VU Magazine 1982 - pagina 447
I
(foto: AVC-VU, Steve de Reus)
En dat voert naar de tweede stelling, die Van Cuilenburg verkondigde. ,, Veel informatie gaat blind en de kans daarop neemt bij verdere informatisering toe, d.w.z. dat steeds meer informatie aangeboden zal worden die geen antwoord is op iemands vraag, maar een antwoord op een vraag die nog bedacht moet worden." In dit verband introduceerde Van Cuilenburg het begrip ,,pseudo-informatie", waarmee bedoeld wordt informatie, die zowel naar strekking als naar adres ongericht is en niet voorziet in vragen die bij de ontvanger leven. Daartoe moet gerekend worden het vele ongevraagde drukwerk, dat in de brievenbus valt, de eindeloze voor-, tussen- en nabeschouwingen over sportevenementen op radio en tv, evenals het tussendoor-weerbericht op Hilversum lil maar ook vele wetenschappelijke rapporten met omvangrijke bijlagen met tabellen en statistieken, die waarschijnlijk nooit meer door iemand zullen worden bekeken. Hoe groter het aanbod, hoe groter de kans dat informatie het karakter zal hebben van blindganger, dacht prof. Van Cuilenburg. Wat is de verklaring
vu-Magazine 11(1982) 12 december 1982
van het ontstaan van deze tendens? Een belangrijke factor leek hem de autonome drang tot capaciteitsvulling. De maatschappelijke informatiecapaciteit is aanzienlijk gegroeid, maar de vraag naar informatie blijft achter. (Het enkele dagen voor de oratie geformuleerde regeerakkoord CDA/VVD leverde daarvan nog een fraai voorbeeld. Opgenomen is de zin: „Gezien de leegstand van kanalen bij kabelnetten zal een optimale benutting daarvan in de Medianota aan de orde komen."). Verder signaleerde prof. Van Cuilenburg een slechts langzaam groeiend maatschappelijk vermogen de juiste vragen te stellen. En ten slotte zitten we met het verschijnsel dat nieuwe informatie nooit in dat tempo kan worden ,,aangemaakt" als de informatietechnologie zich ontwikkelt. Het resul-
Autonome drang tot vulling van capaciteit
taat kan daarvan niet anders zijn dan een groeiende informatie-overcapaciteit in de samenleving. En die zal op haar beurt weer leiden tot een drang om die overcapaciteit weg te werken. ,,Men kan de zendtijd en het aantal kanalen wel drastisch uitbreiden, maar de,,aan maak" van nieuwe informatie voltrekt zich nooit in zo'n tempo", stelde prof. Van Cuilenburg. ,,En als het zo is, dat het fors groeiende informatie-aanbod nauwelijks resulteert in meer publieke kennis, dan zal de geprezen informatiesamenleving een zeer dure samenleving zijn. waarin in het informatieve vlak met veel kosten maar weinig wordt bereikt. Uiteraard zijn mijn stellingen prognoses en behoeven zij bij verdere studie precisering en concretisering. Maarzij hebben mijns inziens reeds nu zoveel plausibiliteit, dat een maatschappelijke bezinning op de toenemende informatisering zinvol kan worden geacht." Een verstandige opmerking achtte prof. Van Cuilenburg wat kort geleden in een CDA-rapport over de media werd gesteld, nl. dat niet alles wat technisch kan, ook moét. Moeten alle
405
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's