Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 99

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 99

3 minuten leestijd

tanten, tenslotte de grote mislukking als Karel V met geweld de reformatie wil vernietigen, ontslag in Straatsburg en nog een paar jaar als vluchteling in Engeland. Dat is het leven van Bucer. Het ligt voor de hand, dat zijn correspondentie zeer uitvoerig is geweest: er zijn ongeveer 2.500 brieven van en aan hem bewaard gebleven. Daaronder zijn er, die de omvang van een tractaat hebben. Onbegrijpelijk is het, dat iemand die zozeer een man van de daad was, intussen ook nog een zeer omvangrijk theologisch, exegetisch en polemisch oeuvre heeft nagelaten! Bucers betekenis is thans algemeen erkend. Geen wonder dan ook, dat na de laatste wereldoorlog plannen werden gemaakt om zijn werken uit te geven, zoals dat van bijna alle belangrijke theologen uit de reformatieperiode al gebeurd is. Dit was temeer noodzakelijk, omdatde oorspronkelijke edities zeer zeldzaam zijn. Zelfs goed voorziene oude bibliotheken hebben meestal maar een klein gedeelte van zijn werken. Men kwam tot een zekere taakverdeling: in Munster zouden de geschriften worden uitgegeven die Bucer in het Duits heeft geschreven, in Straatsburg de Latijnse en de brieven. In Munster is de onderneming behoorlijk gevorderd. Onder leiding van de kerkhistoricus R. Stupperich, die daar hoogleraar was aan de protestantse theologische faculteit, zijn vanaf 1960 zeven dikke delen verschenen. Vele kerkhistorici, bijna allen Duitsers, hebben hun bijdrage daartoe geleverd. Een secretariaat, de laatste jaren onder aanvoering van de Nederlanderdr. M. de Kroon, coördineert het geheel, stemt werkstukken op elkaar af, zoekt medewerkers, voert besprekingen met de uitgever enz. enz. Kortom: het loopt daar uitstekend. De laatste jaren is het project onder de Heidelberger Akademie der Wissenschaften gesteld. In Straatsburg was men minder fortuinlijk. Voor de brieven vond men de beste man ter wereld op dit gebied, de al genoemde dr. Rott. Als directeur van de bibliotheek van Straatsburg was hij overbezet. Wat hij vele jaren daarnaast heeft gedaan om de brieven van en aan Bucer op te sporen, te ontcijferen — een ontzettend werk, want Bucers schrift is iets afschuwelijks — en in systeem te brengen, is ongelofelijk. Gelukkig kwam hij tenslotte in dienst van het,,Centre National de la Recherche scientifique", de Franse ZWO. Sindsdien heeft hij zich volledig aan Bucers brieven kunnen wijden, een werk waaraan door zijn

vu-Magazine 11(1982) 3 (maart)

E P I S T o L A ^m-CumcnimnxrrcJjiiOccolMttpsdium Con.: on-itcTcm Auv::r.!r::L-!ijlum> (y- l-r j.ncihdr.oru'T. di!Xi\T£uxorc>,fub:ccir,\r.uiin!':r looser ;i: ex' leoi • yurushic cAnd-jr -'Si • lS.J.mcumplu:>.hr.it (^•AA:uor .^!:iv.crj.!it,CjUodnulllh'.c bii'.k^c-.fAcnd.-.ciü cioi:cTith.ih::cr.it Kcc dlic t^rcir.CTch: •: q^o:^-: dcTiiStico, bidcar, a^uod(cripp:ni:tddcni i-C'i-'old- i'iv.. runt chco dj.miiidiu:rforio,dum Lucbj.rtj!.J. trnat::, j^'i" tempt} Eu uocx-mimitui eü. KcmficdfidmfuijictcfusSchanfn^m cuere. Qu^nt uerofecurc hibct fiacm mcnc:.i conctdiijc-cijs E R A i Ai V S, cjr quAm parui-..> caincapit(ibonorüprouocAre:>qui i lUvsiu,'.: pias futa • Tfjtfi rei hmufrc - Co!,piiurij :. fcüpi Argcntorixtttuh£ctcsii.tifunt- ÜLum,-...• dcaiyqui pcrin rifj^icum , cum i'diiuuicui cor . erst,in diucrforiopdgitiui noma: vctu: ;J;,proidtA pyxidc uidcrc ucllct > num lati^r.. • huccjfcnt, quoicmerdtpAnci üu^qiuoy>ux:. •• gouocdatur,unum fupcrnrlictnicm cj'torii.- • furr.AccepilJ'c AcdixtpiCiSao ,tJio Sdccrdoir..'. mnur,<^uumpUnuinon jii,frdóium(]; iiiy.tun---i fAccrdo^umuor;iif€-,ddditod'icfoUi faccrcf^ar doi-^cct{uic(^udm<:idccidi]7ccumbocdcji^--i'^ rct,ficucn:£icdupon^ridf uificuicrcpitHir. j . ' ihi\uidiu pO}},cuininterim e r dhj cöutux jaw:niffcm, (^ucnouit'Srr'dfmuse[fc uinostrudiacrj'j ryifliorcm, er mno imdUio con|l<ii)sc;jc,dc.; piijccum

Pagina uit de Epistota apologetica

pensionering vijf jaar geleden niets veranderd is. Eén deel van de brieven is ruim twee jaar geleden verschenen. Een briefuitgave eist nu eenmaal een lange tijd van voorbereiding, voordat enig resultaat naar buiten komt. Er zal in de loop van de jaren nog wel een deel of dertig volgen. Maar nu de Opera patina. Daarvan verschenen in 1954 en 1955 de delen 15 en 15bis. Ik vind het wat merkwaardig klinken, maar achter deze telling lag het plan, om de Latijnse werken in 15 delen uit te geven, waarvan deel 15 het chronologisch-laatste bevatte. De logica is ijzersterk, maar toch... Daarna heeft de onderneming volledig stilgelegen. Dat is ook geen wonder, want de evangelische theologische faculteit van Straatsburg, die haarzou moeten bevorderen, heeft een zwakke bezetting. Juist in de tijd van het genoemde Calvijncongres vroeg men zich daar echter af, of het mogelijk zou zijn, de zaak weer van de grond te krijgen. Straatsburg is ook in de vorige eeuw een zeer belangrijk centrum van reformatie-onderzoek geweest. Daar is b.v. de uitgave van Calvijns werken verzorgd, een reusachtige onderneming. In de laatste jaren doet men er weer belangrijk werk op dit gebied. Daarin past de Bucer-uitgave natuurlijk heel goed. Onder leiding van Lienhard en Rott werd in 1977 een kleine bijeenkomst van geïnteresseerden gehouden. Uit Nederland was naast mij de kerkhisto-

iSÜ

rPiSTOLA APdl.UOI.ilCA

prmcipiiiii ullrictbus ins periicndos ;iddicil. Quo sane special cl illud, c|in)li cual. qiii '"'•) anlc bicnnnidl ob slaptutü Basucac vir^is piibbciliis cacsus c! in exilium deducius csi. ccclcsiasus oius ecclesiae adnumcravii scribens ad c'piscopum Lcodicn-EL3bj-icm. Cam cnim aarrassei Oecolams padium " * ) . concionatorcm Aagusiinicnsiuni ci Franciscanorum duxissc uxores. subiccii: .Unus mier hos erai cacicbs.. Minis liic candor csi! Nam lum pios minus quaioor anni crani, ijuod nuliom liic Basilcac concioncm habucrai, Nee abo periincrc hoc qiioque vidciur, quod scripsii"') in eadem lOepislola: d n pago quodam, cui nomen Veins vicus, riJslicus quidam in divcrsorio. dum eucharisiiam irridci, snbiio exaniinaius esi. Rem sic aciam fuisse icsies docuerc. Qaam vcro secure habei fidcm mcndaciis sw) Erasmus cl qaam parvi facii in capita bonorum provocare qui in illos fucuni plus saus' 15 Tesies rei huiusce eonsiliarii episcopi Argenioratensis haec icsiaii sunt: ilium quidem qui periil rustlcura, cum ncdiluus cui comes crol in divcrsorio pagi, cui nomen Vetos vicus. prolaia pyxide videre vcllei, num imegri adhuc csscni quos emerai panes ilii. qui hostiae vulgo vocaniur, unum supernc iaL-coietn ei tortuosum accepisse ac dlxisse20 «Scio ilio saccrdos non ulilur. quuin planus non sil', fraeiuitiquc in morcm saccrdoluni vorassc addilo: "Sic solcl facere sacerdos^; ncc quicquaiTi ei aecidissc. cum iioc designarei. sicut nee a cauponaria fuisse increpitum; scd aliquamüiu posi. eum imcriiii et alii convivac advcnisscot, qucm novii Erasmus esse in nosiris diversoriis morem, 2i et vino iain allaio conscdissent, iicec-iLi)aJ-pissc cum poculumi cuin

Dezelfde tekst in het eerste deel van de nieuwe Bucer-uitgave (pag.89)

ricus van de Hogeschool van de Christelijke Gereformeerde Kerk aanwezig, W. van 't Spijker. Hij is een uitstekende Bucerkenner, in 1970 aan de VU bij Nauta op Bucer gepromoveerd, en dus vol belangstelling voor de onderneming. In Straatsburg werden afspraken gemaakt, regels voor de tekstuitgave werden opgesteld, contact met uitgevers volgde. Nu is het dan zover, dat het eerste deel in de nieuwe opzet verschenen is. Er staan drie geschriften van Bucer in. Het eerst is bewerkt door Lienhard, het tweede is van mijn hand, het derde van P. Fraenkel, een Oostenrijkse kerkhistoricus, die aan het Instituut voor Reformatiegeschiedenis van de universiteit van Geneve verbonden is. Voor een internationale onderneming een passende bezetting! Dat een dergelijke samenwerking niet alleen voordelen biedt, bleek vorige zomer. Omdat Lienhard het centrale adres was, stuurde de uitgever alle drukproeven daarheen, zodat Fraenkel en ik onze correcties en ons aandeel in de uitvoerige registers naar Straatsburg op moesten sturen. De Franse douane nam blijkbaar voetstoots aan, dat een uit Nederland verstuurd pakket wel drugs moest bevatten en liet het netjes liggen, bij elkaar een week of zes. Dat was geen plezierige tijd: om de andere dag belde Lienhard mij óf omgekeerd, en ik zag het spookbeeld al opdoemen van een tweede keer een register samensteilen. Alsof één keer niet erg genoeg is! Maar gelukkig arriveerde

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 99

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's