Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 408

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 408

6 minuten leestijd

eenmaal een vertrouwelijke relatie met een aantal van m'n klanten. Tenminste, die indruk heb ik. Oké, neem maar op: dat verdachte eerder is veroordeeld voor gekwalificeerde diefstal en ook naar eigen zeggen dit feit gepleegd heeft om in zijn heroïneverslaving te voorzien, zodat er gevaar is voor herhaling van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf staat van zes jaar of meer. En verder, zoals gebruikelijk, hè? Dus: Amsterdam, Demersluis of een andere plaats van bewaring, zoals door de wet bedoeld, elders in Nederland."

„Openlijke geweldpleging" 1981, R-C Crefeld; openlijke geweldpleging — Zomermiddag, een stralende zon. Binnen is daar weinig van te merken: het is er wel warm, doch schemerig. Er zijn gelukkig maar weinig voorgeleidingen, vandaag. Dit wordt de laatste en het is pas over half vier. Advocaat Heynis is zojuist binnengekomen. In de wachtkamer heeft hij het volledige dossier over Jaap Hiilege kunnen doorlezen; mevrouw Crefeld werkt daarin altijd zoveel mogelijk mee. Jaap is één van de vijf jongens die werden gearresteerd, omdat er mensen op straat waren mishandeld. Twee der verdachten, hij en Dennis de Vries, worden voorgeleid bij de R-C. De andere drie zijn, nadat zij een verklaring hebben afgelegd, naar huis gestuurd. Het is bijzonder moeilijk, zo niet ondoehlijk, aan de hand van deze verhalen de gang van zaken te reconstrueren. Zo te lezen, heeft vrijwel niemand zelf iets gedaan. Getuigenissen over het aandeel van medeverdachten zijn vaag of onderling tegenstrijdig. Openlijke geweldpleging in bedekte termen. Hillege is twintig jaar, al vaker met de justitie in aanraking geweest, maar nog niet voor dit soort zaken. R-C Crefeld kent hem niet. Na het doornemen van de personalia opent zij het gesprek met haar vaste introductie: ,,lk ben mevrouw Crefeld, ik ben rechter-commissaris. Nu zal ik u uitleggen, wat ik doe. Ik ben een lid van de rechtbank. Ik doe onderzoek in strafzaken en moet beslissen over de vraag of iemand naar het huis van bewaring gaat." De vordering van de officier, gerechtelijk vooronderzoek en voorlopige hechtenis, ligt voor de verdachte op tafel. Hillege moet deze lezen. Cre-

370

felds eerste, eveneens gebruikelijke openingsvraag betreft het proces-verbaal van de politie: ,,Heb je je verklaring zelf gelezen of werd ie voorgelezen?" ,,Zelf gelezen, mevrouw." „Klopte die?" ,, Ja mevrouw." ,,Was het helemaal juist weergegeven?" ,, Ja mevrouw." ,,Nou, dan gaan we nu naar 18 juli. Het echte verhoor." Zij wijst de verdachte op zijn zwijgrecht en vraagt hem nog eens te vertellen, wat er die dag precies is voorgevallen. Er zijn twee vechtpartijen in het geding: één voor café Het Wiel, 's middags, en één tegen de avond, ergens op straat. Jaap Hillege wil best praten; zonder aarzelen doet hij zijn verhaal uit de doeken. Af en toe gaat het mevr. Crefeld te vlug, omdat hij de neiging heeft alles, wat hem te binnen schiet, achter elkaar op te spuien. Feitelijke gebeurtenissen, uiteenlopende tijdstippen en verdachtes persoonlijke interpretatie zijn soms moeilijk te onderscheiden. Bovendien spelen veel van zijn, door hem alleen bij de voornaam aangeduide, makkers een rol die volgens hun eigen zeggen en blijkens de verklaring van Hillege nogal vankleurverschilt. ,,Wacht één seconde, hoor!" zegt de R-C meerdere malen, terwijl zij het één en ander opschrijft en tegelijkertijd het proces-verbaal van de politie probeert te verifiëren. ,,Mark-Jan, Bas, Pieter, Erik: dat zijn dus Gehrke, Van der Meulen, Van Crimpen en Siekerman, hè?" Zij stelt nu meer gerichte vragen, om te beginnen over de gang van zaken bij het café. Henri Sluiter is daar ,,in elkaar geslagen" door enkele vrienden van de verdachte en ,,misschien door een paar anderen uit de kroeg die buiten kwamen kijken, wat er aan de hand was". Op zichzelf was er reden genoeg voor Hillege met het slachtoffer een rekening te willen vereffenen: de jongen zou de auto van zijn vader hebben beschadigd zonder ooit de schade te hebben betaald. Maar zo is het niet gegaan. ,,lk stond toevallig voor de-kroeg te praten. Henri wou zijn brommer pakken en toen begon Erik die jongen te slaan en te schoppen. Die jongen probeert Het Wiel binnen te rennen. Hij viel en iedereen ging toen om hem heen staan; misschien een man of tien, vijftien. Bas bemoeide zich er ook mee. Ik ging erbij staan. De bril was dus van die jongen z'n hoofd gevallen. Ik zocht die bril nog, maar Dennis had

die al opgeraapt. Ik heb toen wel zoiets gezegd als: maak, dat je weg komt; Mark-Jan ook. ik geloof, dat Bas hem toen nog een schop gaf. Misschien dacht Henri daarom wel, dat ik dat deed want hij kon dus niet zien, wie hem van achteren schopte. Ik deed het in ieder geval niet. Echt niet." Griffier Van 't Hoff, een oudgediende in het kabinet, heeft een tijdje zitten meeluisteren. Het dossier kent hij niet, maar hij heeft kennelijk zo zijn eigen gedachten over het gebeurde. Hij staat op en loopt de kamer uit. Tien minuten later komt hij terug. Hij heeft even koffie gedronken en een, opvallend agressief, spelletje tafeltennis gespeeld met een parketwachter. Advocaat Heynis zwijgt voorlopig en maakt nu en dan een korte notitie; soms staart hij geruime tijd naar buiten. Aan de orde zijn nu de gebeurtenissen die zich later op de dag voordeden, waarbij een willekeurige voorbijganger werd gemolesteerd. Op een geven moment kwam er een politieauto voorbij. Hillege: ,,De jongens zeiden ,,lopen" en toen ben ik ook maar gaan rennen. Later zijn we toen opgepakt in een café. Maar die man heb ik niet eens aangeraakt." R-C Crefeld: ,,Als ik dat zo hoor, zijn jullie allemaal een stel schatten. Maar als iemand jullie 's avonds op straat tegenkomt, heeft hij kans een gebroken neus op te lopen en smerige, gescheurde kleren." Verdachte: ,,lk heb verschillende getuigen, dat ik niks gedaan heb." De R-C: ,,lk heb ook verschillende getuigen, datje het wel gedaan hebt!" Stilte. Mevr. Crefeld bladert het dossierdoor. ,,lkleeshierinEriksverkaring:,,lkzag, dat Pieter en Jaap de man enkele klappen gaven". Nou?" ,,Dat heeft ie dan verkeerd gezien, 't Is gewoon nietwaar." De R-C: ,,Dan hebben we Mark-Jan. Eenzelfde verhaal. Toen jij je met die man had bemoeid, zag Mark-Jan, dat hij uit zijn zijn neus bloedde." Zij leest nu de hele verklaring van de medeverdachte voor. Hillege schudt voortdurend zijn hoofd. Van Dennis herinnert hij zich, dat die een schop gaf. En het IS mogelijk, dat Alex en André een paar stompen hebben uitgedeeld. Maar hijzelf was doorgelopen. „Nou, je hebt geen werk, hè? Een uitkering. Je woont bij je ouders. Nog broers en zusters? Heeft je vader werk?" Hillege heeft eindexamen driejarige MAVO. Twee broers, één zuster. Zijn vader mag niet werken; hij is hartpatiënt. ,,Je bent 20 jaar. En ik zie, dat je nu al

VU-Maqazine11 (1982)11 november 1982

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 408

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's