VU Magazine 1982 - pagina 94
maatschappij, een ingaan tegen de ordeningen Gods" had professor Geesink gezegd. Het christelijk onderwijs liep hier achter, want in 1871 was Aletta Jacobs als eerste vrouw in Nederland gaan studeren, aan de universiteit van Groningen. Abraham Kuyper, de oprichter van de VU, had negatieve ideeën over een vrouw die studeert. Wie van de gereformeerden wilde er onder de,,revolutionairen" gerangschikt worden, nadat hij dreigend zijn vinger had opgeheven: ,,Zelfs in beslist Christelijke gezinnen toch hoort men in hethuislijk leven telkens stellingen verkondigen en ziet men van begrippen uitgaan, die uit het hart der revolutie gegrepen zijn en lijnrecht indruischen tegen de ordinantieën Gods", omdat er veel gezinnen zijn,, waarin de vrouw numero één geworden is en manlief den ondergeschikte rol speelt", die daarmee tot de „zondig saamgestelde huisgezinnen" behoorden.
„M'n kindje wacht, meneer!" De Gereformeerde Kweekschool van prof. dr. Jan Woltjer
Toch waren dergelijke gevoelens niet specifiek gereformeerd, maar veel algemener verbreid. Zo stelde een A.R.voorman in 1910 vast „dat niet alleen mannen van rechts, maar evenzeer liberalen er toe medewerkten om de gehuwde vrouw of althans de moeder uit den publieken dienst te ontslaan''. Deze heersende mening werd ondersteund door wetenschappelijk onderzoek. Het maandblad ,,Pais" maakte er melding van:,,De proeven van Grazioni en anderen hebben doen zien, dat reeds op de lagere school bij 200 meisjes een gemiddelde gewichtsvermindering van % K.G. werd geconstateerd na een repetitie". Grazioni en ,,Pais" kwamen niet op de gedachte het studeren door vrouwen om die reden juist aan te moedigen als een wetenschappelijk verantwoorde vermageringskuur. De geleerde Bisschof stelde vast dat de vrouwelijke hersenen minder wegen dan die van de man. Het was daarom niet raadzaam vrouwen te laten studeren.
meisjes die eindexamen gymnasium deden en naar de universiteit gingen, na vele jaren slechts 6 tot het einddoel gekomen waren. Een vrouw kón gewoon niet meer of hoger, was de overheersende gedachte bij mannen. ,,Zie het maar aan de beroepen, die een vrouw uitoefent" riep de AR-staatsman Mr. J. A. de Wilde in 1910 uit voor een bijeenkomst van de Nederlandsche Bond voor Vrouwenkiesrecht, ,,als ge de typisten, telephonisten, telegraafbeambten, copiëersters en winkeljuffrouwen niet meerekent, blijft er niet veel over. Ik denk er niet aan deze beroepen te verachten. Geenszins. Doch ieder zal toestemmen, dat ze meer oefening en vaardigheid dan kennis vereischen. Zelfs bij het onderwijs, waarvoor God aan de vrouw met het oog op haar moederschap en de opvoeding harer kinderen wondere gaven schonk, is zij alleen in de lagere klassen een superieure kracht". En zo brak voor vrouwen die hogerop wilden, de ,,lange weg" aan.
De resultaten van vrouwelijke studenten leken deze opvattingen te staven. Van de 79 vrouwen die rond 1918 klassieke letteren studeerden, maakten slechts 4 de studie af. Een rektor van een gymnasium meldde dat van 80
Greta, de vrouw die, als zomaar een voorbeeld, centraal staat op het tentoonstellinkje, ging naar de Gereformeerde Kweekschool, opgericht door dezelfde Woltjer, die hier, overigens niet van harte, een ander beleid voer-
84
de: als meisje werd je niet geweigerd. Overigens was ook deze keus niet vanzelfsprekend voor een (gereformeerd) meisje. Ouders uit de tijd rond de eeuwwisseling keken voor hun dochter veeleer uit naar een ,,vrouwelijk" beroep of een ,,vrouwelijke" bezigheid. Maar een studie? Dat was iets ,,mannelijks". Voor lagere milieus was de kweekschool al helemaal niet weggelegd: daar gingen de meisjes naar de fabriek. Zo meldt zich in de kleine schets ,,Het meisje van 1891, De vrouw van 1920", geschreven door H. Wagenaar-Hummelinck, een arme schoenmakersweduwe met haar kleindochter bij een hoogleraar. Ze vraagt hem een goed boordje te doen voor Frida, opdat ze een onderwijzersopleiding kan volgen, want onderwijzers ,,hebben het lichten goed". De professor vindt het een dwaas voorstel.,,Onwillekeurig zag ik de toekomstige geleerde aan, welke mij met groote, weezenlooze oogen aanstaarde (...) Ik zag haar gedurende dezen tijd op de schoolbank, hoe zij, met de vaardigheid van een goed gedresseerden papegaai, herhaalde wat zij gehoord had". De professor wijst het verzoek af: ,,...de dwaze begeerte, zich boven zijnen stand te verheffen, kan en moet slechte gevolgen hebben". Voor zulke mensen ,,is de wetenschap niets anders dan een weg naar het doel. Zij steunen alleen op haar om zich te verheffen. Het zijn de Icarusvleugels, waarmede zij snel stijgend de gelukszon hopen te bereiken. Is het niet natuurlijk, dat deze vleugels, welke geen deel van hun wezen uitmaken, weldra den dienst weigeren, en zij, met een plotselingen val, in den poel der zelfzucht en der lichtzinnigheid omkomen?" Het meisje uit ons verhaal, Greta, slaagde op haar achttiende, in 1907, voor het onderwijsexamen. Ze ging les geven op haar oude lagere school aan de Keizersgracht. Ze leek echter vastbesloten hogerop te komen, al werd het kweekschooldiploma destijds als een eindstation beschouwd. Dat kon'maar op één manier: akten erbij halen. In 1908 haalde ze de akte voor ,,huisen schoolonderwijs in de nuttige handwerken voor meisjes" en die voor de,,vrije en orde-oefeningen der gymnastiek". De akte ,,nuttige handwerken" mocht ze niet tegelijkertijd met het kweekschooldiploma halen. Het was een tijdrovend en inspannend vak dat als schadelijk voor de gezondheid werd beschouwd als je daar op jonge leeftijd les in gaf. Het werd niet of zeer onvoldoende betaald. Door dit vak waren vanaf 1890 de vrouVU-MagazIne 11(1982) 3 (maart)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's