VU Magazine 1982 - pagina 33
staatsbedrijven en staatsdeelnemingen ,,De staat als ondernemer" had VU-medewerker mr. H. J. de Ru aanvankelijk het boek willen noemen waarop hij 9 september in Utrecht promoveerde en hij zag bij wijze van spreken deze prikkelende titel al op het omslag staan. Maar al vrij snel tijdens z'n studie gaf hij deze werktitel prijs. „Naarmate m'n onderzoek vorderde, kwam ik er achter dat als er één titel was, die ik niet mocht gebruiken het déze was. De staat ondernam juist niet!", verzekerde hij VU-magazine.
Het is een boeiend onderwerp dat mr. De Ru overhoop heeft gehaald. Dat de overheid op alle mogelijke manieren betrokken is bij ondernemingen, weet elke krantelezer, maar vergeefs zal hij 'n boek zoeken waarin uit de doeken wordt gedaan hoe dat nu in Nederland in elkaar steekt en hoe dat is gegroeid. In zijn voorwoord noemt De Ru Nederland wat dit betreft een onontgonnen gebied. Vandaar dat hij ook z'n aanvankelijke plan liet schieten om heel Europa onder de loep te nemen. Het accent in z'n boek ligt nu op de Nederlandse overheid. Het boek komt uit in 'n periode van betrekkelijke windstilte in Nederland rond de materie. Welk onderwerp ook politieke emoties in Nederland los maakt, over nationalisatie en socialisatie van ondernemingen wordt nauwelijks meer gerept, in tegenstelling tot b.v. landen als Engeland en Frankrijk (Mitterand). In Nederland nationaliseert of denationaliseert men al naar gelang de praktijk er behoefte aan heeft. Er wordt niet dogmatisch maar praktisch gewerkt. Den UyJ bracht de DSM, een staatsbedrijf, onder rn een NV. En de liberaal Ginjaar stelt voor om een staatsbedrijf op te richten voor chemische vuilverwerking. Niemand windt zich er over op. Het onderwerp wordt nuchterder, minder vanuit een politiek „geloof" bekeken. De Ru mag dan ook rekenen op 'n bedaard publiek bij z'n boodschap dat van nationalisaties en socialisaties minder heil mag worden verwacht dan in vroeger tijden links Nederland deed en anderzijds loopt,,rechts" mogelijk niet meteen purperpaars aan bij het bericht dat socialisaties en nationalisaties minder bedreigend zijn voor de vrije markteconomie dan gelovigen in het liberalisme in hun nachtmerries meenden.
vu-Magazine 11 (1982) 1 Oanuari)
Mr.H.J.deRu
Achter het koortje garagepersoneel dat roept „De service bij Renault, is zó", zoekt men niet aanstonds een staatsbedrijf (voor straf overigens staatsbedrijf geworden, omdat Renault zich te veel met de Duitse bezetter had ingelaten); terwijl bij Volkswagen zich weinigen realiseren dat we hier van doen hebben met een particuliere onderneming, die Hitler als staatsbedrijf begon omdat het particulier initiatief er niets in zag (na de oorlog ,,geprivatiseerd", waarmee de herinnering van de zondige geboorte vervaagde). Maakt het veel verschil? Wie het ervaart mag de vinger opsteken. De Ru is het niet eens met de opvatting die in vrijwel alle parlementaire discussies wordt gehoord, dat staatsbedrijven of vennootschappen waarin de staat deelneemt kiemen van centralisatie van economische beslissingen bevatten. Hij bestrijdt Zijlstra en Goudszwaard die in 1966 in een rapport, uitgebracht aan de commissie van de EEG, schetsten hoe men in vier stadia terecht zou kunnen komen bij de,,volstrekt geleide economie". ,,Uit mijn studie komt naar voren, dat de juridische vormgeving van de organisatie en de daarmee samenhangen-
de rechtspositie van de onderneming tegenover de overheid hulpmiddelen zijn, die mede voorkómen dat nationalisatie tevens centralisatie van produktiebeslissingen betekent. De juridische mogelijkheden zijn dusdanig, dat het principiële bezwaar van Zijlstra en Goudszwaard tegen de toename van de publieke sector van het bedrijfsleven door mij niet gedeeld wordt." Kortom, zo'n vaart loopt dat niet mei die geleide economie, dacht De Ru. Hij veronderstelt dat een investeringswetgeving beperkender is voor de vrije loop van de economie dan nationalisatie. Terloops knaagt mr. de Ru ook aan 'n geschiedenisbeeld als zou de grote lijn in de vaderlandse geschiedenis zijn geweest een ontwikkeling van volledige staatsonthouding naar 'n toenemende staatsbetrokkenheid (bemoeienis) met ondernemingen, zoals gesuggereerd wordt met begrippen als ,,nachtwakerstaat" en ,,laissez faire, laissez aller". De Ru: ,,ln Nederland heeft de centrale overheid van het begin af aan een actieve rol gespeeld in de economie. Dit was het geval onder Koning Willem I, maar ook in de periode dat het liberalisme hoogtij vierde. Van volledige staatsonthouding is nooit sprake geweest. Het meest intensief is de overheidsbetrokkenheid bij het economisch gebeuren in tijden van crisis en van ,.economisch zwaar weer". Doch dan is van directe, dwingende sturing van ondernemingsbeslissingen nauwelijks sprake. Integendeel! Overleg met het bedrijfsleven staat voorop. Zuivere staatsbedrijven in Nederland kan men thans op de vingers van één hand tellen. Het zijn er vier: 1. de PTT 2. Het Staatsdrukkerij- en uitgeverijbedrijf
31
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's