VU Magazine 1980 - pagina 300
nl magaüne 34 Kuyper, want het aanroepen van de naam van God bij politieke zaken is niet een versiering; met het geloof is een zeer bepaalde visie op de staat en de staatsmacht gegeven. Met grote gevolgen voorde onderdanen. Als aan God alleen absolute souvereiniteit toekomt, dan heeft niets en niemand op aarde absolute, onaantastbare macht, ook niet de staat. ,,En hoe machtig ook de Staat uitbreke en de vrije persoonlijke ontwikkeling in gedrang brenge, boven die machtige Staat schittert voor ons zielsoog steeds als nog oneindig machtiger de majesteit van de Koning der koningen, bij wiens vierschaar steeds het recht van appel voor elke verdrukte openstaan". ,,De staat is niet almachtig", die belijdenis verbindt alle christenen. Maar deze belijdenis heeft volgens Kuyper zijn beste politieke uitdrukking en vorm gekregen in calvinistische landen, en in die calvinistische traditie wil hij staan. De A.R.P. is dus eigenlijk een (neo-) calvinistische partij, maar zo kon je haar in 1878 nog niet noemen, zegt Kuyper. ( . . . ) Alleen Gods gezag is dus absoluut, alle gezag op aarde is afgeleid gezag, door God verleend. Daarom is er altijd de mogelijkheid je tegen de overheid op God te beroepen. Dat is de eerste inperking van de staatsmacht, neerkomend op gewetensvrijheid op religieus en zedelijk gebied. Maar er is nog een tweede: de maatschappelijke kringen hebben hun eigen souvereiniteit, ook van God gekregen. Dat betekent dus dat de souvereiniteit op aarde gedeeld is. De staat heeft nietalle macht. Dat is dus de volgende stap om je de staat van het lijf te houden: hem een zeer beperkte taak toebedelen, de poUtietaak. Daar moet het bij blijven; de staat mag zich niet bemoeien met de maatschappij, daar heerst souvereiniteit in eigen kring. In het kielzog van de godsdienstvrijheid is het in de calvinistische landen gekomen tot scheiding van kerk en staat en verder heeft de leer der uitverkiezing geleid tot een sterk zelfbesef van de enkehng en daardoor tot een democratische staatsopvatting. ,,De uitverkiezing schept den fleren burgergeest". We kunnen dus concluderen, dat het christelijk geloof in zijn calvinistische vorm leidt tot partijvorming omdat geloof en politiek met elkaar te maken hebben en omdat het geloof een bepaalde kijk op de staat en de staatstaak meebrengt. ,,De antirevolutionaire partij richt zich uitsluitend tegen de Fransche Revolutie van
1789, niet als feit, maar als incarnatie van een Staatsleer, die principieel te verwerpen is, en een anti-thetisch Staatsbeginsel eischt. Hieruit volgt, dat de naam van Antirevolutionair er zich toe bepaalt het beginsel te stellen, waarin ze zich, van dit beginsel uitgaande, heeft te bewegen, maar zonder dat hiermede eenig verbijzonderd program is vastgelegd". ,,Consequente doordenking van Uw politiek beginsel zal u, bij helderheid van bUk, een vast inzicht geven ook op alle vraagstukken die den maatschappelijken welstand raken." Dat zal wel, maar de kwestie is, dat ondanks dat verschil in beginsel en in staatsleer, die toepassing niet verschilt van die van hen, die er een ander beginsel en een andere staatsleer op na houden. Die anderen zijn dus zeker geen slechtaards, die alles verkeerd doen. Het zijn op zijn hoogst mensen met een verkeerde theorie over de staat. Nu schrijft Kuyper dit allemaal in 1916, en het zou kunnen, dat we moeten zeggen: zo mild kan hij nu schrijven over de anderen, omdat er al zo veel bereikt is. Na veel strijd hebben de ,,kleine luyden" hun gelijkberechtigde plaats naast de anderen ingenomen en nu trekken ze gelijk op. Er is geen reden meer om zich al te zeer af te zetten tegen de anderen. De vraag is dus: was het ooit anders? Om dat na te gaan wenden we ons tot ,,Ons Program", uit het jaar 1879.
dat partijformatie er wel toe moet leiden ,,om in de tegenstander alles op zijn zwartst en in de medestander alles op zijn blankst te zien". Wie dat bezwaar ernstig neemt moet ook niet trouwen of vriendschap sluiten, vindt Kuyper. Je trouwt niet met die ene omdat alle anderen niet deugen, dat is het punt. Zo liggen de zaken ook bij partijvorming. Dat wordt nog eens bevestigd door Kuypers bespreking van de spreuk ,,ln het isolement ligt onze kracht". Isolement staat tegenover ,,inde e ling bij anderen", het gaat om organisatorische zelfstandigheid en niet om afzondering van een aantal zelfgenoegzamen, die zich afzetten tegen anderen. ,,Isolement stond tegenover inlijving en ongemerkt plaatst men het tegenover saamwerking".
Maar samenwerking is zeer wel mogelijk. Wat christenen beweegt in de politiek verbindt hen met vele nietchristenen. En wat had men ook anders kunnen verwachten bij iemand als Kuyper, die altijd zo nadrukkelijk spreekt over de gemeene gratie. Men kan ook zeggen dat samenwerking zelfs noodzakelijk is. De bedoeling van ,,Ons Program" is, poHtiek bewustzijn wekken bij de ,,Kleine luyden". Kuyper houdt hun steeds weer voor, dat geloof en politiek met elkaar te maken hebben. Maar dan moet het ook mogelijk zijn die verbinding tussen geloof en pohtiek werkelijk te leggen. Daarvoor is uitbreiding van het kiesrecht nodig. Zolang die uitbreiding er nog niet is, heeft men nog geen in,,Ons Program" vloed en is men voor de noodzakelijke Ook hier is het niet zo, dat Kuyper de wetswijziging aangewezen op andeeigen partij rechtvaardigt door de an- ren. Die anderen tegelijk zwart afderen heel zwart af te schilderen. Op schilderen is dan natuurlijk nogal onpagina 1162 bespreekt hij het verwijt. logisch. Ook in 1879 is dus de antithese niet gelegen in het program, maar in het ,, wortelbeginsel''. De procedure, die Kuyper zich voorstelt te volgen in ,,Ons Program" is als volgt. Eerst de ,,moedergedachte" vaststellen, dat is ook hier de souvereiniteit Gods. Dan de daaruit afgeleide beginselen bespreken, gewetensvrijheid, souvereiniteit in eigen kring, scheiding kerk-staat. En daarna die beginselen toepassen op de in het geding zijnde praktische kwesties als kiesrecht, budgetrecht, schoolkwestie etc. Alleen van die ,,moedergedachte geldt, dat het in het oog loopend verschilt van het worteldenkbeeld, waaruit anderen leven". Van de afgeleide beginselen geldt reeds, dat ze ook door anderen gedeeld worden. ,,Dit (calvinistisch) Staatsrecht kan men in STEMT No. 1 VAN DE ECHT NEDERUNDSCHE practijk brengen onverschillig tot wat kerk men behoort, zelfs al behoort
ANTI-REVOLUTIONAIRE PARTIJ
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
VU-Magazine | 514 Pagina's