Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 226

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 226

6 minuten leestijd

christen en een moslim zou worden gedeeld. Alles liep wat anders dan te voren was gepland. In de eerste plaats traden de moslims duidelijk als de dominerende gastheren op. Zij hadden in Colombo juist een eigen conferentie achter de rug over de universaliteit van de islam en het leek soms alsof de christenen als gasten van de moslims nu hun conferentie mochten bijwonen. De leiding van de conferentie lag voor het grootste deel van de tijd in handen van de Srilangkese minister voor verkeer en moslimse zaken. Hij deed dat overigens voortreffelijk maar het was niet eenvoudig om van christelijke zijde ideeën over de voortgang der vergadering naar voren te brengen. Overigens was dit wel eens een nuttige ervaring. Meestal hebben bij zulk soort conferenties de christenen het hoogste woord en moeten anderen zich voegen naar hun ideeën. Ditmaal moesten we ons wat bescheidener opstellen. Maar in de tweede plaats bleken de moslimse deelnemers toch eigenlijk nog niet toe aan het afgesproken onderwerp. De toon werd vanaf het begin gezet door dr. Doualibi, de president van het World Muslim Congress. Samen met dr. Simatupang, één van de presidenten van de Wereldraad van Kerken, gaf hij de eerste morgen een ,,key-note-speech", een soort principiële inzet. Terwijl Simatupang moslims en christenen opriep om samen de weg naar de toekomst in te slaan en de grieven van het verleden achter ons te laten, wijdde Doualibi uit over al de hinderpalen voor een dialoog. En die hinderpalen lagen volgens hem aan christelijke zijde. Ook latere sprekers van moslimse kant kwamen hier keer op keer op terug. Het is nuttig de moslimse bezwaren nog eens op een rijtje te zetten. Het is duidelijk dat onze moslimse vrienden de tijd van het westerse imperialisme nog niet vergeten hebben. Het Westen wordt door hen geïdentificeerd met het christendom en dat christendom heeft in de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw de moslimse wereld overvallen en van Marokko tot de Philippijnen beheerst. De christelijke heersers hebben de moslims verhinderd om volgens de door God in de Qoran geopenbaarde wet te leven. En nog proberen de westerse machten op allerlei wijze de ontplooiing van de Islam tegen te houden. Daar komt bij dat de christenen in hun zendingsaktiviteit misbruik hebben gemaakt van de zwakheden van de moslimse wereld om zielen te stelen. Dat laatste verwijt heeft een tragische

204

kant. Vele christelijke zendingsarbeiders hebben zich belangeloos ingezet voor de zieken, de analfabeten, de armen in de wereld van de islam. Maar van moslimse zijde wordt deze ,,diakonia" uitgelegd als een onoirbaar middel om te proselitiseren, dat wil zeggen om moslims van hun geloof af te brengen en tot het christendom te bekeren. En dat is in hun ogen des te zinlozer omdat het een stap achteruit betekent. De moslims hebben immers de laatste en definitieve openbaring van God ontvangen. Aansluitend bij deze kritiek op de christenen van vandaag was nog een andere tendens duidelijk aanwezig bij de moslimse gesprekspartners. Zij redeneerden geheel vanuit het ideale systeem en omdat dit naar hun overtuiging door God geopenbaard is, kan dit niet anders dan volkomen goed zijn voor alle tijden. Zo werd gesteld dat de goddelijke wet tolerantie en vrijheid garandeert voor allen, ook voor de religieuze minderheden in de islamitische wereld. Kortsluiting naar de werkelijke situatie ontbrak en enige vorm van zelfkritiek was afwezig. Ik moet zeggen dat van christelijke zijde tijdens de conferentie zeer verstandig is gereageerd. Men had natuurlijk verwijten met tegenverwijten kunnen beantwoorden maar daarmee zou weinig bereikt zijn. Wel is er op gewezen dat er veel voorbeelden zijn van diakonia, vaak ook in uitstekende samenwerking van moslims en christenen, waarbij alle bijbedoelingen ontbreken. En met name door een aantal Afrikaanse christenen is de identificatie van Westen en christendom afgewezen. Er werd ook aan herinnerd dat christenen in de derde wereld evenzeer als moslims onder het westerse imperialisme hebben geleden. Maar het gesprek bleef moeilijk. De beste bespreking vond woensdagmiddag plaats toen de deelnemers zich in twee groepen splitsten en in kleinere kring een aantal onderwerpen konden doorpraten. Doch toen donderdagmorgen, de morgen van de laatste vergaderdag, de rapporten van de twee groepen voor plenaire bespreking aan de orde kwamen, heerste er aanvankelijk een absolute chaos. Tijdens de lunch is toen door een kleine groep hard gewerkt aan verbeterde voorstellen. En wonder boven wonder, onder de wat hardhandige leiding van de Srilangkese minister, werden die voorstellen tenslotte algemeen aanvaard. Wat is er nu uit deze conferentie gekomen? Naar mijn indruk een niet onbelangrijke zaak. De moslims hebben zich uiteindelijk niet op het standpunt

gesteld: eerst alle grieven uit de weg en dan gaan we pas verder. Men heeft overeenstemming gevonden overeen voorstel aan de Wereldraad van Kerken en het World Muslim Congress om samen een gemeenschappelijke permanente commissie te vormen (een „joint standing committee"). Deze commissie zal moeten proberen om de dialoog op gang te houden en de hinderpalen en moeilijkheden te overwinnen. Zij zal studiegroepen instellen en ontmoetingen l)eleggen over problemen als „de goddelijke wet en het mensenleven", „de rol van de staat", „mensenrechten en godsdienstvrijheid" enzovoort. Van het begin af aan zal deze gemeenschappelijke commissie proberen om vertegenwoordigers van de rooms-kathoiieke kerk en van andere islamitische organisaties aan te trekken. Na afloop van de conferentie te Colombo hebben de christelijke deelnemers een korte na-conferentie gehouden in Mount Lavinia, ten zuiden van Colombo. Daar hebben we de eerdere conferentie met de moslims geëvalueerd. De stemming was gemengd. Aan de ene kant was er teleurstelling omdat de Colombo-conferentie aan de eigenlijke mogelijkheden van samenwerking niet was toegekomen en was blijven steken in de voorbereiding tot samenwerking. Maar aan de andere kant was iedereen toch verheugd omdat er bepaalde resultaten bereikt waren. De na-conferentie stelde zich dan ook van harte achter de resultaten van de dialoog met de moslims. We beseften dat er toch een stap vooruit gedaan is. Onze moslimse partners hebben bepaald een moedig risico genomen want vele mede-moslims wijzen het contact met christenen nog radicaal af. Laat ik het zo stellen: als inderdaad de permanente gemeenschappelijke commissie tot stand komt en als daar openhartig de gezamenlijke problemen worden doorgepraat en de gemeenschappelijke studie wordt aangevat, dan is inderdaad een historische stap genomen. Na vele eeuwen van conflict en misverstand zouden we dan op weg gaan naar beter onderling begrip en naar de mogelijkheid om ons als christenen en moslims samen in te zetten voor wat meer vrede en gerechtigheid in onze wereld. Die weg is lang en moeilijk, maar het is de moeite waard om hem te betreden. En verder zullen we ons vooral ook plaatselijk en regionaal moeten inspannen om menselijke relaties tussen de aanhangers van verschillende godsdiensten te bevorderen. Ook in Nederland valt dan nog veel te doen.

vu-Magazine 11 (1982)6 (juni)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 226

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's