Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 453

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 453

4 minuten leestijd

ontlenen voor de positie die de VU inneemt resp. dient in te nemen in de recente en nog te verwactiten veranderingenin het Nederlandse universitaire bestel? Verwezen behoeft slecht ste worden naar de wet twee-fasenopleiding, de ophanden zijnde opstelling op nationale schaal van zgn. disciplineplannen en de daarbij aansluitende verkaveling van onderwijs-en onderzoeksterreinen tussen universiteiten enz. Het betekent dat aan de hand van standaardcriteria van qualiteit en efficiency het Nederlandse universitaire onderwijs en onderzoek een ingrijpend rationaliseringsproces ondergaat. Nu zij voorop gesteld dat bezien vanuit de samenleving als geheel, waarin als maar schaarser wordende middelen over zovelen moeten worden verdeeld, voor zulk een rationalisering goede gronden zijn aan te voeren. Ook de VU zal zich daarom niet kunnen en ook niet moeten willen onttrekken aan een reorganisatie van haar onderwijsen onderzoeksprogramma binnen de nieuwe wettelijke kaders. Het zou echter bedenkelijk zijn wanneer de beleidsbepaling binnen de VU zich de komende tijd tot louter aanpassing aan en uitvoering van deze kaders zou beperken. Wordt immers in dit reorganisatieproces niet opnieuw de vraag naar de bestaansgrond van de VU als bijzondere universiteit actueel? Niet alleen wordt de VU voor de vraag gesteld inhoeverre zij in staat en bereid is om de mogelijkheden die binnen die nieuwe kaders gegeven zijn te benutten om zichzelf in haar onderwijs- en onderzoeksprogramma als bijzonder universiteit te profileren. Ingrijpender nog is de vraag of niet juist de VU vanuit haar bijzondere identiteit geroepen is om, na erkenning van de relatieve rechtvaardigheid van dit reorganisatieproces, daarvan toch ook de principiële grenzen aan te geven. Welk een geestelijke verschraling, zo kan b.v. worden gevraagd, wordt niet teweeggebracht door een wijze van reorganiseren van onderwijs en onderzoek waarin het zwakke wordt gesaneerd om het sterke sterker te maken om zodoende mee te kunnen dingen naar mogelijke garaties tot overleven. Men zou overigens niet in dergelijke principiële kritiek mogen blijven steken. Zij zou gepaard moeten gaan met het aanboren van ideeële en materiële bronnen op basis waarvan in onderwijs en onderzoek, op aanvullende of alternatieve wijze, de eigen signatuur dezer universiteit blijvend tot uitdrukking zou kunnen worden gebracht. Ten slotte kan de vraag gesteld of de

vu-Magazine 11(1982) 12 december 1982

Vrije Universiteit de uitdagingen die voor haar in het huidige reorganisatieproces besloten liggen, zou kunnen of willen opnemen. Uit bovenstaande analyse rijst het vermoeden dat met name bij de laatstgenoemde, meest omvangrijke stroming voor deze thematiek weinig gehoor zal worden gevonden. Het betreft hier immers een stroming binnen de universitaire gemeenschap waarbinnen men geneigd is werk en positie binnen de VU primair in algemeen-wetenschappelijke en zakelijke termen te definiëren. Daartegenover krijgen dan de eerdergenoemde stromingen, waarbinnen men zich uitdrukkelijk om een vertaling van de doelstelling der VU naar onderwijs en onderzoek bekommert, cruciale betekenis. Is het niet behalve principieel onjuist thans ook praktisch onverstandig wanneer zich de activiteiten van deze stromingen vaak fezeer aan de rand van het universitaire gebeuren afspelen? Weliswaar worden er binnen de VU voor zgn. doelstellingsgerichte activiteiten in onderwijs en onderzoek

speciale voorzieningen en faciliteiten geschapen, maar het gevoJg daarvan kan ook zijn dat zij daadoor juist in een zeker isolement binnen de universiteit als geheel geraken. Wanneer zij zichi, ondanks onderlinge verscliillen gezamenlijk zouden willen laten inspireren door de bron en traditie waaruit deze universiteit voorkomt, zou van deze stromingen een belangrijke impuls kunnen uitgaan om aan het principe van een bijzondere universiteit opnieuw en creatief gestalte te geven. In plaats van te verschralen tot een algemene universiteit met een aantal bijzonderheden zou de VU zodoende de eigentijdse tendens tot rationalisering en standaardisering— in feit als „geronnen geest" dezelfde geest waar Kuyper zich tegen keerde — van haar eenzijdigheid en dogmatisme ontdoen. Daarmee zou de Vrije Universiteit haar oorspronkelijke tegentijdse intentie weer recht doen en een bijzondere cultuuropdracht van grote, algemene maatschappelijke betekenis realiseren.

Forum tijdens „VU tussen twee VU-ren", juli 1980

411

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 453

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's