VU Magazine 1982 - pagina 251
Roelf Haan:
Meer vrouwen in de VESVU Destelling die, in dit seizoen van studentenwerving voor het komende kursusjaar, op deze bladzijde zal worden ontwikkeld, luidt: er moeten meer meisjes in de VESVU (dat is de studentenvereniging aan de Economische Faculteit). Dit standpunt kan bevreemding wekken. De jeugdrubriek in dit blad berichtte de vorige maand: economie is zwaar en schraal. Nu ja, de bekende econoom John Maynard Keynes stelde in zijn tijd al vast dat de officiële studieprogramma's waren afgestemd op het belang van studenten ,,die geen werkelijke geschiktheid of interesse voor de economie" vertonen. Dat heet tegenwoordig „leren voor een papiertje". Dat wordt natuurlijk op zichzelf al zwaar en schraal. Maar daar zjn uiteraard (en de VESVU weet daarvan uit haar historie mee te praten) de studenten altijd nog eens een keer ook zelf bij. De studenten zijn de enigen die aan een faculteit de samenhang en gerichtheid van een studieprogramma in zijn totaliteit kunnen beoordelen, omdat zij die, in tegenstelling tot de afzonderlijke docenten, aan den lijve ervaren. En het zijn zij die de vraag moeten stellen: waar gaat dit eigenlijk allemaal over? Die vraag kan niet vanuit de studie beantwoord worden; zij moet aan de studie worden gesteld. Over de carrièrestudent praten we dus niet meer. Voor hem is de VU nooit opgericht. En onder de overige studenten zijn het vermoedelijk vooral vrouwen die bewuste vragen zullen weten te stellen. Uit welk hout moet de aanstaande economist(e) zijn gesneden? Keynes schreef eens een korte biografie over de grote econoom Alfred fvlarshall. Die leefde van 1842 tot 1924; maar nog lang na 1924 bleef men zeggen: ,,Alles staat al in Mars-
vu-Magazine 11 (1982) 6 Ouni)
hall". Biografieën zijn zelden zwaar of schraal; goeie inleidingen dus. Keynes begint natuurlijk, zoals het behoort, met iets te zeggen over Alfreds komaf Welnu, hij was — dat is alvast een voorwaarde die ook aan de VU nog altijd in betrekkelijk gemakkelijke mate kan worden vervuld — afkomstig uit een domineesfamilie. Dat is te zeggen, zijn betovergrootvader was dominee William Marshall, bekend als de Hercules van Devonshire, ,,die door met zijn handen van paardehoeven vlechten te buigen de plaatselijke hoefsmeden de schrik op het lijf joeg en deed vrezen dat zij hun balgen bliezen voorde duivel". Nu was William niet zo grimmig als hij er uit zag; wanneer hij op een smalle holle weg met zijn ponykar een tegenligger ontmoette die niet kon passeren, lichtte de dominee zijn voertuig vriendelijk even in de lucht, zodat de ander ongehinderd voorbij kon gaan. Alfred kwam dus kennelijk uit een even godsdienstig als manhaftig geslacht. Zijn vader zat al dichter in de buurt van het vak: hij was kassier bij de Bank of England. Het was een ouwe taaie, zo vertelt Keynes, ,,van een grote besluitvaardigheid en met een grote opmerkingsgave, gegoten in de gietvorm van de meest steille ,,evangelicals", benig nek, borstelig voortuitstekende kin, auteur van een „evangelical" episch gedicht in een soort Angelsaksisch van eigen uitvinding, dat enig onthaal vond in bijpassende kringen, in despotische stemming overlevend tot in zijn 92ste jaar Het dichtsbijzijnde object voor zijn bazige instincten was zijn gezin, en hun gemakkelijkste slachtoffer zijn vrouw; maar hun machtsbereik strekte zich in theorie uit tot over het gehele vrouwendom, getuige het tractaat dat de oude gentle-
man schreef onder de titel „De rectiten van de man en de pliciiten van de vrouw." Wij zien: de VU was in de vorige eeuw geen uitzondering (prof mr D. P. D. Fabius, volgens VU-Magazine van maart jl.: ,,De vrouw die met een tevreden voorkomen de man ontvangt, ontwapent het geprikkeld gemoed"). Tot zover dus nog geen aansporing voor vrouwen. Maar wél is al een bewering ontzenuwd: dat de economiestudie zwaar en schraal zou moeten zijn. Het hierboven geciteerde proza immers was niet afkomstig van Charles Dickens, maar vloeide uit de pen van niemand minder dan een zeer groot econoom. Als die man nog meer geschreven heeft, zou dat dus ook best eens de moeite waard kunnen zijn. (En dat is het tegenwoordig meer dan ooit sinds de jaren dertig). Over de relatie van Alfred Marshall zelf tot het vrouwelijke geslacht klinkt het relaas van Keynes iets vrolijker „Gedurende 47 jaar huwelijksleven was zijn afhankelijkheid van de devotie van zijn vrouw volkomen. Haar leven werd aan hem en aan zijn werk ter schenking gedaan met een mate van onbaatzuchtigheid en begrip, die het voor vrienden en oudleerlingen moeilijk doet zijn om hen gescheiden te denken of aan haar lichtende karaktergaven niet een groot deel toe te schrijven van wat zijn intellect presteerde". Hedendaagse feministen zal echter ook deze passage nog de schrik om het hart doen slaan, te meer als wij bedenken dat Marshall een verklaard tegenstander was van het verlenen van academische titels aan vrouwen. Het eerste boek dat hij publiceerde was dan ook een omwerking van een door zijn vrouw begonnen manuscript... Maar hoe dit ook zij. Marshall was van me-
ning ,,dat onze vooruitgang zou worden bevorderd als de zwachtels zouden worden losgemaakt waarin kunstmatige gewoonten de geest van de vrouw hebben gewikkeld en als wij haar de vrije ruimte zouden geven om zich vrouwvol(,,womanfully") te kwijten van haar plichten jegens de wereld". Marshall schrijft dit naar aanleiding van de mededeling die zijn voorganger John Stuart Mill doet in zijn autobiografie, namelijk dat het voor hemzelf belangrijkste hoofdstuk uit zijn klassieke Beginseien van de staatiiuistioudiiunde hem in feite is gedicteerd door zijn vrouw, Harriet Taylor. Zo komt mijn verhaal toch nog tot een gelukkig eind. Want Harriet Taylor geeft, als vrouw, een opdrachtaan de economische wetenschap. Zij komt,daarop via de samenhang tussen de man-vrouwrelatie, het familiepatroon, de eonomische orde en de onderontwikkeling. Dit beroemde hoofdstuk heet „De toekomst van de werkende klasse". Die klasse kan niet worden „omgekoclit door een iioog ioon en stabieie werkgelegenlieid". Het gaat om de bevrijding van afhankelijkheidsrela ties. Het werkelijke economische probleem ligt niet in de eeuwige toeneming van de stoffelijke productie, maar in de organizatie daarvan. „Het doei van de ontwikkeiing moet niet zijn mensen in een conditie te brengen waarin zij in staat zijn het zonder eikaar te stelten, maar lien in staat te brengen met of voor elkaar te werken in relaties die geen afhankelijkheid impliceren". Nu maar weer terug naar het Nederlandse financieringstekort. ,,Het wordt tijd dat de VESVU weer eens een echte „andersdenkende" uitnodigt", zo besluiten de studenten Alders en Vente hun artikel in het vorige nummer. Ooit gedacht aan meer meisjes in de VESVU?
229
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's