Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 188

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 188

5 minuten leestijd

besluitvormers en „de mensen", de demonstranten, de jeugd, de kunstenaars, de zieners, die is bij uitstek ongereformeerd. Wanneer ik het goed zie is de erfenis van de Hervorming, zoals die door Abraham Kuyper voor zijn tijd up-todate werd gebracht, deze, dat het geweten (in dit geval het christelijk geweten) en de maatschappelijke realiteit bij elkaar werden gehouden. Daarom is er voor protestanten die zich hun traditie bewust zijn maar één manier van politiek bedrijven—die wij op haar wijze ook herkennen aan „rechtse" protestantse zijde — en dat is die van de „radicale" politieke partij. Het organisatorische handvat nu voor die radicale christelijke politiek dat tot voor kort door een grote en actieve groep protestanten (niet alleen kerkelijk-gereformeerden!) nog werd gehanteerd, nl. de AR-Partij, is verdwenen. Het vacuum tussen „tuin" en ,.straat" in de samenleving als zodanig (en dat door de ,,straat" steeds meer voor definitief gehouden wordt; het IKV is een gelukkige uitzondering op deze uiterst gevaarlijke hoewel begrijpelijke ontwikkeling) én het vacuüm dat gevoeld wordt door zeer vele oud-AR-stemmers (inclusief die nietgereformeerden die zich in de jaren zeventig begonnen te vinden in de door de AR geboden politieke oecumenische ruimte, waartoe een christelijke beginselpartij die zich niet,,sectarisch" van het maatschappelijk proces afsluit inderdaad het potentieel vormt), die beide vacua hebben elkaar ontmoet in wederzijdse berusting. Intussen laat Latijns-Amerika, met name in Brazilië en in Midden-Amerika, ons zien wat een christelijk en maatschappelijk bewustzijn dat op eenzelfde centraal uitgangspunt is betrokken, kan betekenen voor de politieke mobilizatie. Wanneer deze ontwikkelingen voor één groep in Nederland herkenbaar (moeten) zijn, dan is het voor de gereformeerden, die hun eigen historisch gearticuleerde bevrijdingstheologie hebben gekend. Dit is geen zelfoverschattende opmerking, maar het is bedoeld als een nuchtere historische constatering. De tragiek is nu dat juist in Nederland die andere keuze wordt gemaakt, die van de christendemocratie. Wat ook de eerlijke bedoelingen zijn achter deze keuze: Nederland is geen ,,tuin"; het is deel van de,,straat" van de wereld. En dat is de plaats waar, in Latijns-Amerika, het christendemocratische project (het is meer een voorstelling van zaken dan een project) wordt gespannen

170

voor de kar van de nieuw-rechtse onderdrukkingspolitiek van Reagan. In naam van de christendemocratie (en ter effening van het pad daarheen) werd en wordt in Midden-Amerika op gruwelijke wijze volkerenmoord bedreven. Wat verrassend is geweest in de gereformeerde traditie, en wat op gelijke wijze verrassend is in het huidige Latijns-Amerika, is het leggen van een voortdurend en repeterend verband tussen bijbellezing en serieuze analyse van de werkelijkheid: alleen in deze cirkel vormt zich het christelijke theologische en maatschappelijke denken. Het humanisme verbreekt deze cirkel: de werkelijkheid wordt als eigenmachtig gezien. De Christendemocratie, in haar met name thomistische traditie, past zich aan deze moderne autonomiegedachte aan: ook zij verstoort dus de cirkel. En protestants rechts, wil men: het fundamentalisme, verbreekt die hermeneutische cirkel eveneens, door het christelijke betoog te isoleren van de maatschappelijke realiteit. Dat christelijke betoog wordt zelf autonoom (staat dus, de constante betuigingen van het tegendeel ten spijt, niet meer onder de kritiek van de openbaring), het wordt een gesloten verhaal. Daardoor wordt de autonomiepretentie van de geseculariseerde moderne maatschappij (die niet wezenlijk wordt aangesproken) en dat met grote religieuze energie, juist extra bevorderd. Het protestantse fundamentalisme (er zijn uiteraard katholieke parallelbewegingen) is in Latijns-Amerika de verklaarde bondgenoot van de militaire dictatuur, wier terrorisme volgens de ICCC (,,Internationale Raad van Christelijke Kerken") een Gode welgevallige activiteit is om de zaak van Christus met het zwaard te verdedigen (!) tegen het godloze communisme. Als deze opmerkingen over een ernstig vacuüm in de „Gereformeerde wereld" (deze ,,wereld" staat of valt daarmee), en, vooral, in de haar omringende maatschappij, als zodanig juist zijn, dan kan de vraag worden gesteld of de taak van de opgeheven ARP werkelijk ten einde is. Er zijn er inderdaad die denken aan een heroprichting van die partij. Een interessant aspect van de naam ,,Anti-Revolutionaire Partij" was dat deze aanduiding

Moet de ARP opnieuw worden opgericht?

geen ,,C" van „Christelijk" of ,,E" van ,,Evangelisch" bevatte. Die ,,C" lag echter wel degelijk statutair vast, zodat zij naar binnen kan functioneren. Deze naam ,.antirevolutionair" (anti de revolutie van de autonome maatschappij, anti de revolutie van het kapitalisme en zijn overheersing van het democratisch bestel, anti een ,,zo elitair verschijnsel als de Verlichting" (deze juiste uitdrukking — zie andermaal Latijns-Amerika — gebruikte prof. mr. A. M. Donner in het Gereformeerd Weekblad van 18 dec. jl.), oefent daarom nog steeds aantrekkingskracht uit. De pretentieuze „C" is des te minder nodig inzoverre die is verwerkt in een

„Alles mag gezegd worden, maar niemand luistert" eerste en richtinggevende stap van maatschappelijke analyse. Het ontbreken van de „ G " van „Gereformeerd" betekende principieel een uitnodiging aan de oecumene. Het historische kenmerk van de oecumene is inderdaad dat maatschappijkritiek hand in hand gaat met bijbelstudie. Bijbelstudie noch maatschappijanalyse zijn voorbehouden aan gereformeerden, al zullen zij naar verhouding veel voorkomen onder hen die zich dit oecumenisch vacuüm bewust zijn. Zo kan volgens velen — zonder vooropgezette bestrijding van de te respecteren CDA — aan christenen in Nederland die zich „nu eenmaal" slechts thuisvoelen in een christelijke partij (mogen zij?) weer een politieke keuze worden geboden, die hun in het recente verleden is ontnomen. Een nieuwe weg tussen paralysatie en polarisatie. Niet als een nieuwe manier van groepsoverschatting; maar als de aanvaarding van de uitdaging van een verleden, in een heden waarin de luxe van een minder dan radicale politiek niet meer geoorloofd is: geïnspireerd door een toekomst die zich kenmerkt door haar discontinuïteit (om nogmaals een term van Mönnich te gebruiken) ten opzichte van de oppermachtig schijnende, zich autonoom wanende, politieke, culturele en economische processen die belang hebben bij het,,protestantse", organisatorische vacuüm in politiek Nedertand.

vu-Magazine 11(1982) 5 (mei)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 188

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's