Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 290

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 290

6 minuten leestijd

ineenstorting van het Nederlandse omroepbestel zouden kunnen worden prijsgegeven voor commerciële exploitatie. Een eerste schets bereikt minister Gardeniers op 27 jan. 1978 in de vorm van een bijlage bij een advies van de Omroepraad (waarvan prof. Bordewijk, deel uitmaakt). Tussen de bestaande (tele-)dialoogsystemen en de (tele-)distributiesystemen (telefoon en omroep) dringt zich thans een derde sector in, zo wordt gesteld: (tele-)c9nsultatie-systemen. Een wettelijk kader bestaat daarvoor niet. De indeling komt in datzelfde jaar ook opduiken in verzoeken vanuit Zaltbommel om een machtiging meer dingen met het kabelnet te mogen doen dan het doorgeven van omroepprogramma's. Aangepord door de Omroepraad schakelt minister Gardeniers de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in, waarvan thans de eerste voorstudies van de persen van de Staatsdrukkerij beginnen te komen. Praktischer achteraf bezien was wellicht geweest het enkele weken opsluiten van een staatscommissie in een conferentieoord in de bossen, want terwijl de wetenschappers aan het studeren sloegen gingen de ontwikkelingen gewoon door. Ministervan der Louw was alweer afgetreden voordat de stukken er waren waarop hij zijn, voor begin volgend jaar aangekondigde Medianota mogelijk had willen baseren. Op een driedaags congres ,,Sommatie '82" in Veldhoven gaf prof. Bordewijk in maart van dit jaar een nauwkeuriger uitwerking van de diverse informatieverkeerspatronen, die hij op de kabelnetten zag ontstaan en die elk een eigen benaderingswijze van de wetgever vragen. Hij kwam tot de vier-deling allocutie, registratie, consultatie en conversatie, begrippen die hij ook introduceerde op een inleiding op het glasvezelsymposium van de PTT op 2 april in Den Haag. (Binnenkort verschijnt bij Bosch en Keuning in Baarn een boekje „Allocutie" dat hij samen met Ben van Kaam schreef over communicatievrijheid in een bekabeld land). Met name de ,,technofobie", waaraan veel Nederlandse politici schijnen te lijden dreigt er toe te leiden dat het cultuurbeleid in Nederland bepaald gaat worden door knopen doorh akkende PTT'ers en rechters. Al in 1969 bij de behandeling van de wijziging van de Telegraaf- en Telefoonwet bleek dat menige parlementariër moeite had met de technische kant van de zaak, anders was de kabel wellicht nooit toegespeeld naar de gemeenten. Op dit punt was er geen verschil van mening tussen PTT en prof. Bordewijk. Even sterk kwam in 1975 een zekere machteloosheid van parlementariërs naar boven als technische vraagstukken ter tafel kwamen. ,,Als een zeeleeuw die in het circus de truc van de olifant moet doen, zo voelt zich technisch gezien de met twee linkerhanden behepte spreker die iets zinnigs moet zeggen over de keuze tussen een aftaknet, een sternet of een meegroeinet", verzuchtte een vooraanstaand Kamerlid tijdens de besprekingen. En hij voegde er aan toe: ,,lk geloof dat die truc op voorhand tot mislukken is gedoemd en daarom waag ik mij ook maar niet aan vergelijkingen tussen die netten." Een rilling van ontzetting ging door de kabeldeskundigen van de TH-Delft bij deze tekst van Hans de Boer, thans minister van CRM (in 'n afstudeerscriptie, dec. '80 van ir. F. J. Schrijver over de invoering van kabeltelevisie in Nederland wordt de uitspraak tweemaal aangehaald) maar tegelijk illustreerde de uitlating hoe slecht technici er in geslaagd waren de cultuurpolitieke gevolgen van bepaalde keuzes over het voetlicht te brengen. Wie meer produceerde dan ingewikkeld aandoende technische tekeningen had 264

het gevoel zich buiten zijn vakgebied te begeven, maar het maakt natuurlijk een heel verschil of je een kabelnet ontwerpt dat consumptiedwang of consumptievrijheid bevordert; of het een kabelnet wordt met schakelingen zoals Orwell voor de geest zweefde toen hij ,,1984" schreef, of dat het bedoeld is om regelmatig volksraadplegingen (tele-referendums)te organiseren over belangrijke vraagstukken. Wat gaat er nu In Zaltbommel gebeuren? Wie de machtigingsvoorwaarden van CRM leest, neemt kennis van een document dat enerzijds een grote mate van welvyillendheid jegens experimenten uitstraalt, maar tegelijk ook van vrees dat de zaak uit de hand gaat lopen. Voor CRM is het kennelijk ook een probeersel nu nog volstrekt onduidelijk is hoe de media-wetgeving van de toekomst eruit gaat zien. De welwillendheid heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat de machtiging is verleend aan een Vereniging, Transmedia geheten, waarvan alle Bommelaars ouder dan 16 jaar (voor ƒ 25) lid kunnen worden. Voorzitter is ir. C- B. Metz, vroeger directeur van een aannemingsbedrijf en projectleider J. Siegers (leraar Nederlands en Engels aan de Technisqhe School). Een nieuw soort omroepvereniging? Meer dan dat. De vereniging stelt zich blijkens de statuten ten doel ,,aldan niet nieuwe vormen van distributie en kommunikatie in de praktijk te toetsen en toe te passen" en „na te gaan of deze vormen van distributie en kommunikatie voor de sociaal-culturele, maatschappelijke, geestelijke, edukatieve en ekonomische ontwikkeling van de Zaltbommelse samenleving al dan niet gewenst, relevant dan wel noodzakelijk zijn." Beduchtheid blijkt uit de volgende machtigingsvoorwaarden van CRM: de programma's mogen niet dienstbaar zijn aan reclamedoeleinden en geen bioscoopfilms bevatten. Van alle overgebrachte programma's moeten minstens dertig dagen videobanden en/of geluidsbanden worden bewaard opdat de minister die alsnog kan bekijken/beluisteren. Elke maand moet er een schriftelijk verslag naar Den Haag. Voorts mogen de activiteiten ook niet dienstbaar zijn aan met maken van winst door derden. En als de minister het welletjes vindt („gewichtige redenen ter beoordeling van de minister") kan de machtiging voor de vijf jaar om zijn, worden ingetrokken, 'n Gedurfder beschikking was denkbaar geweest, omdat het toch maar een experiment betreft. Het enige experimentele in de machtiging is in feite dat Transmedia naast het starten van een gewone lokale omroep ook deel-publiekjes mag bedienen, programma's dus die niet naar alle 3.000 kabelabonnees toegaan, maar slechts naar Bommelaars, die deze speciaal hebben besteld. Onduidelijk in de machtiging is of daarbij gedacht wordt aan bediening van zeer kleine auditoria (mini-omroep) of aan het veel interessantere gebied van de consultatie (Teletekst, videotheken e.d.) waarvan verdedigbaar is dat het buiten de werkingssfeer van de Omroepwet behoort te vallen. Omroep (het woord is ontleend aan de stadsomroeper) veronderstelt auditorium-vorming. Consultatieve media volgen het patroon van de drukpers en in beginsel zou dat gebied ook voor commerciële exploitatie kunnen worden vrijgegeven. Het lijkt logischer om hier de grens te trekken tussen wat omroep is en wat niet dan het vanuit de wereld van drukwerkuitgevers gehanteerde kriterium grafische informatie/niet-grafische informatie. De grens loopt tussen het Dovenjournaai en Teletekst. Elke kijker met een Teletekst-toestel ervaart het VU-Magazine 11(1982) 7 en 8 jull-augustus

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 290

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's