VU Magazine 1982 - pagina 171
Uit de Hortus Citrullus (bittere komkommer, meloen, kolokwint) door Daan Smit ,, Toen Elisa naar Gilgal terugkeerde, was er honger in het land. Terwijl de profeten vóór hem gezeten waren, zeide hij tot zijn knecht: Zet de grootste pot op en kook moes voor de profeten. Daarop ging er een naar het veld om groenten te plukken; en hij vond een wilde slingerplanten plukte daarvan wilde kolokwinten, zijn kleed vol. Toen hij teruggekomen was, sneed hij die in stukjes in de moespot; want zij kenden ze niet. Vervolgens schepte men voorde mannen op om te eten. Maar zodra zij van het moes hadden gegeten, schreeuwden zij het uit: De dood in depot, man Gods! En zij konden het niet eten. Doch hij zeide: Haal dan meel. En hij wierp het in den pot en zeide: Schep op voor het volk, opdat zij eten. Toen was er niets kwaads meer in den pot." (2 Koningen 38-41)
markeren de plaats waar de plant eens groeide. Goed ontwikkelde planten brengen meerdere lange, ruwbehaarde stengels voort en vruchten tergtootte van een flinke sinaasappel. In nog niet geheel rijpe toestand zijn ze licht en donkergroen gemarmerd terwijl het vruchtvlees waartussen de vele, kleine bruine zaden zitten, wit is. Ofschoon de vruchten ongenietbaarzijn, worden ze wel in de volksgeneeskunst als een niet ongevaarlijk, doch zeer efficiënt laxeermiddel gebruikt. Ons klimaat is echter te koud om de kolokwint — althans buiten — te kunnen kweken, hetgeen eveneens geldt voor de nauwverwante watermeloen.
bij het eten ervan verkoeling. Onderde dunne gemarmerde glad groene, vrij harde glimmende schil, bevindt zich — al naar gelang de cultuurvariëteit — het van donker diep rood variërend tot licht geel gekleurde zoetige vruchtvlees, waartussen de vele kleine zwart glimmende zaden verspreid liggend voorkomen. De hier genoemde soorten behoren alleen tot de familie van de komkommerachtigen (CuCitrullus vulgaris (syn. C. curbitaceae). lanatus) en de gewone meEen andere komkommerloen (Cucumis melo). Beide achtige die aldaar eveneens Iaatsten waren het waaraan inheems was en zelfs in ons het volk van Israël terugdacht toen ze door de woes- land wel eens verwilderd voorkomt, en in dit verband tijn , verstoken van eten en ook in aanmerking zou kundrinken, op weg gingen nen komen, is de springnaar het beloofde land: komkommer(Ecballium ela„ Wij denken terug aan de vis, die wij in Egypte aten om terium). Deze interessante plant is zonder veel moeite niet, aan de komkommers bij ons te kweken. Wie hem en de meloenen, het look, eenmaal in de tuin heeft gede uien en de knoflook" (Numeri 11:5) had, wordt jaarlijks weer verrast door jonge, heren Noch Citrullis vulgaris, der spontaan opschietende noch Cucumis melo waren zaailingen. Wanneer de daar inheems, doch sinds vruchtjes rijp zijn worden de lange tijd in cultuur bij de zaden met kracht en geweld Egyptenaren, die er reeds weggeslingerd, vandaar vele grootvruchtige selecdan ook dat men de zaailinties van kweekten. Vooral gen overal terugvindt. de watermeloenen, gaven
,,en zij gaven Hem wijn, vermengd met gal, te drinken. En toen hij dien proefde, wilde hij niet drinken " (Mattheus27:34) „Zo bitter als gal", luidt een oud, overbekend spreekwoord en terecht! Wie ooit geproefd heeft van een vrucht van de kolokwint (Citrullus colocynthis) weet eens en voor altijd wat bitter is. De bittere meloen is inheems in droge streken van het Middellandse Zeegebied. Het is een overblijvende meerjarige plant die gedurende de droge tijd geheel afsterft op de vlezige wortel na. Alleen de vruchten die dan vaak in droge toestand in het zand liggen
VU-Magazine11 (1982) 4 (april)
157
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's