en dankzegging is de plegtigheid besloten. " in verschillende plaatsen ontstonden daarna afgescheiden gemeenten. Gemakkelijk kregen deze Afgescheidenen het niet, want het Wetboek van Strafrecht, dat bijeenkomsten van meer dan t w i n tig personen verbood, w e r d konsekwent toegepast: er werden boetes opgelegd en soms werden soldaten ingekwartierd bij gezinnen, die zich bij een afgescheiden gemeente hadden aangesloten: „Te Oenkerk zijn vijfentwintig soldaten bij vijf huisgezinnen, waarvan de hoofden leden der gescheidene gemeente zijn, ingekwartierd. In één der huizen, waarin slechts ééne woonkamer, die door man, vrouw en vijf kinderen wordt bewoond zijn niettegenstaande de bedlegerigheid der vrouw, acht soldaten gehuisvest." De nieuwgestichte kerk tooide zich met de naam Christelijke Gereformeerde kerk en daarmee werd aangegeven, dat men wilde terugkeren tot het gereformeerde geloof van vorige eeuwen. Nu de band met de officiële kerk was verbroken ging men eigen organisaties instellen: er werden synodes gehouden en voor de opleiding van eigen predikanten werd gezorgd. In 1854 werden de verschillende opleidingen verenigd in één theologische school te Kampen. De leden behoorden voor het overgrote deel tot de kleine luyden en het was van het grootste belang, dat de onderlinge communicatie op gang kwam. Dat daarbij het onderwijs van groot belang w e r d geacht, ligt voor de hand: men wilde scholen, waar godsdienstonderwijs naar de gereformeerde beginselen werd gegeven.
Organisatie In de jaren zeventig van de vorige eeuw kwamen de verenigingen tot stand, die de kleine luyden in beweging brachten: een vereniging voor Christelijk onderwijs, de Anti-Revolutionaire partij en Patrimonium, de voorloper van het C.N.V. Kuyper stond in deze verbanden centraal. Hij zorgde voor informatie: in 1870 verscheen De Heraut, een blad voor kerkelijke zaken en in 1872 De Standaard, waarin politieke en maatschappelijke problemen werden besproken. Kranten werden betaalbaar, nadat in 1869 het dagbladzegel. Abraham Kuijper, een van de grondleggers van de VU
Hier komen dus een paar lijnen samen: die van kerkelijke verwikkelingen én die van het onderwijs naar levensbeschouwelijke opvatting. In dit kader past ook de stichting van de Vrije Universiteit. Vooral in de tweede helft van de negentiende eeuw kreeg de orthodox-calvinistische richting een zekere allure, onder leiding van Abraham Kuyper.
i^K
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
VU-Magazine | 514 Pagina's