VU Magazine 1982 - pagina 454
En de groeten van Sandino
Vrouwen Mensen die mij een beetje kennen zullen zich zo langzamerhand afvragen of ik mijn feministische levensvisie ben kwijtgeraakt in dit revolutionaire land; al zeven maanden weg en nog geen letter op papier over vrouwen. Wat moet dat betekenen? Wel, ik ben nog steeds feministe en zal dat ook wel blijven zolang de onderdrukking, inperking en inkapseling van vrouwen doorgaan. Dat ik zolang gezwegen heb over vrouwen heeft te maken met het feit dat ook hier veel van het vrouweleven zich afspeelt in de binnenwereld van het gezin en de persoonlijke relaties en dat het meer tijd kost om daarin thuiste raken dan inde buitenwereld van werk, ekonomieen politiek, waarover de kranten dagelijks vol staan. Ookwilde ik niet onmiddellijk met mijn westers-feministisch oordeel klaarstaan, maar eerst goed luisteren en kijken naar hoe vrouwen zelf hun situatie ervaren. Het leek mij dom westerse ,,feministische normen" zomaaroverte planten naar Nicaraguaanse bodem; wat in de ene kontekst bevrijdend is voor vrouwen hoeft het nog niet noodzakelijk ook te zijn in een andere kontekst. Dit alles neemt niet weg dat ik zo langzamerhand een gevoel van ergernis niet meer kon onderdrukken bij het dertig keer op een dag nagefloten, of beter gezegd, nagesist worden, want om mij duistere redenen brengt een wandelende, fietsende, zittende, wachtende of zich anderszins ophoudende vrouw hier vele mannen tot een door-
412
dringend gesis, wat in mijn Hollandse oren nog vernederender klinkt dan dat ellendige gefluit. Ook begon ik moe te worden van het steeds opnieuw aan welwillende mannen uitleggen dat het toch echtte simpel is de schuld van de onderdrukking van vrouwen geheel in de schoenen van het kapitalisme te schuiven en van het socialisme alle heil te verwachten; niet alleen is het patriarchaat vele eeuwen ouder dan het kapitalisme, maar ook bieden de huidige socialistische landen mij nog geen verlichte voorbeelden van een maatschappij zonderseksisme. Zelfs over de hier hemelhoog geprezen ,,Comités van Moedersvan Helden en Martelaren", die bij elke manifestatie van enig belang uitrukken in stemmig zwart, kon ik mijn argwaan niet meer inhouden. Want weer blijken vrouwen alleen mee te tellen voorzover zij zonen gebaard hebben die in loopgraven of martelkamers voor het vaderland sterven. Tevens groeide mijn boosheid overde hypocrisie van allerlei leidende figuren die hoog opgeven van de bijdrage van vrouwen in de revolutie, terwijl het aantal vrouwen op werkelijke machtsposities beschamend klein is; geen vrouw in de driekoppige regeringsjunta, geen vrouw in de negenhoofdige Nationale Direktie van hetFSLN, waarachtig één vrouwelijke minister en zeven vrouwen in de Staatsraad van 51 leden. Maar wat het ergste was, ik begon teleurgesteld te raken in AMNLAE, de sandinistische vrouwenorganisatie. Deze
spant zich geweldig in om zoveel mogelijk vrouwen te betrekken in de taken van de revolutie en organiseert speciale campagnes voor het schoonmaken van straten en ziekenhuizen, het ophalen van (schaarse) lege flessen en het vaccineren van duizenden kindertjes. Allemaal heel nuttig en nodig, maar weer vrijwel alleen werk binnen de traditioneel ,,vrouwelijke" taken en geen woord overde bevrijding van vrouwen; zoals immer, vrouwen bezig met de bevrijding van alles en iedereen, behalve van zichzelf. Dit alles zou men nog kunnen afdoen als de particuliere gevoeligheden van een verwende westerse vrouw. Maar om de talloze schrijnende verhalen van Nicaraguaanse vrouwen kan ik niet meer heen. Na meer dan een halfjaar intensief kijken, luisteren en vragen is het mijzeerduidelijk: ondanksdrie jaar revolutie worden vrouwen en kinderen aan de lopende band in de steek gelaten door mannen die hun genoegens elders zoeken, is seksueel geweld aan de orde van de dag en de nacht, worden vrouwen in persoonlijke relaties vaak als voetveeg behandeld. Juist deze eindeloze rij verhalen maakte dat mijn hoop, dat de sandinistische revolutie ook, minstens enige, bevrijding voor vrouwen zou betekenen, behoorlijk begon te tanen. Als om mijn twijfel te beschamen gebeurden er in korte tijd echter drie dingen. TomasBorge, ministervan Binnenlandse Zaken, hield een hoopgevende rede ter gelegenheid van het vijfjarig bestaan van AMNLAE. Zonder het gebruikelijke triomfalisme analyseerde hij scherp wat er allemaal ontbreekt aan de bevrijding van vrouwen. Cynisch sprak hij overde vele mannen die buitenshuis geweldig revolutionairzijn, maar binnenshuis puurfeodale heren. Hij achtte een verandering in de mentaliteit van vele mannen dringend nodig en vond dat wie niet vecht tegen de onderdrukking van vrouwen geen revolutionair genoemd kan worden. Voorts deed hij konkrete voorstellen om het huishouden te socialiseren. Daar Tomas één van de populairste ideologen van het FSLN is, is het niet ondenkbaar dat zijn woorden enige ingang vinden. Een tweede lichtpunt was het diskussie-bacchanaal dat de FSLN-krant ,,BARRICADA" ontketende onder scholieren.
docenten, ouders en artsen over seksuele opvoeding op school. Vrijwel iedereen lijkt de noodzaak ervan in te zien; zelfs wordt als één van de voornaamste doeleinden van dit onderwijs genoemd het terugdringen van het machismo,,,zodat het niet meer voorkomt dat een joch van zeventien al twee vrouwen en drie kinderen heeft". Met ingang van het nieuwe cursusjaar staat seksuele opvoeding nu op het lesrooster en daarmee wordt een onderwerp, waarover tot op heden niet of slechts in grappen gepraat kon worden, wellicht normaal bespreekbaar en zelfs element in de strijd tegen het machismo. Het helderste lichtpunt was echter een door AMNLAE geformuleerd wetsvoorstel en de diskussies in buurten, vakbonden, kerken en vrouwengroepen die het inmiddels heeft losgemaakt. Het voorstel beoogt de solidariteit tussen gezinsleden onderling te regelen. De indiensters analyseren nuchter dat de Nicaraguaanse staat domweg het geld niet heeft om te zorgen voor de ontelbare in de steek gelaten vrouwen en kinderen, voor bejaarden en gehandicapten. Praten over,,individualisering van inkomen en uitkering" in dit land, waarin er volgend jaar niet eens meer geld zal zijn om vele medicijnen, papieren auto-onderdelen te importeren, is leven buiten de realiteit. Daarom zoekt AMNLAE het niet in overheidssteun, maar in gezins-solidariteit. Konkreetbetekentditdatelklid van het gezin, dat ertoe in staat is, verplicht is bij te dragen aan het levensonderhoud ervan, in geld, in natura en in huishoudelijke arbeid. Vrouwen zullen met de wet in de hand kunnen eisen dat de man betaalt voor het kind dat hij verwekt heeft en dat hij meewerkt in het huishouden. Nu blijft het een grote vraag of je een mentaliteitsverandering per wet kunt afdwingen en zelfs is het twijfelachtig of het voorstel in zijn huidige vorm ooit de status van wet zal krijgen, maar het effekt van de diskussies op het zelfbewustzijn van vrouwen is nu al zeer hoopgevend. Tenslotte, dat men in deze weken, waarin een militaire interventie als ophanden wordt ervaren, zoveel tijd, energie, denkwerk en diskussie besteedt aan dit vooral voor vrouwen bevrijdende wetsvoorstel maakt dat ik mijn hoop nog maar niet laat varen. Ineke Bakker
vu-Magazine 11(1982) 12 december 1982
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's