VU Magazine 1980 - pagina 283
l ^ magazine 16 ]ttl magaüne 17 Er kwam een regularisatieregeling die nogal o n gelukkig was geformuleerd. Je moest vóór 1 november 1974 al in Nederland gewerkt hebben en dat met allerlei officiële stukken aantonen. Na die regularisatie moest dan een wet in werking treden om verdere illegaliteit onmogelijk te maken, zodat een steeds terugkeren van dat probleem kon worden voorkomen. Roel Fernhout: ,,Daarin is men nalatig gebleven, ik wil dat zondermeer zo formuleren. Nu is die wet er dan eindelijk, maar veel te laat. Ik vind dat men met deze mensen wel wat meer klementie mag hebben. Ze zijn het slachtoffer van een falend beleid: een regularisatie die niet gevolgd is door een wettelijk instrument om verdere illegaliteit tegen te gaan. Ik vind dat kerken en andere organisaties terecht meer zorg o m deze mensen bepleiten. Als je mevrouw Haars hoort zeggen dat ze zo bewogen is maar verder niets kan doen omdat ze hard moet zijn o m nieuwe illegalen te voorkomen dan vind ik dat wel een vals argument. Want al zullen ze blijven komen, bij een strikte hantering van de huidige wet tegenover bedrijven zullen ze geen werk vinden en dus gaan ze vanzelf wel weer weg. Daar hoef je dus niet bang voor te zijn. Komt bij, dat de w e t zijn afschrikwekkende werking op werkgevers al voldoende heeft bewezen."
Initiatief bij baas Een andere vraag rijst bij ons: als Justitie de illegalen het land uit w i l hebben, ligt dan de bewijslast niet bij haar in plaats van bij de illegalen? Dat gaat niet o p : ,,De overheid heeft geen enkele verplichting om een verblijfsvergunning af te geven. In de wet staat dat vergunningen tot verblijf op gronden aan het algemeen belang ontleend geweigerd kunnen w o r d e n . Justitie heeft daarin volledige beleidsvrijheid, zij mag de voorwaarden stellen. De overheid heeft zelfs nog enige soepelheid willen betrachten door werkgevers de mogelijkheid te geven vóór 27 mei een tewerkstellingsvergunning voor hun (ex-) illegalen aan te vragen. Onder strikte voorwaarden (onafgebroken arbeid van 1 januari 1978 tot en met 31 oktober 1979, afdracht belasting en sociale premies) kan dan een tewerkstellingsvergunning en een vergunning tot verblijf worden afgegeven. Het
- Is dat een politieke l<eus? „Het is een gegroeide beleidspraktijk. Ook een ander aksent was denkbaar geweest, een staatssekretaris die aktief de werkgevers aanpakt. Als dat niet alsnog gaat gebeuren, zitten w e binnenkort opnieuw met een groep illegale arbeiders. Want ik heb zo m'n twijfels of de wet z'n afschrikwekkende werking op werkgevers zal weten te behouden. In ieder geval niet zolang de vreemdeingendiensten zich niet meer richten op de kontrole van werkgevers". VU-magazine merkt op dat wat Justitie nu w i l , de uitzetting van illegalen, gelijk lijktte staan aan het welbewust uitwissen van sporen van een wetsovertreding door werkgevers. Is Fernhout het daar als jurist mee eens? „ J a , dat kun je rustig zo stellen".
illegaal 2 vijf jaar lang S'ls'fbakkU
geven
maart 19/^; ^'°=paeven)
dat valt mee, ze " e ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ i ^ g ^ ^ - -
Addis Abbeba of Connecticut initiatief ligt uitsluitend bij de werkgever, maar de moeilijkheid is dat het veelal om randbedrijfjes gaat die wars zijn van veel administratieve r o m p s l o m p en daarom geen ingewikkelde procedure zullen gaan volgen ten bate van hun (ex-) illegaal". Justitie heeft dus op grond van de w e t geen bewijsplicht. „Het stond al van te voren vast dat maar een heel klein groepje illegalen in aanmerking zou k o m e n " .
^, •
K^
y
/"^^
Uli
•y
-^
^
, ,
l^lV ' • $ ^
- ^ • " ^ y 'r~-~~^
Justitie wist sporen uit Ook is denkbaar dat Justitie de illegale arbeiders nog even in het land probeert te houden o m ze als getuigen te gebruiken tegen de illegale werkgevers. Deze opmerking legt Fernhouts ,,grote scepsis tegenover de hele zaak" bloot: ,,Bij de vorige wet zei men dat er geen doelmatig vervolgingsbeleid mogelijk was. Nu die wet er wel is, vraag ik me af of men dat dan echt gewild heeft. Het hele vreemdelingenbeleid in Nederland is altijd gericht geweest op de zwakste partij, de makkelijkst grijpbare figuur, de individuele vreemdeling. Het beleid is nooit echt gericht geweest op het aanpakken van illegale werkgevers".
^
''^
ry^
^ ' . z
'T*
f
/# ~ ' ;' V
^
y
^
(Foto: AVC-VU)
Wie als vreemdeling uitgewezen wordt, heeft in het algemeen de volgende beroepsmogelijkheden: Is je verzoek om een verblijfsvergunning afgewezen door de vreemdelingendienst dan kun je herziening aanvragen bij de staatssekretaris van Justitie. Beslist Justitie negatief, dan is nog een beroep mogelijk bij de afdeling rechtspraak van de Raad van State, als hoogste onafhankelijke administratieve rechter. Zover komt het meestal niet, want als je verzoek o m een verblijfsvergunning w o r d t afgewezen, moet je meestal eenvoudigweg het land uit. De beroepsmogelijkheden kun je dan verder „ r e g e l e n " vanuit Addis Abbeba of Connecticut. Kortom, aldus Roel Fernhout: „Dat recht o m te blijven tussen de negatieve beslissing en de uiteindelijke uitspraak van de Raad van State is nergens vastgelegd. Dat maakt die beroepsmogeijkheid natuurlijk t o t een aanfluiting. Overigens zou ik er ook weer niet voor zijn o m iedere vreemdeling de mogelijkheid te geven de behandeling van haar of zijn zaak tot in hoogste instantie in Nederland te mogen afwachten. Soms is het zonneklaar dat niemand een belang heeft bij iemands verblijf hier, of dat er geen enkele noodzaak is gebleken, of dat mensen aan geen enkele regel voldoen." Hij zou ervoor willen pleiten dat de beslissing van het Ministerie van Justitie of een vreemdeling al dan niet zijn beroepsmogelijkheden in Nederland mag afwachten door de voorzitter van de afdeling rechtspraak van de Raad van State volledig kan worden getoetst. Zolang dat niet het geval is, is de rechtsbescherming van de vreemdeling niet optimaal. „ A l s je die verbetert, heb ik geen behoefte aan vrijplaats e n " . Wordt die regeling getroffen dan is het vreemdelingenrecht „gelijkgetrokken" met alle andere onderdelen van het bestuursrecht, waar die mogelijkheid wél vastligt.
Ons rechtsgevoel Als vreemdelingen al zover komen (je moet de weg maar weten) gaan ze nu nog, na de negatieve beslissing van Justitie op dat verzoek - en bij
dreigende uitzetting - naar de president van de rechtbank in kort geding en die moet beoordelen of justitie terecht heeft besloten dat de beslissing van de afdeling rechtspraak van de Raad van State niet in Nederland mag worden afgewacht. Verschillende presidenten hebben Justitie al dikwijls in het ongelijk gesteld. Toch ziet Fernhout ook dat niet zo zitten: „ D e president van de rechtbank is daar de geëigende figuur niet voor. Hij of zij komt verder nooit in aanraking met het vreemdelingenrecht, kent het dus ook niet. Zeker als het o m vluchtelingen en asielrecht gaat, is dat voor hem/haar een volkomen onbekende stof".
Het beginsel van de rechtsstaat De Kamer heeft er nu bij de behandeling van de Notitie Vreemdelingenbeleid op aangedrongen de voorzitter van de afdeling rechtspraak van de Raad van State bevoegd te verklaren tot de beslissing of de behandeling van het verzoek van de vreemdeling door de afdeling in Nederland mag w o r d e n afgewacht. „Het zou een stap vooruit betekenen in de rechtsbscherming van de vreemdeling. Ik voel meer voor dat soort noties dan dat de vreemdeling naar een vrijplaats gaat. Overig e n s v i n d ik w e l , dat ais de voorzitter van de Afdeling rechtspraak van de Raad van State uitspraak heeft gedaan, w e de konsekwenties moeten aanvaarden. Dat is het beginsel van de rechtsstaat".
Onaanvaardbare proporties Tot slot van het gesprek vragen w e Roel Fernhout in de glazen bol te kijken. Durft hij een voorspelling te wagen - op 29 mei - over de afloop van de zaak van de illegalen? Er zal geen echte afloop zijn, is zijn mening. „Ik denk dat, wil er iets veranderen in de patstelling van dit m o m e n t , dat moet komen door politieke druk van de Tweede Kamer, die er duidelijk voor uit zal moeten komen dat dit anders moet. M a a r d e kansen daarop acht ikeigenlijk niet zo groot. Bovendien hebben Justitie en Sociale Zaken zich nogal in de hele zaak vastgebeten, nogmaals, volgens mij m e t e e n vals argument: de illegaliteit zal mijnsinziens vanzelf verdwijnen als de buitenlanders hier geen werk kunnen vinden. We hebben een w e t die dat kan bewerkstelligen. Richt dan ook je hele politie-apparaat, je hele vreemdelingenapparaat eens w a t meer op de goede bewaking en opsporing van illegale tewerkstelling en minder op de buitenlander. Een stukje illegaliteit zal je altijd hebben in een land, maar niet meer in zulke onaanvaardbare proporties. En dat hoor je nooit van de kant van Justitie en Sociale Zaken. Ze voeren een stukje paniekbeleid". Wat er verder gaat gebeuren: „ I k kan me nauwelijks voorstellen dat m e n massaal kerken gaat binnenvallen. Ik denk dat m e n het g e w o o n eindeloos laat uitzieken. Een kerkbestuur houdt het niet vol. En dan gaan de illegalen wel weer weg uit de kerken, ookzij houden het niet vol. Dan gaan ze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
VU-Magazine | 514 Pagina's