Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1980 - pagina 68

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1980 - pagina 68

4 minuten leestijd

1 ^ magazine 22 Opdrachten: Het doei van liet Voikspetitionnement was dus de ondertekening door de koning - en dus de uitvoering - van de wetKappeyne te voorkomen. Was het naïef o m te verwachten, dat de koning nu niet zou tekenen? Kon (b.v. Kuyper) beter weten? Er zijn in dit verhaal voorbeelden van namen, die herinneren aan de Tachtigjarige Oorlog. Daar zijn enkele verklaringen voor. Welke denk je? Over het stichten van christelijke scholen dacht men, zoals ai duidelijk w e r d , niet gelijk: wie er vanuit ging, dat Nederland altijd een Christelijke natie was geweest en dat dit zo moest blijven, voelde voor één school, door de overheid te stichten, waarop godsdienstonderwijs regel zou zijn'. Een andere mogelijkheid was, dat men de overheid in dit opzicht geen taak toedacht, omdat de staat neutraal moest blijven. Het godsdienstonderwijs kon men overlaten aan de kerk, die dit desgewenst kon verzorgen op de openbare school. Een derde weg leidde naar de stichting van scholen naast elkaar: openbare, protestants-christelijke, rooms-katholieke en joodse. De Afgescheidenen of Christelijke Gereformeerden hadden voor deze laatste mogelijkheid gekozen, maar velen in b.v. de Nederlands Hervormde kerk bleven hopen op een school voor iedereen. De gedachte aan de Christelijke natie leefde bij velen nog sterk. Dat is te constateren in art. 1 van het door Abraham Kuyper opgestelde beginselprogramma van de in 1878 opgerichte Anti-Revolutionaire partij: „de anti-revolutionaire of christelijk-historische richting vertegenwoordigt, voorzoveel ons land aangaat, de grondtoon van ons volkskarakter, gelijk dit, door Oranje geleid, onder invloed der hervorming omstreeks 1572 zijn stempel ontving." In een dergelijke formulering klinkt iets van de exclusiviteit door, die kenmerkend is geweest voor de kleine luyden, wanneer het ging over de juistheid van hun geloofsopvattingen: zij beschouwen zich als de voortzetting van de ware kerk en de erfgenamen van het echte geloof. Kuyper heeft deze overtuigingen levend gehouden en er is geen reden o m hem er van te verdenken, dat hij in dit opzicht onoprecht was of handelde tegen beter weten in. Hij achtte het voorstelbaar, dat de betekenis van het Christendom voor de staat en voor de maatschappij langzamerhand algemeen erkend zou worden door het Nederlandse volk. Dat blijkt uit wat hij al eerder had geschreven: „Zal het christendom een zuurdeeg in ons volksleven zijn, dan moet ool< de rechter, ook de geneesheer, ook de staatsman, ook de letterkundi-

ge, ook de wijsgeer den inhoud zijner v^etenschap door het licht van den Christus laten beschijnen." Als deze wens in een werkprogramma w o r d t vertaald moet er een christelijke universiteit uit komen. Het lager onderwijs had rond 1878 z'n organisatiekader min of meer gereed. Reeds in 1872 schreef Kuyper in De Standaard over de wenselijkheid van een Vrije Universiteit, vrij van de staat en vrij van de kerk.

De stichting van de Vrije Universiteit Er bestond dus sedert 1854 in Kampen één opleiding voor predikanten. Deze was door de Christelijke Gereformeerde kerk (de afgescheidenen) ingesteld en is de voorloper geweest van de Theologische Hogeschool, die nog bestaat. De predikanten voor de Nederlands Hervormde kerk werden aan Rijksuniversiteiten opgeleid. Sinds 1876 mocht de synode van deze kerk hoogleraren in de theologie voordragen voor benoeming. De synode had voorkeur voor hoogleraren uit de vrijzinnige (rekkelijke) stroming in de kerk. Veel kerkleden waren het hiermee niet eens en deze orthodoxe richting werd langzamerhand sterker. Je ziet, dat de oude tegenstelling tussen wie vroeger rekkelijk en precies heetten ook in de negentiende eeuw nog leefde. Maar protesten tegen de benoemingspolitiek haalden bij de synode niets uit en de orthodoxen overwogen o m een

De eerste Gereformeerde school Het blijkt, dat de school (in Smilde) is ingericht „in het achterhuis of de schuur van Willem Wolters Snippe, arbeider binnen deze Gemeente," welk pand in eigendom toebehoort aan de veenbaas Jan Ywes Nuis (die op 21 november 1834, samen met Hendrik Sickens, tot diaken bij de wedergekeerde kerk wordt gekozen). In bedoelde schuur, „die vroeger tot woonhuis scheen gediend te hebben," staan acht banken, waar de kinderen op kunnen zitten en twee tafels. Deze schoolmeubelen waren door de ouders aangeschaft, terwijl de leerlingen zelf hun schoolboekjes meenemen ( . . . ) . Ten aanzien van de lokaliteit, waar het onderwijs wordt gegeven, constateert de burgemeester, dat ,,voorts in de schuur gestookt werd en zich daar overigens in bevond eene bult plaggen, een varkenshok met een varken, benevens een koestal met een jong beestje. Dat wijders rondom en boven in de schuur stroo en andere brandbare stoffen aanwezig waren die ligtelijk aanleiding tot brand konden geven." Uit: H. Bouma: Een vergeten hoofdstuk, 1959, biz. 19.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's

VU Magazine 1980 - pagina 68

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's