VU Magazine 1982 - pagina 437
Kercken: ...door Gillium de Bouma". De kerkeraad schreef deze catechismus zelfs voor bij de catechisatie aan de weeskinderen van het Diaconieweeshuis. Ook daar komt een kort-begrip in voor dat met deze vraagjes begint. Wie heeft u geschapen? God. Hoe heeft hij u geschapen? Naar sijn Beeldt. Wat verstaet gij bij dat Beeldt Gods? Oprechte wijsheijt, heijligheijt en de gerechtigheijt. Is de Mensche noch soo goet als hij eerst van Godt gheschapen v/as? Neen hij. Hoe is hij dan nu gestelt? Hij is verdorven. Hoe sijn wij gheraeckt in deze verdorvenheijt? Door Adams val. De meester legt dus niet uit, maar leert het verklarend kort-begrip aan. Een meester op een buitenplaats vroeg de kerkeraad van Amsterdam eens welke catechismus hij het beste voor de jongste kinderen kon gebruiKen. De vergadering antwoordde: ,,den Heijdelb. Catechismus (als het oractelijkste kort begrip, welke de jeught kinde worden ingescherpt)". De meester helpt bij het inprenten en overhoort het geleerde. Zijn didactische activiteiten beperken zich tot het memoriseren, overhoren en repeteren. Het afvragen van de Heideiberger Kon de meester klassikaal doen, de stof was voor alle kinderen gelijk. Voor net leren en overhoren van het kortoegrip moest hij de kinderen een voor een bij zich roepen. De oudere kinderen die ter catechisatie gaan helpt de meester bij het leren van hun les. In het Diaconieweeshuis bestaat zijn taak uit hetnoteren van de absenten, orde houden , en ten minste twee maal op woensdag en op zaterdag de vragen van de catechismus te overhoren. De kerkeraad was ervoor dat de oudere kinderen een catechismusboek kregen, waarin de vragen en antwoorden van de Heidelbergse catechismus stonden afgedrukt en een nadere behandeling kregen. Dit gebeurde opnieuw in vraag- en antwoordvorm. De kinderen leerden zo in de antwoorden van de Heideiberger de hoofdzaken van de bijzaken te onderscheiden, de betekenis van de woorden en begrippen die in de antwoorden voorkomen en de bijbelplaatsen waarop de antwoorden van de Heideiberger teruggaan. De meester overhoort of zij die schriftplaatsen kunnen opsommen en de betekenis van de woorden netjes uit hun boek geleerd hebben.
VU-Magazine 11(1982) 11 november 1982
Naar aanleiding van vraag zeven uit de Heidelbergse catechismus, dat is de vraag naar de oorsprong van de verdorven aard van de mens, stelt Bouma in zijn catechismus de volgende vragen: Wat wort hier gheleert? Dat die verdorven aert des menschen, Daer door hij namelijcke van natu e ren geneijcht is God ende zijnen naesten te haten, komt uijt den val Adam ende Eva. Waer leest ghij dat? Rom 5:12 Daeromme gelijck door enen mensche die sonde inde werelt ingecomen is ende door de sonde die doot: Ende alsoo die doot tot alle menschen door gegaen is, in weicken alle gesondicht hebben. Maer gaet ons suicken val aan? Jae seecker, want wij alle zijn in Adam ende Eva als inden wortel des gantschen menschelijcke geslachts hebben In haer gesondigt, waer door onse nature is verdorven, dat wij alle in sonden ontfangen en geboren werden. Waer mede bewijst ghij dat? Gen 5:3 Ende Adam gewon eenen soone na sijne gelijckenisse, nae sijn even heelde. De kerkeraad van Amsterdam zag het liefste dat de predikanten zelf de oudere kinderen catechiseerden. Het is de taak van de predikant de antwoorden van de catechismus uit te leggen. Hij stelt de kinderen korte vragen, die niet al te moeilijk zijn en verbetert de fouten. Hij vraagt naar gedeelten uit de antwoorden van de Heideiberger, of maakt variaties op de vragen. De kerkeraad was er zich van bewust dat lange uiteenzettingen voor het onderwijzen van kinderen geheel ongeschikt waren. En eveneens dat alleen het catechismusboek zonder de uitleg van de catecheet het gevaar liep een dode letter te blijven. De manier waarop de predikant catechiseerde was, als het naar de zin van de kerkeraad ging, hetleergesprek. De catecheet geeft veel beurten, stelt vele korte vragen, verbetert zonodig de antwoorden en voegt er hier en daar nog iets aan toe. Hij probeert een eerste verklaring te geven van de tekst van de Heidelbergse catechismus. De bedoeling is: om de inhout van den antwoorden des Categismus te beter te verstaan". Een diepere verklaring, de betekenis van de leer voor het leven en de levensbeschouwing, is voor de catechismuspredikatie op zondagmiddag in de kerk en niet voor op school. Buiten de betekenis van de antwoorden leert de predikant de kinderen enig schriftbewijs. Zij moeten ervan door-
drongen raken dat de gereformeerde religie, die in de Heidelbergse catechismus is samengevat, geheel volgens de bijbel is. Dat is de waarborg voor de waarheid van de leer. De predikant legt uit hoe deze schriftplaatsen de antwoorden rechtvaardigen. De volgende stap van het schriftbewijs is een aantal bijbelplaatsen paraat hebben om daarmee de tegenwerpingen van andersdenkenden te kunnen weerleggen, in Amsterdam kwamen de predikanten daar niet aan toe. Als alles gelukt was hadden de kinderen heel wat geleerd. Op de eerste plaats de kennis die voor de geloofsbeleving noodzakelijk is, maar ook allerlei andere vaardigheden waarvan het godsdienstondewijs nu eenmaal gebruikt maakt. De kinderen beschikten over een ruime woordenschat en kenden veel uitdrukkingen en zegswijzen. Vaardigheden als vragen ontleden, goed in aansluiting op een vraag antwoorden en het antwoord met argumenten onderbouwen waren langdurig geoefend. Voor de verstandelijke ontwikkeling zijn dat belangrijke vaardigheden. De betekenis die de kennis uit het catechismusboek had voor het dagelijks leven, is misschien groter dan de eerste indruk doet vermoeden. Het godsdienstonderwijs lijkt een goed middel tegen allerlei vormen van bijgeloof zoals kwakzalverij, beheksingen en de werking die van relikwieƫn en vereerde plaatsen uitgaat. Bij veel eenvoudig en langdurig werk komt het vooral aan op het kunnen verduren en de wil om verder te gaan. De kinderen hadden geleerd het leven als een grootwerktezien. Dit onderwijs met maar drie vakken heeft een grote eenheid. Het lezen is een voorwaarde om bij de catechisatie verder te kunnen komen en ook het schrijven kan gemakkelijk zo'n dienende functie krijgen. De catechese is dan geen min of meer losstaand vak, maar eerder het middelpunt waar het eigenlijk allemaal om begonnen is. De kinderen leren geen vaardigheden voor straks, verzamelen geen ,,handgrepen" voor later, maar zijn al spoedig met de zaken zelf bezig. Niet om eens anderen van dienst te kunnen zijn, maar om nu zelf de dingen beter te gaan zien. Dat zal ook toen zeker een aantal kinderen niet licht gevallen zijn, maar aan de waarde van deze kennis zullen zij niet getwijfeld hebben. Daarvoor maakte het te veel deel uit van het leven. Op dat moment bestaan er geen motivatieproblemen. Het vlees is nog wel zwak, maar geen catechismusboek meerte dik.
399
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's