VU Magazine 1982 - pagina 420
name Dunant wordt gehuldigd. Staande juicht de conferentie hem toe. Feit is dat door Dunants eigen denkbeelden de conferentie uitgeheven werd boven een bijeenkomst van filantropen uit diverse landen. Het werd een congres waar regeringen vertegenwoordigd waren, die zich in beginsel ergens toe verbonden:,,neutralisering" van helpers en gewonden
Conflict Het gebeurde legde tegelijk ook de kiemen van het conflict tussen Dunant en de overige leden van het Comité, met name Moynier, die zich later beijverde om Dunant zo zwart mogelijk te maken en die een poging ondernam zelfs de naam van Dunant uit het geschiedenisboek van het Rode Kruis te wissen Verdoorn: „Moynier was een geheel andere persoonlijkheid dan Dunant, uitermate nuchter en rationeel van aanleg. Een idee zonder organisatie was voor hem een onding. Filantropie was in zijn ogen niet een gevoelskwestie, maar een sociale wetenschap. Hem ontbrak ten enenmale het visionaire van Dunant en diens neiging om zijn gedachten tot de gehele wereld uit te breiden, hoe utopisch dit soms ook in zijn konsekwenties was. Alleen datgene wat politiek en sociaal direct uitvoerbaar was, vermocht Moynier te boeien en zijn belangstelling te wekken. De werkelijke betekenis van Dunants grote konceptie heeft hij, zoals later zou blijken, nimmer begrepen — en als hij die begrepen zou hebben, zou hij er waarschijnlijk afwijzend tegenover hebben gestaan. In Dunants boek, zoals Moynier het begrepen had, ontdekte deze voor alles een groot filantropisch project..." Ook de andere leden van het Comité zagen het zo, met name ook de legerarts dr. Appia, die in het verschijnsel oorlog zelfs nog iets goeds meende te zien. Zo schrijft Appia in 1866 geestdriftig over de grote instemming met het Rode Kruis in kringen van Duitse en Oostenrijkse officieren en legerartsen. „Steeds neemt men mij ernstig. Overal, zowel in het Pruisische als in het Oostenrijkse leger trof ik vrijwel zonder uitzondering een hartelijk, open, overtuigd begrip aan en vaak ook daar, waar ik het het minste verwachtte. Christelijke humaniteit. Men voert oorlog — men wil, dat de oorlog is, wat hij ongelukkigerwijze zijn moet, maar men wil ook dat barmhartigheid heerst, matigt en verwacht... De oorlog werkt, zoals alle grote beproevingen des levens, aan de vervolmaking van de mens..." Verdoorn tekent hierbij aan: ,,Het was en bleef voor Appia en zijn medeleden van het Comité onvatbaar dat er een kloof bestond tussen wat zij noemden „christelijke humaniteit" en de wil tot wederzijdse vernietiging, die het slagveld beheerste en die het wezen vormde van het Duitse militairisme, dat door Appia zo bewonderd werd, en dat zich geheel volgens de oorlogstheorieën van Von Clausewitz had ontwikkeld. Zij waren volslagen blind voor het feit, dat aan Dunant in steeds sterker mate duidelijk was geworden, dat het Rode Kruis door het door hen aanvaarde compromis tot een soort technisch instituut was gedegradeerd, met het doel de slagvelden na de strijd „op te ruimen"; tot een soort vrijwillige brandweer die de gevechtsterreinen moest „zuiveren" van de resten der wederzijdse vernietigingsprocedure. Maar dat was nooit de bedoeling geweest van Dunant, toen hij de schreeuw van Solferino uitstiet, een schreeuw die in wezen tegen de oorlog zélf was gericht en niet een oproep tot betere organisering 3Ö2
Dokter Louis Appia
L'Athenée te Geneve, waar de conferentie bijeenkwam
van de oorlog. Dunant wilde de oorlog als verschijnsel dodelijk treffen, toen hij met zijn woorden „Tuttf fratelli" de basis legde van het Rode Kruis zoals hij het bedoelde'
: : ; :
Motief
Failliet
Wat was het motief van de Duitse militaire leiders om 'het Duitse Rode Kruis geestdriftig te steunen? Het : was, zo stelde Martin Gumpers in een in 1938 ver- : schenen boek vast, voor hen een middel om de : strijdgeest en de gevechtskracht te verhogen. De : soldaten konden nu weten dat als ze gewond raakten ; niet meer aan hun lot zouden worden overgelaten. ; Geen pacifistisch, maar een militaristisch motief dus. ; Het verhoogde het moreel van de troep en daarmee | de effectiviteit van het leger. „ Bij mensen als Moynier en Appia bestond de oorlog als probleem, dat de sleutel vormde tot het leven en werken van Dunant, eigenlijk helemaal niet", constateert dr. Verdoorn.
Palestina Verscheidene auteurs nemen aan dat de enorme aandacht die in de eerste jaren van Dunant gevergd werd om het Rode Kruis van de grond te brengen (hij hield daarvoor, op eigen kosten al twee secretaresses aan het werk), hem van de tijd beroofde om zich voldoende aan zijn Algerijnse onderneming te wijden. Hoewel daarvoor verantwoordelijk, liet hij z'n zaken aan anderen over. Mei 1964 al probeert Dunant zich terug te trekken uit het Rode Kruis, maar men kan de beroemde naam van de grondlegger en diens invloed bij de Europese vorsten, ministers en generaals nog niet missen. Hij wordt omgepraat aan te blijven Intussen gaan de Algerijnse zaken steeds slechter. In die tijd probeert Dunant in 1866 ook nog iets op te zetten voor de her en der verdrukte en gediscrimineerde Joden. Zijn „Societé de l'Orienf'wW in Palestina 60.000 hectare in concessie krijgen om er Joden in kolonies bijeen te brengen. Het project voorziet in de aanleg van wegen en spoorwegen, bevloeiingswerken, hospitalen, scholen, gestichten voor weeskinderen enzovoorts, in zijn verbeelding ziet Dunant de Joden uit de Poolse ghetto's en uit Duitsland al terugkeren naar het land der vaderen. De hele christenheid moet zich er achter stellen, rooms en protestant. Vandekerckhove: „Absoluut noodzakelijk oordeelde Dunant de verzoening tussen Arabieren en Joden die zou dienen te verlopen volgens het Bijbels plan dat
aan elk der twee nationaliteiten een welbepaald grondgebied toekent. Er zou dus, naast de Joodse staat ook een Arabisch keizerrijk ontstaan waarvan Napoleon I reeds droomde..." Twee Joodse families uit het Duitse Wurtemberg hebben zich al nabij Nazareth gevestigd, als het plan de grond wordt ingeboord door een weigering tot medewerking van de Sultan. Vandekerckhove: „Het is bijzonder moeilijk een oordeel uit te spreken over de mogelijke gevolgen van iets dat niet is geschied. Men kan er zichzelf niettemin vragen over stellen, zoals bij voorbeeld: ware het gedurfde, in de ogen van velen utopische en niet gesteunde plan van Dunant in vervulling gegaan, zouden dan, een eeuw later, de opeenvolgende oorlogen tussen Israël en zijn Arabische buurlanden wel hebben plaatsgevonden? Zouden de mensonterende vluchtelingenkampen in Libanon ooit bestaan hebben en de rechtstreekse of onrechtstreekse aanleiding zijn geweest voor de bloedige ellende waarin dit land halverwege de jaren 1970 werd gestort? Naar het antwoord op deze en nog vele andere vragen kan men slechts gissen."
De Conventie van Geneve 22 augustus 1864, tekening van d'Armand Dumarescj
vu-Magazine 11 (1982)11 november 1982
De ramp in het leven van Dunant voltrekt zich in 1867: hij gaat failliet, wordt gedwongen ontslag te nemen ais secretaris van het Internationaal Comité van het Rode Kruis en kruipt weg op een armoedig zolderkamertje in Parijs, verguisd door toonaangevend Geneve, o.w. Moynier. Een ongelofelijke geschiedenis begint dan. In Parijs en elders in Europa blijft Dunant eerst nog aanzien genieten; vanuit Geneve wordt getracht Dunant zo zwart mogelijk te maken. Onjuiste en lasterlijke verhalen worden in omloop gebracht, Dunant zou strafrechtelijk zijn veroordeeld, hij zou eigenlijk niet eens de auteur zijn van „Un Souvenir" enz. Gedwarsboomd worden pogingen om Dunant er weer bovenop te helpen (zelfs door diefstal van zijn post). Voor Geneve heeft Dunant afgedaan. Faillietgaan is een ongehoord schandaal. in Parijs blijft Dunant voor z'n idealen ijveren, z'n schrijnende armoede daarbij zoveel mogelijk verbergend. Hij krijgt een klein baantje bij een bibliotheek, maar kan daarvan nauwelijks leven. Z'n kleren wor-
vu-Magazine 11(1982) 11 november 1982
•:£i..::
il.
^< utfibc Xfaftrirtc ocitunoi. ^,. .il tl**. <« -nti W
\
.
•,..,.,.
„,.
, ..
,.,
,.,;.,.. M!9>Mr Si-U») M*
asK: ,. • ,
I-let artikel, waaruit een verbaasde wereld vernam dat de beroemde Dunant nog leefde
den vodden. Eens brengt hij drie nachten in de openlucht door om de huisbaas te ontlopen wegens achterstallige huur. in Parijs maakt hij de Frans-Duitse oorlog van 1870'71 mee, fel ijverend voor naleving van de Conventie van Geneve en voortdurend in de weer voor de gewonden bij het beleg van de stad. In die tijd wordt hij ook nog wegens schulden uit de door hem bewoonde huurkazerne gezet en brengt hij opnieuw de nachten door onder de blote hemel of in wachtkamers op stations. Ook tijdens de Commune van Parijs is hij zeer actief. In 1872 vraagt hij z'n broer Pierre wat geld voor een reis naar Londen om daar een lezing te houden over de noodzaak van een regeling van het lot van krijgsgevangenen. Tijdens de lezing valt de verkommerde man flauw. Enkele jaren blijft hij in de Londense hoofdstad leven, zo ver mogelijk weg van Geneve, dat doorgaat lasterlijke verhalen over Dunant te verspreiden. In 1876 keert hij terug naar Parijs en dan begint een troosteloze zwerftocht, vaak te voet, door Europa, die elf jaar zal duren. De wereld is hem volstrekt vergeten, niet de naam, wel de man. Als in Geneve geïnformeerd wordt wat er toch van Dunant geworden is, laat men soms doorschemeren dat hij dood is. Een vriend in Stuttgart krijgt in 1886 een brief van Dunant: „...want mijn vijanden bedienen zich van alle middelen en.personen om te verhinderen dat ik mijn werk publiceer... Zij vervolgen mij overal met de opzet mij het werken onmogelijk te maken en mij ziek te krijgen, ik lijd trouwens nu reeds aan de zenuwen en de lever. Maar ik wil niet klagen. Integendeel wil ik God danken, want door al deze tegenslagen heen is mijn Heiland mij liever en meer nabij geworden." In zijn Memoires herinnert de vroegere zwerver zich: ,, deze schrijnende misère die het hart beangstigt, het 383
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's