VU Magazine 1982 - pagina 344
Zaterdag 18 september:
Open dag over jGeloof en Wetenschap' Samen met de Unie ,,School en Evangelie" organiseert de VUVereniging (VUSA) zaterdagmorgen 18 september in de VU-aula een discussie-bijeenkomst over „Geloof en Wetenschap". Aangeboden zal die ochtend ook worden een, bij Kok-Kampen onder dezelfde titel verschijnend, boekje, dat door een aantal VU-medewerkers is geschreven. De verschijning van dit boekje (cahiers voor het Christelijk Onderwijs, nr. 41) was de aanleiding voor het beleggen van deze dag De bijeenkomst is voor iedereen toegankelijk die zich opgegeven heeft bij het Bureau van de Vereniging, postbus 7161, 1007 MC Amsterdam (tel, (020) 5 48 26 78 of 5 48 36 92). Nadat een van de auteurs van het boekje het onderwerp heeft ingeleid, volgt er een forumdiscussie onder leiding van de rector-magnificus van de VU, prof. dr. H. Verheul. De vergadering begint om 10.30 (koffie vanaf 10 uur); om éen uur wordt de deelnemers een lunch aangeboden Het boekje ,,Geloof en Wetenschap" (ƒ 14,90) bevat bijdragen van prof. dr. J. van der Hoeven, prof. dr. B. Goudzwaard, prof. dr. J. van de Fliert, prof. dr. L. Strengholt en dr. J. Davidse. Drs. K.deJongOzn had de redactie Prof. Van der Hoeven, die aan de VU de geschiedenis van de moderne wijsbegeerte doceert, maakt m zijn bijdrage enkele kanttekeningen van algemene aard bij het onderwerp. Voor zover de titel nog een concurrentieverhouding suggereert lijkt hij uit de tijd, meent prof. Van der Hoeven. Toenadering, met een gelijktijdig besef van onderlinge aanvulling schijnt een meer passende typering van de relatie, zoals die zich in de tweede helft van deze eeuw ontwikkelt Aan het slot van zijn bijdrage werpt hij de vraag op of er zoiets als ,,christelijke wetenschap" bestaanbaar lijkt. ,,Niet in de zin van een apart, eventueel zelfs stoer, bouwwerk van een bijzondere constructie of een geheel eigen aanzien", antwoordt hij Maar in een tijd waarin ,.wetenschap" herontdekt wordt als een proces, dat geenszins onttrokken is aan historische veranderlijkheid, en als een menselijke activiteit die verweven is met menige andere, winnen ook vragen van grondhouding en van gerichtheid weer aan belang. Voor mijn besef (...) zou ,,christelijke wetenschap" in elk geval als hoofdkenmerken moeten dragen a. een houding van nederigheid, en
314
dan uiteraard een echte. Want er is helaas ook geposeerde, erger nog. een pseudo-nedengheid die dient als alibi voor geestelijke, ook intellectuele, luiheid, dan wel voor een zeker provincialisme. — alsof wetenschap niet een gemeenschappelijke zaak zou zijn van en voor mensen over de heleaardbo; b. genchtheid op — want ten diepste dóór — het intergrale van de werkelijkheid en variatie. Gerichtheid op het intergrale heeft geen vrede met fragmentansatie, d.w.z. met zich steeds meer verzelfstandigende specialisatie en met verbrokkeling of versplintering van de onderzoeksvelden, noch met een daarmee vaak gepaard gaande bijziendheid (,,reductionisme"). Ze kan ook niet berusten in polarisatie het verschijnsel waarbij tegenover één geïsoleerd en vastgezet fragment zich een ander, losgeraakt, fragment gaat roeren en zijnerzijds vastzetten. Maar gerichtheid op het intergrale kan ook niet inhouden het streven naar het (echte, definitieve) alomvaststaande ,,systeem",—juist met En, nog minder, het streven naar,,bezit" van de, allesomvattende, Waarheid, — juist niet. Ze staat wel in het teken van ,,perspectief", van een Waarheid die uitstraalt, — God zij dank Z o n ,.christelijke wetenschap" zou vooral moeten weten dat het laten samengaan van deze twee hoofdkenmerken de grote kunst is " ,,Maar wie weet; oefening baart kunst", besluit prof. Van der Hoeven zijn bijdrage Een dergelijke oefening wordt meteen al in de volgende bijdrage ondernomen door prof. dr. B. Goudzwaard, die een kritische beschouwing wijdt aan zijn vak • Naar haar aard is de economie een sociale wetenschap, stelt hij, maar ,,het samenlevingsbeeld van de economie doet vaak meer aan als een soort waterbouwkundig laboratonum.
waarin geld- en goederenstromen worden bestudeerd onder steeds wisselende omstandigheden, dan dat het nog herinneringen opwekt aan het voile sociale leven, waarin mensen er instellingen economisch verantwoordelijk of onverantwoordelijk Kunnen handelen, eikaars levensmogelijkheden kunnen dienen of in de wee staan; en gedreven worden door meemotieven en impulsen dan de geleprikkel alleer Tegen dit ,,zeer beperkte en ,,verwrongen" wereldbeeld in de economie richt hij zich in zijn beschouwing ,,Van de huidige tijd kan gelukkig gezegd worden, dat tal van economisten nu uit hun vroegere dromen ontwaken De bijdrage van prof. J. R. van de Fliert over bijbel en geologie wordt afgesloten met twaalf stellingen. Drie ervan luiden • Bijbels geloof heeft betrekking op de dingen die niet gezien worden, op het antwoord dat we geven op de grondvragen over oorsprong en zin van ons mens-zijn • Wetenschap heeft betrekking op de dingen m de kosmos die wél gezien bestudeerd, gecontroleerd kunnen worden op grond van menselijke mogelijkheden (handen, ogen, verstand etc.) in het milieu waar de mens,,thuis" is en waar hij zijn creatuurlijke taak vervult • Resultaten van geologische wetenschap hebben ogen geopend voor verkeerde traditionalistische voorstellingen omtrent het Bijbels getuigenis, met name in de eerste hoofdstukken van Genesis, en daarmee een beter verstaan daarvan mede mogelijk gemaakt Ook prof. dr. L. Strengholt werpt ter afsluiting van zijn beschouwing ,,literatuurwetenschap in een bijbels kader" enkele stellingen op • Alleen een vanuit de Bijbel werkende literatuurwetenschap is in staat ten volle recht te doen aan de werkelijkheid van de literatuur. • Een bijbelse literatuurwetenschap leidt tot een bescheiden opvatting van kunst en kunstenaarschap • Bijbelse literatuurwetenschap kan geen genoegen nemen met de theorie, dat de ervaring van de lezer bepaalt wat een tekst betekent. De bundel wordt afgesloten met een bijdrage van de historicus dr. J. Davidse. Wordt de werkelijkheid beheerst door geestelijke dan wel matehële factoren'> Het IS een samenspel, meent dr. Davidse en hij illustreert dat met een boeiende beschrijving hoe de eerste kruistocht ontstond,
VU-Magazmell (1982)9septemDer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's