VU Magazine 1982 - pagina 460
sektelidmaatschap van hun kind moet worden gezien als een gevecht tussen de ouders en ,,de goeroe". Een gevecht dat wordt uitgevochten over de hoofden van de kinderen, die zelf het conflict met hun ouders altijd uit de weg zijn gegaan. Inzet van de strijd is de autoriteit over het kind. De strijd tegen de goeroes is er voor een belangrijk deel een van ,,onttroonde vaders" tegen degenen die zich onrechtmatig van hun troon hebben meestergemaakt. Schnabel: ,,De sctierpe reacties van comités van verontruste ouders op juist goeroes kunnen niet alleen maar begrepen worden als acties ter bescherming van de (volwassen) kinderen. Het is een reactie op de narcistische krenking door de eigen kinderen verlaten te worden vooreen andere Vader. De woede die daar het gevolg van is, mag zich niet tegen het kind richten, maar richt zich op de goeroe, die als verlokker en usurpator (indringer, verdrijver-VU-M) de schuld van het drama krijgt." Dat de goeroe niet alleen machtiger, maar in de ogen van de onttroonde vaders ook belachelijker is dan zijzelf, maakt de strijd alleen maar bitterder. ,,Het is kwetsend om plaats te maken voor een machtiger instantie, maar het is onverdraaglijk plaats te moeten maken vooreen machtiger instantie die gek is." Dat in een dergelijke sfeer de grens naar het geweld van ontvoeren en deprogrammeren gemakkelijk wordt overschreden, is tegen die achtergrond verklaarbaar. Deprogrammeren is een uitvinding van de, door sektenbestrijders tot held verheven, Amerikaan Ted Patrick. Wat hij doet is inderdaad,,crimineel". Hij zat al meerdere straffen uit wegens wederrechtelijke vrijheidsberoving. Na ze te hebben ontvoerd onderwerpt hij zijn slachtoffers — bij voorkeur in een afgelegen motel — aan een psychisch en fysiek offensief. „Alles in de beste tradities van de B-film", aldus Schnabel.
Maar toch: veelbetekend ,,lk werd in mijn vroege jeugd al geïnspireerd door mijn moeder die de goedheid zelve was en die ik tot voorbeeld nam. Zij deed alles voor iedereen en dat doet ze nog steeds. Ze cijferde zichzelf helemaal weg en dat heeft mij altijd ontzettend aangesproken. () Ik heb altijd een heel kinderlijk en naïef gevoel gehad om rein en puur door het leven te gaan, en te worden als Jezus. Mij sprak toen aan het totaal onthecht zijn; datje helemaal geen behoeften meer hebt; datje net als Jezus niets nodig hebt. Alles voor anderen kunnen geven. Dat heeft een stempel op mijn leven gedrukt. O
Een Youth for Christ-koff iebar in Amsterdam wordt met gebed geopend (ANEFO)
(Na een half jaar) ging ik ook aangesproken worden door het feit dat de mensen die Ananda Marga vertegenwoordigen (de dada's) zo goed mogelijk hun best doen om de idealen van de Baba na te leven en zich helemaal opofferen voor de mensheid. Die mensen hebben alleen hun kleren nodig en iets te eten en leefden niet zo werelds als de pastoors van de kerk. Ik had uit mijn katholieke opvoeding een heel naïef koncept van God overgehouden en door de botsing met de goeroe stortte dat helemaal in elkaar. Ik was altijd geïnspireerd geweest door Jezus en had het gevoel dat ik een keuze moest maken tussen Jezus en de goeroe. Tijdens die training zat ik lange tijd kapot over de vraag: Jezus of Baba, wie is mijn goeroe? Op een gegeven moment besefte ik echter dat ik me daar niet zo druk over moest maken en dat het gaat om de kracht die er achter zit en dat ik niet kon verlangen dat ik die beslissing zou nemen. Vlak daarna was er een toespraak van een initiator over Jezus en over het koncept van de goeroe. Dat maakte me veel duidelijk; dat was erg bevrijdend. Ik begon daar mijn evenwicht in te vinden en vanaf die tijd wilde ik al mijn tijd aan Ananda Marga besteden. () Het inzicht dat de kerk als instituut en al die mensen in de kerk vanuit hun eigen onvolkomenheden datgene wat Jezus gezegd heeft verabsoluteerd hebben, dat was een enorm goede, bevrijdende ontdekking. Toen bleek dat ikzelf in Ananda Marga, in Baba, op dezelfde manier bezig was en dat er maar één waarheid is, maar vele wegen die daar naartoe leiden. Ik ging het universele van alle religies zien. () (Er is) nu die extra dimensie in mijn leven gekomen die ik vroeger miste. Vroeger leefde je gewoon, maar nu staat je hele dag in het teken van Baba, van je eigen spirituele ontwikkeling, van het proberen goed voor anderen te zijn. () Nu is alles in een kader geplaatst, nu heb je een doel waar je leven op gericht is. Er is nu een weg en een persoon die je verder leidt op die weg naar God die boven op die berg zit.
(In de katholieke kerk was er) niemand die me kon leiden. Ik ervoer een grote afstand tussen God of Jezus, het Goede, boven op een bergtop en ikzelf, slecht, helemaal onderaan in het dal. Ik wist geen weg om boven te komen en had niemand om me te begeleiden, niemand die zelf ook die ervaringen gehad had. Ik wist niet hoe ik mijn liefde en warmte moest richten; ik kon mijn devotie niet kwijt. Ik dacht dat de afstand tussen God en de mens niet te overbruggen was. Die afstand tussen mezelf en het goddelijke in me was de moeilijkheid in het katholieke geloof. () (Ik zag ook) dat er in het instituut kerk zoveel dingen waren die Jezus niet bedoeld had. Ik had wel moeite met de mensen die zeiden Jezus te vertegenwoordigen maar die zo werelds leefden. Pastoors die rook-
418
ten en wijn dronken. Zij leefden niet volgens de dingen die ze zeiden; dat klopte niet. () Ik was ontzettend perfektionistisch; ik had schuldgevoelens als ik niet studeerde. Ik was ongelukkig. Ik leerde alleen maar. In het derde studiejaar raakte ik daar onder invloed van een vriend wat losser van en toen was ik wel gelukkig. Ik kon toen zonder schuldgevoelens allerlei dingen buiten de studie doen. () (Toch kon ik) mijn energie niet kwijt. Ik had veel energie maar er kwam niets uit. Ik deed veel aan sport en las veel, maar ik had het gevoel dat er iets ontbrak. Er ontbrak de extra dimensie waarin je alles kunt zien en betekenis kunt geven. O Ik was helemaal niet in yoga en meditatie geïnteresseerd. Toevallig ontmoette ik in de trein een heel leuke jongen. We kwamen aan de praat en hij bleek yoga- en meditatielessen te geven. Ik voelde me aangetrokken tot hem en toen bleek dat die lessen gratis waren, wilde ik het wel eens proberen. () ik kwam daar en ik vond het toch allemaal wel raar. Ik vertrouwde het niet, maar ik had toch een basisgevoel van: het is wel goed voor me en als ik het ooit eens niet meer zo druk heb met mijn studie wil ik het wel eens proberen. Er was een of andere vreemd uitgedoste man die me van alles over meditatie vertelde. Dat vond ik wel fijn, maar toen bleek opeens dat dat een dada was en voordat ik het zelf wist, was ik al geïnitieerd. Ik had daarbij helemaal geen mooie ervaringen; ik voelde me er niet thuis; ik vertrouwde die man niet. Dat initiëren was helemaal niet de bedoeling geweest; ik werd gewoon overrompeld. ()
Deprogrammeren is hetzelfde als hersenspoelen '. maar beoogt het omgekeerde. Beide berusten, naar Schnabel aantoont, op hetzelfde waanidee: mensen kunnen geprogrammeerd worden tot robots zonder persoonlijkheid, eigen wil of geestkracht. Het deprogrammeren is gebouwd op de veronderstelling dat je die code, het programma, kunt breken, zodat de oorspronkelijke persoonlijkheid weer bezit neemt van het lichaam. Het is de duivel uitdrijven met Beëlzebub, meent Paul Schnabel. En hoewel de effectiviteit ervan uiterst twijfelachtig is, blijkt het deprogrammeren niet zonder risico's voor het slachtoffer. Het veroorzaakt een dubbele crisis. Voor veel mensen heeft ,,verandering van identiteit" normaal gesproken al ,,crisisachtige" trekken. Die zullen eens te meer optreden wanneer die identiteitsverandering geforceerd wordt. Daar komt dan nog een vertrouwenscrisis bovenop, veroorzaakt door het gevoel door de eigen ouders (in de meeste gevallen de opdrachtgevers tot het deprogrammeren) te zijn verraden. Een en ander kan leiden tot „posttraumatische stressreacties". Gevoelens van vervreemding en lusteloosheid, slaapstoornissen, schrikreacties, schuldgevoelens, concentratiemoeilijkheden en zo meer, behoren tot de symptomen. Het middel erger dan de kwaal, zoals dr. Schnabel aangeeft in een stelling bij zijn proefschrift: ,,De nieuwe religieuze bewegingen kunnen in Nederland in het algemeen niet als een gevaar voor de geestelijke volksgezondheid beschouwd worden, sommige reacties daarop wel." Het is een valse suggestie dat de nieuwe religieuze bewegingen een maatschappelijk probleem zouden vormen, meent Paul Schnabel. Een illusie die helaas de ogen sluit voor de werkelijk interessante vraag naar de betekenis van deze bewegingen als cultureel verschijnsel.
vu-Magazine 11(1982) 12 december 1982
vu-Magazine 11(1982) 12 december 1982
De woningnood treft ool( religieuze bewegingen. Twee arl<en des behouds, afgemeerd in Amsterdam, boven die van Jeugd met een opdraclit (JMO), onder die van de Bhagwan-beweging. (Foto's Martijn de Jonge)
Vroeger was het diffuus, nu zit er een weg en een betekenis in. O Omdat ik kontakt wil blijven houden met mijn vrienden die christelijk bepaald zijn en omdat ik voeling wil houden met wat er in de kerken gebeurt (ga ik nog elke zondag naar de kerk). Eigenlijk maakt het niets uit of je je christen noemt of niet, maar ik heb nog steeds die invalshoek vanuit de kerk en vanuit Jezus. O Veel dingen binnen de katholieke kerk die je vroeger niet doorleefd had en die je niet zag zitten heb je nu door de ervaringen tijdens de meditatie wel zelf doorleefd en nu kun je ze invoelen. De mystieke, symbolische waarde zie je veel meer, terwijl je vroeger dacht dat het allemaal alleen uiterlijke schijn was. Nu ben je er voor 100 percent en vroeger zat je er maar... Ik begrijp alles nu veel ruimer, veel spiritueler.
O Maar al zou het allemaal „fake" zijn, al zou er geen goeroe of God zijn, al zou alle religie maar flauwekul zijn die de mensen nodig hebben voor hun frustraties, dat is allemaal onbelangrijk, want ook dan helpt het mij om dichter bij mijn eigen zelf te komen. Ook dan zou het mij helpen om me verder te ontwikkelen en ook dan kan ik anderen helpen om dichter bij hun eigen zelf te komen. ()" Authentieke interviewfragmenten, ontleend aan een portret van een 23-jarige, katholiek opgevoede studente, sinds anderhalf jaar lid van Ananda Marga, getekend door Nijmeegse godsdienstpsychologen in Jeugd en Samenleving, maart 1982.
419
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's