Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1980 - pagina 141

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1980 - pagina 141

4 minuten leestijd

m magazine 7

Bezinningscentrum geopend Vrije Universiteit

(•I

door dr. E.H. v a n Olst

Op 31 maart is aan de VU een bezinningscentrum geopend. Waarom is dit gebeurd? Toen in het voorjaar van 1974 de werkgroep-doelstelling haar werkzaamheden begon kreeg zij als taak opgedragen te bevorderen dat de doelstelling van de universiteit werkelijk functioneert (waartoe ook gerekend werd een bezinning op de inhoud van de doelstelling.) E r is de eerste twee j a a r h a r d gewerkt om een visie op het functioneren van de doelstelling te ontwikkelen waarmee in de universiteit gewerkt zou kunnen worden. Deze visie werd voorjaar 1976 geformuleerd in de vorm van een nota over aanstellingen en benoemingen. Dat de discussies in de werkgroep, die aan de definitieve vaststelling van deze nota voorafgingen, in grote openheid en eerlijkheid, zelfs met enige hartstocht, gevoerd konden worden was, zeker gezien de , , b o n t e " samenstelling van de werkgroep, zeer bemoedigend. In deze nota werd onder het hoofd „Aanzetten tot gestaltegeving van de doelstelling van de VU" gepleit voor het oprichten van een bezinningscentrum (BC). Maar, zo werd (en wordt nog vaak) gevraagd, betekent zo'n bezinningscentrum niet dat de faculteiten werk uit handen wordt genomen dat door henzelf gedaan moet worden? Zal het geen alibi worden om als faculteiten de doelstelling maar de doelstelling te laten? Een wat vreemde reactie gezien de aanduiding van het BC in de nota onder meer als ,,een ontmoetingsplaats voor de faculteiten, waar zij zich gezamenlijk bezig houden met de in de doelstelling der universiteit aanvaarde opdracht". Een overkoepelend orgaan dat de werkzaamheden coördineert. Was er trouwens maar veel uit handen te nemen! Maar een ieder die geen vreemdeling in het universitaire Jeruzalem is, weet beter. Weliswaar hebben docenten en stafleden in vaste dienst in de meeste gevallen hun instemming met de doelstelling betuigd, maar aangezien ze dat steeds als persoon deden volgde daar helemaal niet uit hoe de facultaire gemeenschap in dit opzicht moest functioneren. De gesprekken die door de Werkgroep ten aanzien van dit punt gevoerd zijn hebben dit beeld bevestigd. Of men verkeert als faculteit met be-

trekking tot de doelstelling in verlegenheid of deze wordt als een persoonlijke zaak gezien die wel voor de onderlinge verhoudingen, maar niet voor de inhoudelijke aspecten van onderwijs en onderzoek relevant is. De enkele uitzondering bevestigt hier de regel. In deze kwestie spelen structurele factoren een duidelijke rol. De huidige situatie hangt samen met de instrumentalisering van de wetenschap en de nog steeds toenemende specialisering. Steeds kleiner wordt het gebied dat men overziet en dat gaat vaak ten koste van de vragen naar de achtergrond en de vooronderstellingen van de wetenschap, vragen die slechts in een bredere context besproken kunnen worden. Daarbij ontbreekt het de meeste faculteiten aan een zekere infrastructuur om op deze vragen te kunnen inspelen. Hier moet een tweetal opmerkingen aan toegevoegd worden.

dr. E. H. van Olst

wordt gesteld. Dat daarbij levens- en wereldbeschouwing van doorslaggevende betekenis zijn behoeft in deze tijd en zeker in deze kring niet meer apart aangetoond te worden. • Dit brengt ons bij een tweede opmerking. Wanneer wij binnen het kader dat de VU ons biedt willen nadenken over de zojuist genoemde vragen dan betekent dat impliciet een permanent bezig zijn met de bijbelse visie op mens en wereld. Wanneer dit wordt nagelaten verliest de VU als christelijke universiteit haar bestaansrecht. Het is momenteel een algemeen geaccepteerd gegeven dat in de wetenschapsbeoefening niet-wetenschappelijke factoren een rol spelen. Hoe • De universiteit is in de loop der tijd functioneren nu deze factoren? Tot op steeds meer versmald tot een bundel zekere hoogte kan gezegd worden dat van vakspecialismen en beroepsoriën- de wetenschappelijke theorie de feitering. Het directe maatschappelijke ten maakt (en niet alleen de feiten de schijnt het belangrijkste criterium te theorie). Wij zien wat wij willen zien, zijn geworden. Maar werkelijk maat- wat wij verwachten te zien. Onderschappelijke betekenis zal er op de lan- meer hierdoor heeft de wetenschapge duur pas kunnen zijn wanneer tevens pelijke theorie grote invloed op ons de plaats en de taak van de universiteit beeld van mens en wereld. In de wein de cultuur als geheel aan de orde tenschappelijke theorievorming zitten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's

VU Magazine 1980 - pagina 141

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's