Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 316

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 316

5 minuten leestijd

Roelf Haan:

Realisme en visie In de hoogtijdagen van DS 70 - m 1970 dus - sprak de politiek leider, van deze partij, zijn afkeuring uit over diegenen in den lande die de dienstdoende politici en bestuurders in hun benadering van brandende problemen ..gebrek aan visie" plachten te verwijten. Een dergelijke kritiek klinkt zwaarwichtig, maar is immers leeg? Het argument is even gemakkelijk als inhoudsloos. Je moet maar werkelijke bestuursverantwoordelijkheid dragen, en je moest maar eens weet hebben van al de ,,ins" en ..outs" van de reële problemen in de samenleving, dan zou'je niet roepen om visie, maar om een wetenschappelijke en objectieve benadering van die problemen. Het schijnt inderdaad in de politiek niet te gaan om visie, maar om rationaliteit: met om emotie, maar om redelijkheid, en ook wanneer er een alternatief noodzakelijk is dan moet dat een .,redelijk" alternatief zijn. Politiek is de kunst van het mogelijke; zij krijgt haar ..smalle marges" gedicteerd door de realiteit. Een politieke partij is beter en netter, vertrouwenwekkender ook, wanneer het er ordelijk toegaat. Men moet ook geen vuile was buiten hangen of ernstige meningsverschillen te zeer aan de buitenwacht tonen. Zo was enkele jaren geleden het commentaar van een VVD-leider, gevraagd om zijn oordeel over de inhoud van het besprokene op een pas gehouden PvdA-congres: „Ach, de emoties hebben de deelnemers parten gespeeld".

286

Een dergelijke reactie is interessant; gevraagd over de inhoud van een politieke discussie iets te zeggen, beperkt het commentaar zich tot opmerkingen over de vorm. Zo houdt men zich inhoudelijk op de vlakte. Prof mr. I. A. Diepenhorst definieert het politiek klimaat in zijn artikel in De Volkskrant van 22 juli jl. eveneens als dat van de goede vorm. Radioluisteraars en televisiekijkers, zegt hij, worden politiek ,,overvoerd". Belangrijk is „de behoorlijkheid te betrachten bij het uitvechten van inwendig partij-gekrakeel en het tegen elkaar stelling nemen op de partijfronten. De socialisten, de aanhangers van D '66 en de christen-democraten houden in hun eigen kring er kennelijk verschillen op na. Als Den Uyl door socialisten wordt geattaqueerd. Van Mierio en Terlouw elkaar de handschoen toewerpen, de heer Lubbers zich in vraaggesprekken als vooruitstrevender figuur dan Van Agt schetst, maakt dit geen verheffende indruk." Toen ik dit las, toen moest ik denken aan wat Theodore Roszak schrijft in zijn boek Het einde van niemandsland, (dat de vraagstukken van de postindustriële samenleving beschrijft als hoofdproblemen van politiek en religie). De vraag immers die Diepenhorst niet vermeldt is, of er niet tussen de partijen, en vooral ook binnen de partijen (zie bij voorbeeld het voor de AR-partiJ destijds zo belangrijke Nieuw-Guineaconflict) problemen aan de

orde (moeten) zijn, die zulke afmetingen hebben en die een zodanig beroep doen op de totale persoon en zijn visie op de realiteit, dat het eenvoudig een eis is van democratie dat deze problemen in intensieve debatten tot uitdrukking moeten worden gebracht. Het is een merkwaardig feit dat de partijen in Nederland die de term ..democratisch" in haar naam voeren, tevens de partijen zijn, die, elk op haar wijze, aan de realiteit een eigen visie, een eigen logica, een eigen,,objectiviteit" schijnen toe te kennen, die om emotieloze ,,wetenschappelijke" gehoorzaming vraagt, om — al dan niet,,alternatieve" — redelijkheid. Kijk maar naar de VVD. naar D '66, naar het voorbije DS '70 en naar het nieuwe CDA — alle vier plotseling met de D van .,democratie". In deze partijen hoort het onderling ,,gekrakeel" niet thuis. Er moet of een onderlinge eenstemmigheid en innerlijke discipline heersen, of een ,,verstandige" leiding die zelfde ruimte bepaalt en beperkt waarover openbare debatten kunnen beschikken. Hoe komt het dat het juist de partijen zijn die het nodig vinden zichzelf democratisch te noemen (alsof dat niet vanzelf moest spreken!) die het bangst schijnen te zijn voor het functioneren van de democratie? Ik denk dat Roszak daar het antwoord op geeft; omdat wat in Europa sinds de zeventiende eeuw,,democratie" is gaan worden hand in hand is gegaan met de opkomst van het,,kunstmatige milieu" van de stedelijk-in-

dustriële samenleving. En deze is ten slotte de norm gaan bepalen óók voor de democratie zelf. De ,,objectieve wetenschap" bepaalt wat goed is én voor,,General Motors" én voor ..the country". De politiek kan echter niet gemaakt worden door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid! De aard van de politiek is anders.,, Omdat", zegt Roszak, ,,de grote beslissingen voortkomen uit de stormachtige botsing van onderling onmeetbare waarden, geruggesteund door de hunkering naar gerechtigheid of zelfzuchtig voordeel. Het ethisch betoog, en niet de statistiek, is de taai van de politiek; actie, geen analyse, is de culminatie ervan, en haar oplossingen kunnen nooit keurig afgewerkt worden." De statistiek — bij voorbeeld die van het overheidstekort — spreekt in de politiek niet automatisch een ..eigen taal"; het gaat om de visie op de (statistische) realiteit. Het zogenaamde ,,realisme" is er één van; hoe meer het de echte democratie uitholt, des te meer zal het zich democratisch noemen. Ik denk dat daarom die andere partijnamen mij zoveel sympathieker zijn; van EVP. PPR. PSP. van de oude ARP, CHU en KVP, van GPV, RPF en SGP; zij zijn minder verhullend; zij alle hebben in hun oorspronkelijke bedoeling dit gemeen, datzij doordrongen zijn van het besef dat onze democratie zich niet automatisch handhaaft als de regels van de ordelijkheid en de vorm maar in acht worden genomen; zij hangt af van de visie op de inhoud, op de democratie zelf En daarom is de politiek een (in diepste wezen levensbeschouwelijk) toneel van gekrakeel.

/U-Maqazine11 n982)9september

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 316

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's