VU Magazine 1982 - pagina 449
Frank R.Boddendijk
Communicatie
Aan het einde van de rockopera ,,Jesus Christ Superstar" verwijt Judas Jezus diensslechte,,timing". Wanneer hij gewacht zou hebben tot de 20ste eeuw dan zou hij dankzij de moderne massacommunicatie allerhande naties met zijn boodschap binnen de kortste keren hebben kunnen bereiken. Zelf denk ik dat er iets mis is met Judas'toekomstbeeld. We leven momenteel inderdaad in een periode waarin sprake is van massacommunicatie en waarin een massa mensen individueel communicatiemedia gebruiken vooreigen doeleinden. Maar wat die communicatie betreft moeten we niet te hoge verwachtingen hebben, zo heb ik de laatste weken weer eens ervaren. In de eerste plaats realiseerde ik mij voor de zoveelste keer dat radio, teevee en krant mij wel informeren omtrent personen en gebieden die om de een of andere — meestal niet al te positieve — reden in het nieuws gekomen zijn. Hoe het verder met die personen en gebieden gaat wanneer andere personen en gebieden een grotere nieuwswaarde hebben gekregen, dat hoor je echter niet. Zelf zou ik bij voorbeeld wel eens-willen weten hoe het momenteel de schapen op de Malvinas vergaat. Deze overweging noopt mij trouwens om u mee te delen dat de voorlichtingsbrochures van een aantal studierichtingen gedrukt en verspreid zijn zodat wij ons voorvolgend jaar verzekerd weten van een extra instroom van studenten. De kosten gaan nu een-
-Magazine 11(1982) 12 december 1982
maal altijd aan de baat vooraf. Bovendien is de kachel in ons gebouw gemaakt zodat erweinig redenen meer voorhanden zijn om collega's in de kou te laten zitten. In de tweede plaats realiseerde ik mij dat mensen in bepaalde contacten helemaal niet uit zijn op communicatie. Zo overkwam het mij laatst in het hoofdgebouw dat ik bij het collegegeven gestoord werd door personen die onze zaal in wilden. De zoveelste onderbrekervan het college vroeg mij hoe lang ik van plan was om in die zaai te blijven en ik antwoordde dat ik volgens het collegerooster nog twee uur voor de boeg had. Toen werd het weer even rustig, al bleek het de rust te zijn die de storm voorafgaat. Ik was net bezig uit te leggen wat een paradigma is, c.q. wat 148 verschillende mensen vinden wat een paradigma volgens hen is, en welke paradigmata er al zo binnen onze discipline bestaan, toen mijn aandacht afgeleid werd door een groot kabaal opdegang. Het volgende ogenblik ging de deur open en een geüniformeerde bewaker met walki-talki stormde de zaal binnen, gevolgd dooreen aantal belangstellenden. Of ik zo vriendelijk wilde zijn om met mijn studenten de zaal te ontruimen. Ik zei daarop dat ik daarover eerst wilde stemmen met mijn studenten, waarop de bewaker met enige stemverheffing mededeelde dat hij het bevel had om mij uit de zaal te zetten. Nadat ik hem vertelde dat hij dan maar degene die hem
dat bevel had gegeven zo ver moest krijgen dat zij mij zelf opdracht gaf deze zaal te ontruimen verliet het eens zo vechtlustige groepje uit het veld geslagen de zaal. Omdatelk paradigma bestaat bij de gratie van haar schepper besloot ik te pauseren voor thee; maar zouden we dan niet onze zaal verspelen? Na een minuut of 20 werd het weer rustig opdegang, konden we onze thee halen en overgaan tot de orde van de dag. Het probleem was opgelost, niemand had het nodig gevonden om excuses aan te bieden hoewel mij achteraf was gebleken dat wij terecht in die zaal zaten en de grove intimidatie op fouten gebaseerd was, zoals zo vaak. Een derde ervaring met communicatie — of een gebrek daaraan — overkwam mij onlangs toen ik in de aula van de VU luisterde naarde rede die dooreen collega uitgesproken werd bij de aanvaarding van zijn ambt als hoogleraar in de communicatiewetenschap. Wat hij daar gezegd heeft was natuurlijk heel wijs en overigens ook stellig — maar daar is die dan ook hoogleraar voor. Maar hoé hij het gezegd heeft, daar valtvooreen hoogleraar communicatiewetenschap wel wat op af te dingen. Hij las zijn rede gewoon voor, van papier dat een paar dagen later naar de drukker werd gestuurd om de toehoorders van toen tegemoette komen. Want iedereen weet dat hoe aandachtig een gehoorook kan zijn, er zit altijd wel iemand in je buurt die verkouden is, die zittedraaien, die snurkt of zit te fluisteren.
In 1948 heeft B. F. Skinner in dit verband al opgemerkt dat het houden van redes e.d. een tamelijk inefficiënte manier van kennisoverdracht was, welke door de uitvinding van de boekdrukkunst overbodig was geworden en zich slechts had weten te handhaven binnen de universiteiten. En inderdaad had ik van een beginnend hoogleraar in de communicatiewetenschap verwacht dat hij zich van een iets modernere communicatietechniek bediend zou hebben Al had hij het boekje maar van te voren laten drukken zodat we met hem hadden kunnen meelezen. Of dat hij er toe overgegaan was de voetnoten via diaprojectie voor het voetlicht te brengen; of dat hij voor bijpassende achtergrondmuziek gezorgd had zodat je in slaapsukkelde wanneer dat kon, en gespitst luisterde wanneer nodig. Of dat hij op een groot scherm voor een gelijktijdige visualisering van het gesprokene gezorgd had. Kortom in een tijd van teletekst en viditel werden wij vergast op de oervorm der eenzijdige communicatie Toch is er iets blijven hangen van die rede, en dat iets heeft ook met de voorgaande punten te maken. De niewe technieken lijken de keuzevrijheid te vergroten, en dat is mischien ook wel zo. Maar naarmate we meer afhankelijk worden voor onze communicatie van deze nieuwe technieken wordt het des te belangrijker dat wij ons realiseren dat de communicatie nietalleen veelal eenzijdig is maar dat de andere kant, de zender, de grenzen van onze keuzevrijheid bepaalt. Er wordt wel gesteld dat een parlementair-democratisch stelsel zoals wij dit kennen ondenkbaar is zonder massamedia; daar moet dan aan toegevoegd worden dat ,,Big-Brother" misschien momenteel al de schakelaar van de kabelnetten, viditel, etc. bedient. En of demokratie dan nog denkbaar is?
407
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's