Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1980 - pagina 189

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1980 - pagina 189

4 minuten leestijd

ilZI magadne 11

vu tassen ttvee vuren.... Eeuwfeestcommissie een nieuwe subcommissie „VU tussen twee VUren" aan het werk, die in minder dan geen tijd kans zag tientallen figuren van binnen en buiten de VU aan het schrijven te krijgen voor een bijdrage aan de congresmap. Op de studiedag staan twee thema's centraal: Het eerste thema wordt als volgt omschreven: De christelijke doelstellingen van de VU: Ontwikkelingen en interpretaties. In hoeverre voldoet de VU in de ogen van de verschillende christelijke groeperingen en stromingen aan de verwachtingen die haar doelstelling oproept. De omschrijving van het tweede thema luidt: De betekenis van het christelijk onderwijs- in het bijzonder het universitaire onderwijs aan de VU - voor de samenleving. De beide thema's zijn opgesplitst in een aantal subthema's. Het eerste thema kent de volgende subthema's: a. Van Gereformeerde grondslag naar christelijke doeisteiling. Achtergronden van deze ontwikkeling zijn ondermeer een veranderend besef van wat de VU tot een gemeenschap maakt, een ingrijpend andere relatie met de „achterban" en een zich sterk wijzigende positie van de (gereformeerde) christenen in de maatschappij. Men kan de vraag stellen of het oorspronkelijk ideaal vervaagd, verschoven of verlaten is. b. Pluraliteit en consensus. De keus voor de christelijke doelstelling gaat samen met een pluraliteit in wetenschapsopvatting en levensbeschouwing. Is er nog wel sprake van een consen-

sus, en wat houdt die dan in? Wat zijn de mogelijkheden en - wellicht ook - de grenzen van de onderlinge dialoog tussen wetenschapsbeoefenaren van uiteenlopende christelijke levensvisie? Sommigen beweren dat er een christelijke wetenschap en/of een christelijke wetenschapsbeoefening moet zijn. Zijn die wel mogelijk? Is er plaats voor een christelijke wijsbegeerte? c. Zorg voor elkaar en aanspreekbaarheid. Wat betekent de doelstelling voor de manier waarop zij die aan de universiteit verbonden zijn met elkaar omgaan? Is er sprake van een open, dialogische houding ten opzichte van elkaar? Waarop kan men elkaar aanspreken? Toegespitst op studenten: Wat betekent de doelstelling voor de verantwoordelijkheid van, en tegenover studenten? Lopen studenten de kans door een christelijke vorming geïndoktrineerd te worden? d. De VU in de samenleving. Heeft de-feitelijke— maatschappelijke rol een relatie met de doelstelling? Voor sommigen is de kriteriumvraag: Vertegenwoordigt de VU te midden van, en tegenover de moderne geseculariseerde cultuur een eigen cultuurvisie? Voor anderen is deze vraag belangrijker: Kiest de VU positie in onze kapitalistische maatschappij? Het tweede thema kent de volgende subthema's: a. Senaatcongres 1968. In 1968 heeft de toenmalige senaat een congres georganiseerd over de toekomst van de VU, waarop onder andere De Gaay Fortman, Kuitert, Lever en Wieringa gesproken hebben. Wat waren hun suggesties en voorstellen? Wat is daarmee gebeurd? Zijn ze ook nu nog bruikbaar? b. Emancipatie. Een functie van de VU is de eniancipatie van de „kleine luyden" geweest. Kan en moet de VU een emanciperende rol blijven vervullen, en zo ja, in welk opzicht en voor wie? Bijzonder onderwijs. Het bijzonder onderwijs is geheel erkend en beschermd. Zijn de argumenten die voor bijzonder lager en voortgezet onderwijs aangevoerd (kunnen) worden ook van toepassing op een universiteit. Hoe gebruiken de bijzondere universiteiten en hogescholen, en met name de VU, in Nederland hun bijzondere positie? d. Opstelling tegenover denkbeelden en personen. Hoe stelt de VU zich op tegenover denkbeelden en personen van buiten de eigen kring? Wordt de doelstelling alleen „geoperationaliseerd" op het veld van de benoemingen (benoemingsbeleid), of ook in onderwijs en onderzoek (onderwijs- en onderzoeksbeleid). Welke beleidsmogelijkheden liggen hier? e. Wetenschap en samenleving. Wat doet de VU op de terreinen van wetenschap en samenleving, oorlog en vrede, de milieuproblematiek en de bescherming van mensen tegen manipulatie? Wat kan en moet er nog gebeuren op het gebied van wetenschappelijke analyse en maatschappelijke actie? In hoeverre liggen maatschappelijke acties op de weg van een universiteit als de VU? Welke mogelijkheden biedt de VU voor initiatieven van individuen en vakgroepen? f. Ontwikkelingssamenwerking. De VU geeft een hoge prioriteit aan ontwikkelingssamenwerking. In hoeverre loopt zij het gevaar van het bedrijven

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's

VU Magazine 1980 - pagina 189

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's