Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 199

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 199

5 minuten leestijd

van het Nederlandse anti-militarisme (althans landoorlogen in Europa) o.a. in het „besef van zwakte en dus het gevoel van geldverspilling ais het om de verdediging gaat". Realistisch was het in ieder geval wel de eigen kwetsbaarheid onder ogen te zien. „En dus kon de christelijke en morele veroordeling van krijg en geweid ongehinderder en dieper wortel schieten dan in landen, die oorlog als integraal bestanddeel van hun wording en machtspositie hadden leren zien of zelfs als voorwaarde voor hun nationale existentie, zoals veel continentaalgerichte staten", aldus Von der Dunk. Overigens bleek in de jaren twintig bepaald niet elke Nederlander daarvoor gevoelig. Hoewel er geen sprake in die tijd is van enige bedreiging van Nederland door een buitenlandse vijand (Duitsland was na de Eerste Wereldoorlog vrijwel ontwapend) beantwoordden de matige Nederlandse defensie-inspanningen niet aan ieders behoefte aan romantiek en geldingsdrang. Niet met behoefte aan veiligheid hebben in ieder geval de gevoelens te maken welke opkomen bij een 16-jarige Nederlandse leerling van een Brussels internaat, die in 1927 op de verjaardag van Koning Albert geboeid staat te kijken naar een Belgische militaire parade. „Waarom kan dat bij ons in Holland niet? Zo jong als ik was voelde ik mij gefrustreerd door de zwakte van ons land. We hadden helemaal niets te betekenen in de wereld. Militair stelde Nederland niets voor. In de defensiesector was het de tijd van „geen man en geen cent"-politiek van het gebroken geweertje, van de socialistische agitatie tegen het vlootpian. Ik had daar een soort minderwaardigheidscomplex van in Brussel." (NAVO secretaris-generaal Luns tot Michel van der Plas in „Ik herinner mij", 1971). De matige Nederlandse defensie-inspanning in de jaren twintig vloeide overigens meer voort uit militair inzicht en koopmansrealisme a la Colijn dan uit opvattingen van het buiten het machtscentrum gebleven socialisme en anti-miltairisme. Wie geen last had van minderwaardigheidscomplexen, maar nuchter de veiligheidsproblematiek analyseerde, begreep dat Nederlands lot uiteindelijk zou afhangen van een al of niet slagen van de Ontwapeningsconferentie die, na vele malen in de jaren twintig te zijn uitgesteld, ten slotte in 1932 in Geneve begon. En geloofwaardig kon Nederland op internationaal gebied slechts voor een slagen van dit streven wedijveren, wanneer het zélf niet meedeed aan het opvoeren van de eigen bewapening. Men bleef er op hameren dat in het verdrag van Versailles de ontwapening van Duitsland gekoppeld was aan een algemene beperking van de bewapening. Nog in het Paraat-nummer van De Standaard van 29 februari 1940 herinnert de oud-minister van Oorlog J. J. C. van Dijk aan de woorden waarmee het hoofdstuk over de militaire bepalingen begon: „Ten einde het begin van een algemene beperking van de bewapeningen van alle volken mogelijk te maken, verbindt Duitsland zich, de militaire bepalingen te land, ter zee en in de lucht die hieronder volgen stipt na te komen". Het zijn deze woorden die de sleutel vormen tot het begrijpen van de Nederlandse defensiepolitiek tot ongeveer 1935. Toen Hitler in dat jaar de dienstplicht invoerde was de kans op het scheppen van collectieve veiligheid (in het verband van de Volkerenbond) definitief verkeken. Vanaf dat moment vergrootte Nederland — met terechte tegenzin, want er viel slechts een schijn van veiligheid mee te creëren —

zijn defensie-inspanningen. Maar degenen die leiding gaven aan de Nederlandse defensiepolitiek in het interbellum waren niet zulke onnozele halzen als L. de Jong in zijn boeken schetst. Ze gaven zich alleen niet over aan irreële verwachtingen over de mogelijkheid tot verdediging van het Nederlandse territorium met militaire middelen. Eén Nederlandse partijleider in het interbellum ging dwars tegen de heersende opinie in. „Zie hier onze houding", klaar en duidelijk in één zin", schreef hij in januari 1932. „Wij willen een krachtige weermacht, zolang de volkeren, welke ons kunnen aanvallen, een nog krachtiger aanvalsmacht hebben. Wij willen ons inspannen om de oorlog buiten onze grenzen te houden. In 1919 waren er dwazen genoeg, die het zoo listig verzonnen verhaaltje geloofden, dat 's werelds laatste oorlog uitgevochten was. Nu, in 1932 weet zelfs de meest onnoozle beter".

,WiJ willen een krachtige Weermacht"

Het waren woorden van ir. Anton Mussert bij de start van de NSB in ons land. Begrijpelijker wordt waarom de broer van Luns in de jaren dertig in zijn omgeving een geschikt NSB-lid meende te ontwaren. In alle landen keerden fascistische stromingen zich tegen het ontwapeningsstreven, dat in 1932 in Geneve resultaten had moeten afwerpen. Minder dan meteen behoefte aan veiligheid had dit streven echter te maken met een behoefte aan militaire macht als een vorm van psychische bevrediging. Kiemen van besef waren in Geneve wel aanwezig dat er meer aan de hand was dan een puur militair-technisch veiligheidsvraagstuk. Dat komt tot uiting in een plan voor ,,morele ontwapening", waarin o.a. pers, radio, film en onderwijs (geschiedenisonderwijs) een rol hadden moeten spelen.

Vredesgeschriften Wellicht kan uit het aloude besef van Nederlands militaire onverdedigbaarheid ook worden verklaard dat de wortels van het begrip „sociale verdediging" in de Lage Landen moeten worden gezocht. Prof. Niezing vertelde in zijn lezing in de Vrije Universiteit dat zijn instituut in Brussel (het Centrum voor Polemologie van de VUB) een heel aardige collectie bezit

181

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 199

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's