Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 304

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 304

5 minuten leestijd

Frank R. Boddendijk

Subcommissie Heel vroeger, toen ik nog studeerde, trok ik mij af en toe in de stilte van de Brabantse Kempen terug om mij voor te bereiden op een onderdeel van het doctoraalexamen. Bij mijn schaarse bezoeken aan de plaatselijke grutter werd mij dan gevraagd wat ik nu precies uitspookte achter mijn bureau voor het raam, waar ze me 's morgens, 's middags, 's avonds en zelfs vaak 's nachts nog aantroffen, lezend in boeken of typend op een machine. Wanneer ik dan vertelde dat ik voor een examen blokte, was de kous af maar het onbegrip gebleven. Behalve bij die een die me bemoedigend op de schouder klopte en toefluisterde ,,Ja, de Mulo-examens waren zwaar, vorig jaar." Toen ik later terugkeerde in het dorp en vertelde dat ik inmiddels afgestudeerd was, begrepen de mensen er helemaal niks meer van dat ik nog steeds boeken las en typte.,.Wanneer ga je nu eens werken?", klonk het soms op licht verwijtende toon. En als ik dan vertelde dat ik al werkte, bij een universiteit, dan schudden ze maar wat meewarig het hoofd, „een meester die nog boekjes leest". Een enkele keer heb ik gepoogd om uit te leggen wat ik nu precies deed. Dat ik een groot gedeelte van het jaar boekjes las en stukken typte om gedurende enkele uren per week enkele maanden lang onderwijs te geven en dat ik de rest van mijn tijd verzoop in stafvergadering zus en commissievergadering zo. Over mijn onderzoek zweeg ik maar. „En

278

daar betalen ze je voor? Mooi is dat". Gelukkig wel. Ik kan niet zeggen dat ze in het dorp diep onder de indruk waren van het universitaire gebeuren en mijn geploeter daarbinnen. Een meester, dat ging nog. Die stond tenminste vijf dagen voor de klas, als-ie althans geen vakantie had. Slechts één keer heeft mijn werklust in het dorp enig respect afgedwongen, maar dat had ook niks met de universiteit te maken: ik heb de rietdekker eens geholpen een nieuwe kap op ons huisje te zetten. ,,Jonge, jonge, 'k wist niet dat gij werken k o n " vertrouwde de oude boer van de aanpalende boerderij mij toe. En het was duidelijk dat deze opmerking niet sloeg op mijn nachtelijk gezwoeg achter de typemachine om commissiestukken, onderwijsstukken e.d. optijd klaarte krijgen. Onlangs kwam ik voor het laatst in 't dorp, achter het stuur van de grootste truck die ik met een klein rijbewijs kon huren. Maar ook dat maakte weinig indruk bemerkte ik toen ik na het inladen van de huisraad nog een laatste tas koffie bij de buurvrouw dronk. Bij het afscheid vertrouwde ze me toen ,,d'r komt nu een échte man wonen". En toen ik naar buiten keek begreep ik opeens wat ze bedoelde. Op 't erf stonden een paar buren zoals gebruikelijk de tijd dood te slaan, overalls half open en pijp, sigaret of sigaar in de mond. Niets bijzonders. Dat deed ik ook wel. Maar het ging om de details, en daar lag het verschil. De een leunde comfortabel op een riek, de an-

der had een hamer aan zijn broek bungelen en de derde stond breeduit bij zijn kruiwagen, en niemand, nee niemand had een boek of krant onder de arm. En op dat moment realiseerde ik mij dat de universiteit met haar faculteiten, subfaculteiten en subsubfaculteiten niét één, maar vele bruggen te ver van menigeen ligt; en daarmee ook mijn werk, waaronder mijn activiteiten in een subcommissie van een commissie van de subfaculteit welke weer behoort tot één van de faculteiten van onze universiteit. Activiteiten die ik in het verleden met veel plezier verricht had in een subcommissie die een aparte plaats op onze subfaculteit innam. Voor mensen die van de onder- en bovenschikking van universitaire lichamen en organen weinig kaas hebben gegeten is het misschien een troost dat deze subcommissie binnenkort opgeheven wordt; met wat minder bomen in het universitaire bos worden de paden misschien voor buitenstaanders wat makkelijker begaanbaar. Maar jammer is het toch wel, de opheffing van de subcommissie. En in de eerste plaats voor de eerstejaars studenten die deze commissie gebruikten als een platform om hun problemen m.b.t. onderwijssituaties te bespreken met docenten. Helaas was dit voor onze subfaculteit geen zwaarwegend argument om alsnog de subcommissie voortte laten bestaan. In het kader van de invoering van de 2-fasenstructuur had ze immers het eerstejaars on-

derwijs afgeschaft, en daarmee onze subcommissie overbodig gemaakt en ik denk dat de buitenwereld daar wel vrede mee kan hebben. Een andere reden waarom het jammer is dat deze subcommissie afgeschaft wordt heeft echter wel degelijk met de buitenwereld te maken. In tegenstelling tot andere onderwijscommissies bemoeide onze subcommissie zich met de politiek — regelmatig werden afgevaardigden naar bezette bedrijven en faculteiten gestuurd, al was het maar om broodjes te smeren — en soms zelfs de wereldpolitiek. Zo werd in de zeventiger jaren door de subcommissie regelmatig het vertrek van de Amerikanen uit Vietnam geëist. En toen dat niet hielp hebben we de volgende motie aangenomen:,,De subcommissie, in vergadering bijeen op..., van mening dat elli volk de vrijtieid dient te tiebben naar eigen inzicliten tiet land te besturen, van mening dat de Amerikaanse aanwezigheid in Vietnam zulk een vrijheid in de weg staat, besluit dat de Amerikanen zich onverwijld uit Vietnam dienen terug te trekken, en gaat over tot de orde van de dag". En inderdaad, niet lang nadat een afschrift van deze motie bij de Amerikaanse ambassadeur bezorgd was, werd bedoeld besluit uitgevoerd. Ik bedoel maar... Ik denk dan ook dat ik er goed aan doe, morgen tijdens de laatste vergadering van de subcommissie, een motie in te dienen waarin de Engelsen en Argentijnen opgeroepen worden te stoppen met dat malle, doch indroevige gedoe, en zich neer te leggen bij de uitslag van de voetbalwedstrijd tussen beide landen tijdens de komende wereldkampioenschappen in Spanje. Overigens, op pure subfaculteitszaken heeft onze commissie in de regel beduidend minder invloed gehad. Maar dit terzijde.

vu-Magazine 11(1982) 7 en 8 juli-augustus

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 304

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's