VU Magazine 1982 - pagina 166
Hulpverlening losmaken van de golfslag der publieke opinie Als in juni 1979 een delegatie van twee personen — een vertegenwoordiger van het Internationale Rode Kruis en een van de UNICEF, de organisatie voor hulp aan kinderen en moeders in nood — een bezoek brengen aan Kampuchea is dat voor het eerst na AVz jaar dat de buitenwereld een korte blik kan werpen in het land sedert Pol Pots Rode Khmers — in 1975 — aan de macht kwamen. Een half jaar eerder — januari 1979 — was het bewind van Pol Pot gevallen nadat het Vietnamese leger met Russische steun Pnom Penh veroverd had. De chaos in het land is compleet. Er is een tekort aan alles, de infrastructuur van het land is volkomen vernietigd, miljoenen mensen zijn ontheemd en de voedselproduktie dreigt chronisch ontwricht te blijven omdat nagenoeg de hele bevolking op drift is en niemand bij zijn grond is om te ploegen, te zaaien, te wieden en te oogsten. Wat ons in de hele situatie nog het meeste trof, zo vertelt één van de beide bezoekers later, is de trieste uitzichtsloosheid die de mefisen op het gezicht te lezen stond. De kinderen konden niet meer lachen, zelfs als wij — vreemdelingen — op bezoek kwamen. En voor wie een beetje vertrouwd is met de stereotype reactie van Aziatische kinderen op het verzetje dat een bezoek van vreemdelingen nu eenmaal altijd betekent, wil dat heel watzeggen. Er is dringend hulp nodig, zowel binnenslands in Kampuchea als aan de grens met Kampuchea waar steeds grotere stromen uitgehongerde Khmers zich naar toe slepen. Maar voordat die hulp geboden kan worden moet er nog heel wat gebeuren. In de politieke realiteit zijn vluchtelingen immers niet in de eerste plaats mensen in nood die recht hebben op hulp, maar pionnen in het grote en gecompliceerde schaakspel van de politiek. De spelers zijn talrijk, en allemaal hebben ze een andere rol in gedachten voor de vluchtelingen: gijzelaars, buffer tussen strijdende partijen, bewijsstuk voorde onmenselijkheid van de tegenstander, afschrikwekkend voorbeeld van de gevolgen van deloyaliteit enz. Het krachtenspel in Indochina is ingewikkeld en veranderlijk, maar een tweetal basisgegevens die het lot van de vluchtelingen in het Thais-Kampucheaanse grensgebied bepalen te-
152
kent zich als een soort grondpatroon af: de al eeuwenlang bestaande afkeer die de Thais en Viets van elkaar hebben en de tegenstelling tussen de Vietnamezen en de Chinezen.
Eind december vorig jaar bracht VU-ontwikkelingseconoom dr. Henk Tieleman een bezoek aan Bangkok en het ThaisKampucheaanse grensgebied, om te prot)eren een beeld te krijgen van de vluchtelingenproblematiek en de hulpverlening. Hij sprak er met de leiders en uitvoerders van een aantal hulporganisaties, met regeringsvertegenwoordigers en andere tietrokkenen. Tevens bezocht hij enkele kampen in het nog steeds roerige grensgebied van Thailand en Kampuchea. Het bezoek vond plaats in het kader van een onderzoek naar vluchtelingenproblematiek dat de VU, samen met het IMinisterie van Buitenlandse Zaken, uitvoert en dat deze zomer voorlopig afgerond gaat worden. In een uitvoerige notitie aan het onderzoeksteam (34 pagina's) wordt verslag gedaan van de bevindingen. De bedoeling van dat reisverslag was niet om de politieke situatie in Indochina te schetsen en ook niet om een beschrijving te geven van de massale hulpoperatie die sedert de laatste Indochinese oorlog (1979) plaatsvond in Thailand en Kampuchea, maar om aan de hand van de Indochinese situatie een aantal algemene problemen te schetsen van grootscheepse hulp aan vluchtelingen. Er zullen, zo schrijft hij, ook elders in de wereld de komende jaren nog heel wat rampsituaties ontstaan (een aantal is al min of meer voorspelbaar). Kan in de dan ongetwijfeld ook noodzakelijke hulpverlening geleerd worden van de ervaringen de laatste jaren in Indochina? VU-magazine vroeg aan Henk Tieleman om zijn bevindingen samen te vatten.
De verhouding tussen China en Vietnam is eigenlijk nooit recht hartelijk geweest, behalve tijdelijk toen China steun gaf aan de Vietnamese guerilla tegen de Amerikanen. Wat er nog aan goede relaties restte uit die tijd — de tweede Indochinese oorlog die met de overeenkomst in Parijs eindigde — verdween als sneeuw voor de zon toen Vietnam in januari 1979 het China-gezinde regime van Pol Pots Rode Khmers ten val bracht en Heng Shamrin, trouw volgeling van Rusland en Vietnam, als de nieuwe grote man in Pnom Penh geïnstalleerd werd. Maar niet alleen China was boos (getuige o.a. de ,,strafexpeditie" die het Chinese leger tegen Vietnam ondernam), ook Thailand vond het allesbehalve aangenaam om de aartsvijand Vietnam aan de grens te hebben. Het kon dan ook niet uitblijven dat er een gelegenheidscoalitie ontstond uit de belangenovereenstemming van China en Thailand, gericht tegen de Vietnamezen en dus ook tegen de nieuwe machthebbers in Pnom Pehn. En die afkeer van het huidige bewind in Pnom Pehn delen China en Thailand met niemand minder dan Pol Pot. Sedert de val van Pol Pot kwamen honderdduizenden Khmers uit het totaal ontredderde en door hongersnood geplaagde Kampuchea naar de grens met Thailand. Oorspronkelijk was het Thaise beleid gericht op het tegenhouden van wat de regering toen nog ,,illegale immigranten"
vu-Magazine 11 (1982) 4 (april)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's