Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 213

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 213

6 minuten leestijd

van dit volk is gelegen. Maar de belangrijkste en eerste opdracht blijft voorlopig: De wortels bloot leggen van het theologisch en kerkelijk anti-judaïsme, die mede de ontwikkeling van het racistisch en politieke antisemitisme hebben mogelijk gemaakt. De ontwikkeling van een ,, J uden reine'' kerk in Europa is onontwarbaar verweven met die van een „Judenreine" samenleving, die Hitler en de zijnen beoogden. "(26-28). Het blootleggen van de wortels van het theologisch en kerkelijk anti-judaïsme raakt niet alleen de geschiedenis van de kerk, maar ook het Nieuwe Testament zelf. Rosemary Ruether, de Amerikaanse theologe, die het afgelopen jaar als eerste de Kuyper-lezingen aan de theologische fakulteit van de VU hield, probeert in haar boek „Faith and Fratricide" (the theological roots of antisemitism)" de anti-judaïstische tendens in het christendom tot het Nieuwe Testament te herleiden en vraagt dan — en Jansen maakt haar vragen ook tot de zijne: ,,Als het anti-judaïstische virus een integraal deel is van de christelijke boodschap, tasten wij die boodschap dan niet wezenlijk aan, als wij dat virus bestrijden? Loopt iemand die de geschriften van het Nieuwe Testament van de anti-judaïstische ideologie wil reinigen, niet het gevaar het Evangelie zelf wezenlijk aan te tasten of het zelfs met wortel en tak uit te roeien? Christelijke theologen kunnen die vragen niet a priori beantwoorden, maar zij weten ook dat het niet mogelijk is die boodschap van Jezus te verdedigen door haar voor ideologiekritiek immuun te verklaren. Het Evangelie heeft immers geen valse bescherming nodig. Als wij het uiteindelijk effect van het functioneren van verschillende uitspraken uit het Nieuwe Testament niet mogen kritiseren, dan kan het Evangelie niet het woord van de levende God bevatten. Rosemary Ruether toont aan dat antijudaïstische tendensen in de christelijke leer niet op latere ontwikkelingen in het christendom zijn terug te voeren, maar vanaf het prille begin van het ontstaan van de christelijke kerk zijn te beluisteren. Zij zijn wezenlijk met de verkondiging van Jezus als de Christus verweven. De belijdenis dat Jezus de beloofde messias is en de vervulling van de beloften die Israël had ontvangen, bracht met zich mee dat men de hebreeuwse bijbel op een heel eigen wijze ging uitleggen. Nog voordat de geschriften van het NiéuweTestament waren ontstaan, fundeerden zowel de joodse synagoge als de christelijke kerk hun existentie in dezelfde hebreeuwse bijb>el maar zij la-

vu-Magazine 11 (1982) 5 (mei)

zen die bijbel heel verschillend. De joodse synagoge geloofde dat de beloften ten aanzien van de messias nog vervuld moesten worden, terwijl de christelijke kerk van mening was dat met de komst van Jezus' van Nazaret en het aanbrekende koninkrijk deze beloften al vervuld waren. De christelijke kerk wees de joodse interpretatie van de hebreeuwse bijbel vanaf het begin af. Ruether noemt deze fundamentele afwijzing de ,,linkerhand van de christologie", zoals die in de geschriften van het Nieuwe Testament is uitgewerkt en zij ziet in deze afwijzing de bron en oorsprong van het christelijk antisemitisme. De christelijke kerk wilde overtuigend bewijzen dat de joodse uitleg van de hebreeuwse bijbel vals was en dat alleen de kerk de ware hermeneutische sleutel in handen had om de authentieke betekenis op het spoor te komen. De christelijke kerk probeerde daarom ook de voorspelling van Israels blindheid in de hebreeuwse bijbel te vinden. Zij las de geschiedenis van Israël als een ononderbroken aaneenschakeling van weerspannigheid en ontrouw aan God, die culmineerden in de afwijzing van Jezus van Nazaret. Vanaf het begin van zijn geschiedenis was Israël blind geweest om de authentieke betekenis van zijn eigen geschriften te kunnen verstaan. Het is deze,,linkerhand van de christologie", die het radicale onderscheid tussen de „gelovige kerk" en de,,blinde synagoge", tussen het,,Israël des vlezes" en het,,Israël van de Geest", tussen het,,aardse en hemelse Jeruzalem" formuleerde. Om de tegenstelling tussen beiden nóg scherper te formuleren, sprak men over „geest en vlees", ,,licht en duisternis", ,.waarheid en dwaling",,.genade en verdoemenis", ,,vertrouwen en zelfrechtvaardiging", ..dood en leven", totdat het joodse volk de belichaming werd van alles wat in deze wereld onverlost, pervers, afzichtelijk, kwaad en duivels is. Volgens Ruether werd deze ..linkerhand van de christologie", die zijn fundamentele aanzetten in de geschriften van het Nieuwe Testament heeft, in de verdere ontwikkelingen van de theologen in de kerkgeschie-

Nieuw Testament moet anders gelezen worden

denis telkens opnieuw geactualiseerd. Volgens haar konden de theologie en geestelijke leiders, die het theologisch en kerkelijk anti-judaïsme in de kerken formuleerden en praktizeerden, zich terecht op de geschriften van het Nieuwe Testament beroepen". (31-32). Daarom pleit dr. Jansen er dan ook voor thans, na Auschwitz, het Nieuwe Testament anders te lézen, namelijk vanuit de overtuiging dat de beloften die de God van Abraham. Isaak en Jakob aan het Joodse volk heeft gedaan nooit door hun God, die ook onze God is, herroepen zijn. Zijns inziens is mede door de schok van de verschrikkelijke vervolging en vernietiging tijdens de Tweede Wereldoorlog nu bij vele christenen en in de verschillende kerken deze centrale bijbelse gedachte van Gods blijvende trouw aan dit volk herontdekt. ,,Maar", — zo voegt hij er meteen aan toe — ,,het is van groot belang dat christenen zich realiseren dat ze door dit uit te spreken een keuze doen. Er komen in het Nieuwe Testament teksten voor. waarin felle

'Endlösung'was vertaling van theologisch erfgoed kritiek geleverd wordt op het doen en laten van de joden, maar het gaat dan altijd om een dispuut en konflikt tussen die joden die wèl en die niét in Jezus geloofden. Wij als christenen van de twintigste eeuw, die gezien hebben welk onheil erdoor is aangericht, kunnen en mogen niet zonder meer teruggrijpen op deze teksten en ze gebruiken alsof er in tweeduizend jaar kerkgeschiedenis niets gebeurd is" (415). Uitvoerig gaat dr. Jansen in op wat in die tweeduizend jaar kerkgeschiedenis gebeurd is. Zijn uiteenzettingen vormen één lange aanklacht tegen het christendom. Ook de grote hervormers Luther en Calvijn vormen geen positieve uitzondering. De Nazi's hebben bij voorbeeld gretig van Luthers geschrift ,,Von den Juden und ihre Lügen", gebruik gemaakt. Zeer onthullend is in dit verband de lijst die dr. Jansen maakte van de christelijke verbodsbepalingen tegenover de Joden. De Nazi's waren wat dat betreft bepaald niet origineel:

195

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 213

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's