VU Magazine 1982 - pagina 50
komst, al woont hun familie hier te lande. Die onvrijwillige thuiskomst in het vaderland is vaak hard: je bent daar werkloos en op sociale voorzieningen hoefje meestal niette rekenen. Je bent het leven in je vaderland ontwend. Gevolg: je raakt in een isolement, ook omdat je omgeving je scheef aankijkt na zo'n veroordeling. Lobbes: ,,Dit alles maakt de angst te worden uitgezet, groot. Het is een thema dat steeds in de gesprekken terugkeert." Ook Lobbes behandelde de taalproblemen, waarvan de betrokkene telkens het slachtoffer wordt, ook al is bij de rechtszitting een tolk aanwezig. ,,Maar ook de relatie-opbouw tussen de reklasseerder en de vreemdeling
Heeft de politie'n speciale neus voor buitenlanders? lijdt onder dit probleem. Inschakeling van een tolk kan het persoonlijke karakter van de gesprekken schaden. Verstaat de betrokkene wél Nederlands dan word je gehinderd door het feit dat je heel eenvoudig moet praten." Kulturele verschillen worden te weinig meegenomen in de beoordeling van het ,,krimineie" gedrag van de buitenlander, aldus Lobbes. Die verschillen kunnen aan de dag treden als het gaat om zaken als bloedwraak en de rol van de man in bepaalde kuituren. Hij konstateerde dat de laatste vijf jaar de neiging toeneemt om zwaardere straffen op te leggen, aan Nederlanders, maar ook aan buitenlanders. Voor de laatste groep weegt zo'n straf veel zwaarder, want na het verblijf achter de tralies volgt dikwijls nóg een straf: uitzetting. Uit statistische gegevens blijkt dat allochtonen veel vaker worden veroordeeld dan autochtone Nederlanders. Zo werden in februari 1978 bijna zes keer zoveel Surinamers als Nededanders veroordeeld, vertelde Lobbes. Hij vermoedde dat het voor andere groepen niet veel anders zou liggen.,,Heeff de politie een speciale neus voor krimineel gedrag van niet-Nederlanders?" vroeg hij zich af. ,,De aanvaarding van de vreemdeling ligt in onze samenleving moeilijk.,, Hij neemt onze baantjes en onze huizen", zo wordt gezegd. Dat tekort aan aanvaarding is wellicht oorzaak van de veel zwaardere straffen die de vreemdeling krijgt opgelegd."
44
Na de veroordeling volgt een ,.dubbele isolatie", aldus Lobbes. Het verblijf in voorarrest en gevangenschap is voor de buitenlander veel ondraaglijker. Hij heeft weinig mogelijkheden om kontakt te leggen met bewakers en medegevangenen. Hij voelt zich daardoor alleen. Hoogstens is er kontakt met een advokaat en een reklasseringsambtenaar. Familie en vrienden wonen veelal buitenslands. ,,Zelfs Fransen voelen deze eenzaamheid al heel sterk", wist Lobbes te melden. Ook hij bracht de ,,dubbele sanktie" ter sprake: de hogere straf, het intrekken van de vestigingsvergunning waarna uitzetting volgt. Lobbes: ,,Hoe ze in hun vaderland worden ontvangen, laat ik aan uw verbeelding over In ieder geval komt het in bepaalde landen voor dat ze al bij de landing van het vliegtuig meteen worden opgepakt en, soms zonder enige vorm van rechtspraak, opnieuw achter de tralies gezet." Repressieve tolerantie, noemde Lobbes onze wijze van omgaan met vreemdelingen.,, We zullen in de knel geraakten echter leefbare omstandigheden moeten gaan bieden", zo zei hij aan het eind van zijn toespraak, ,,en daarom pleit ik voor een betere samenwerking tussen reklasseerders, advokaten, tolken en kultureel antropologen." ,,Er'isgeen reden tot zelf genoegzaamheid", zei drs. J. A. M. Dorpmans (direkteur van het Penitentiair Selektiecentrum in Den Haag) in zijn toespraak, ,,aHs erna de Tweede Wereldoorlog veel goeds tot stand gekomen. " Voor en tijdens die oorlog ging het allemaal anders: ,,De gevangenis was een streng klooster waar de zondaar door kontemplatie tot bekering moest komen door algehele afzondering in een cel." In 1953 bracht een kommissie een aantal nieuwe overwegingen naar voren die de motor werden van alle verdere ontwikkelingen. Gevangenschap moest zich richten op een terugkeer in de maatschappij. Daartoe was juist gemeenschapsvorming in de gevangenissen noodzakelijk en tegelijkertijd meer aandacht voor de belangen van iedere gevangene afzonderlijk. Er kwam een betere bezoekregeling en de mogelijkheden tot telefoneren.
De vreemdeling mistzijn landschap, zijn geuren
het onderbreken van de straf, tot het doen van beklag, tot vorming en studie werden verruimd. Echter, de vraag naar de zin van de gevangenisstraf is nog niet afdoende beantwoord, meende Dorpmans. Vorig jaar waren onder de 3.600 gevangenen 800 buitenlanders. In sommige gevangenissen vormen ze zelfs een meerderheid. Een straf uitzitten als buitenlander is ook psychisch een zware belasting, aldus Dorpmans: ,,De vreemdeling mist zijn landschap, zijn geuren, zijn eten, zijrr taal, zijn godsdienst. Zo hoorde ik eens een Nederlander in buitenlandse gevangenschap zeggen: ,,lkmis de regen op de ramen" en een andere vond het naar dat hij geen kaas op z'n boterham kreeg. Degevoelsontladingen van buitenlanders kunnen verkeerd begrepen worden. De bewaarder weet niet wat hij aan de buitenlander heeft, waarmee deze zit. Ter vergelijking zou ik u willen voorstellen eens een dag lang te vertoeven met Arabisch sprekende Marokkanen. De misverstanden kunnen heel gemakkelijk ontstaan. Een simpele vraag afs: hoe gaat het met uw vrouw of uw dochter, kan al worden misverstaan." Er is te lang gewacht met het inspelen op deze nieuwe situaties, vond Dorpmans. Hij stelde het een en ander voor: literatuur in de eigen taal, aangepaste maaltijden, tolken, rekening houden met godsdienstige gedenkdagen, kursussen Nederlands voor de vreemdeling en een talenpraktikum voor de bewaarders. Hóe vreemd het kan lopen met een buitenlander tussen de gevangenismuren vertelde Dorpmans aan de hand van het geval van een Chinees die uitsluitend een in Nederland onvertaalbaar dialekt sprak. Dorpmans: ,,Hij kreeg tien jaar gevangenisstraf, maar er was geen tolk, er waren geen deskundigenrapporten en het vonnis ging geheel buiten de man om. In de gevangenis was hij slechts ,,starend aanwezig", liep doelloos en inaktief rond, zocht geen enkel kontakt. Voor Nederlandse begrippen gedroeg hij zich gestoord: hij hipte heel vreemd, sliep op de grond met zijn hoofd in de kast en schoor een deel van zijn hoofd kaal. ,,Kultureel bepaald", zei de ene deskundige van dit gedrag, ,,/n bepaalde streken van Aziè zijn dit de uitwendige tekenen van iemand die opnieuw begint". ,,Het begin van een depressie", zei een andere deskundige. Geadviseerd werd, en dat was in dit geval terecht, de man snel gratie te verlenen en uit te wijzen. Deze raad werd helaas niet opgevolgd en de man belandde in
vu-Magazine 11 (1982) 2 (februari)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's