VU Magazine 1982 - pagina 247
banen een aantal uren naar beneden. Dat schept meer gelijkheid tussen werkers binnen een bedrijf of instelling. De één kan niet, op grond van langere werktijden, meer rechten opeisen dan de ander die korter werkt".
Mevrouw Euverman: „Ik denk dat als we gaan strijden voor het openstellen van dit werk voor mannen, ineens veel van die slechte arbeidsvoorwaarden zullen verdwijnen. Dat zou dan een zoveelste illustratie van de lagere waardering van vrouwenarbeid zijn." Een mevrouw uit de zaal heeft nog een schrijnend voorbeeld. Haar is opgevallen dat in kerkeraden het een en ander verandert. „Vroeger waren dat eigenlijk allemaal mannen. Nu heb je een tendens dat er veel meer vrouwen in de kerkeraad komen. Nu wordt het ineens ondergewaardeerd. Nou is dat werk ineens niet zo interessant." Ze heeft onlangs een meisje gesproken dat in de A-verpleging zat. Dat was al twee jaar bezig en had dus een behoorlijke vooropleiding. Toen bleek ineens dat ze niet technisch genoeg meer was. Haar werd toen werk als ziekenverzorgster aangeboden." Ze vindt dat veel vies werk in onze samenleving door vrouwen en gastarbeiders wordt gedaan. „En wij zitten hier toch wel als een selektie van vrouwen waar weinig arbeidersmensen tussen zitten. Datwiliktoch wel even zeggen."
Wat de kinderopvang van werkende vrouwen en mannen betreft, bepleit mevrouw Euverman dat er juist voor de kinderen tot vier jaar meer opvangvoorzieningen komen. ,,We vinden het toch ook vanzelfsprekend en zelfs goed dat we onze kinderen na die leeftijd naar de kleuter- en de basisschool moeten sturen!" Wie moet er het eerst ontslagen worden in een tijd van ekonomische krisis? De man of de vrouw? „We moeten af van die vraagstelling" vindt mevrouw Euverman, „we moeten van een heel ander beginsel uitgaan dan we nu gewend zijn. We zijn gewend om te denken in termen van man, vrouw en gemiddeld 1,7 kinderen. Maar als je uitgaat van zelfstandige mensen, zelfstandige mannen en vrouwen, die recht hebben op arbeid, ongeacht of ze samenleven met anderen en met hoevéél. Je verlegt dan de vraag van wie er het eerst uit moet — bij voorbeeld de gehuwde
Harde maatregelen Heel wat misstanden zijn nu de revue gepasseerd, maar waar schuilt de oplossing? Mevrouw Maij-Weggen doet een poging:,.Sommige vrouwen zien het als vooral een kwestie van mentaliteitsverandering. Ook op de kursus vernam ik dat geluid. Ik denk dat het toch ook een heel stuk scheelt als je allerlei werksoorten beter verdeelt tussen mannen en vrouwen en zo een beter evenwicht verkrijgt. Zo zal de apartheid in mannen- en vrouvyenberoepen en ook het verschil in waardering wat vervlakken. Als je evenveel vrouwelijke als mannelijke bakkers hebt, komt men niet zo snel meer op de gedachte dat het een typisch mannen- of vrouwenberoep is, of dat het meer of minder betaald moet worden. Dit zal de mentaliteitsverandering bevorderen in plaats van dat er een mentaliteitsverandering nodig is. Betere verdeling leidt tot een betere waardering." Speelman wil de zaak omdraaien: ,,Het is niet zo dat vrouwenberoepen ondergewaardeerd worden maar dat vrouwen terecht komen in ondergewaardeerde en slecht betaalde funkties, omdat vrouwen zo'n slechte positie hebben op de arbeidsmarkt. Daarom begin je niet zoveel met te zeggen: het werk zou beter verdeeld moeten worden." Als de vrouwen de vervelende of vieze karweitjes ook niet meer willen, zullen hardere maatregelen genomen moeten worden, bepleit Speelman. „Ik denk dat er voor die onaangename posities een arbeidsplicht moet komen. Anders blijft het een schone wens vrees ik."
Het forum In gesprek met de zaal
ru-verenigingssecretaris P. J . Kruysse, 'n behulpzame man.
Als alle gehuwde vrouwen een voltijdbaan willen, is dat de komende jaren niet te verwerkelijken omdat er eenvoudig niet genoeg werk is. Een praktische oplossing ligt dan echter wél voor de hand: een betere /Verdeling van het werk. Twee zaken zijn dan in diskussie. Ten eerste een algemene werktijdverkorting. De vakbond pleit voor 35 uur, de vrouwenbeweging voor 25 uur per week. Er wordt gemakkelijk gegooid met uren. Ten tweede een pleidooi voor vrijwillige deeltijdarbeid. In Nederland is die laatste mogelijkheid voorlopig zeker niet ongeschikt. Je kunt dan een groot aantal mensen dat nu niet aan de bak komt aan beroepservaring helpen terwijl ze tegelijkertijd meedraaien. Een kollektieve werktijdverkorting lijkt me niet goed te verwerkelijken, zeker niet als de vakbeweging blijft pleiten voor behoud van volledig loon. Dat kan niet. Ik vind wél dat deeltijdarbeid aan strenge voorwaarden moet voldoen: dezelfde arbeidsvoorwaarden, dezelfde sociale voorzieningeii naar verhouding, dezelfde pensioenrechten en dezelfde loopbaankansen als voltijdwerkenden. Mensen mogen niet zomaar ontslagen worden. Deeltijdarbeid mag ook niet stiekem gebruikt worden om de arbeidsmarkt te ontlasten." Hoe dan? „Voor twee voltijdbanen zes halftijdbanen invoeren. Dan heb je wel een of twee banen op stiekeme wijze van de arbeidsmarkt afgehaald. Daar is ook de vakbeweging bang voor. Deeltijdarbeid? Prima om meer vrouwen aan werk te helpen! Maar ook deeltijdarbeid is een klein beetje een luxe-zaak. Want een exclusieve kostwinner kan het zich niet veroorloven. Zeker niet iemand die toch al een minimumloon verdient en dan nog minder gaat verdienen. Wat voor beleid moet je voeren om meer gehuwde Ook een ongehuwde kan het zich niet veroorloven." vrouwen in de gelegenheid te stellen betaalde arbeid Deeltijdarbeid blijft dan ook volgens mevrouw Maijte verrichten, zo luidt de volgende vraag. Moet daar- Weggen een tijdelijke en gedeeltelijke oplossing, al is toe de deeltijdarbeid bevorderd worden? En hoe dan? hij niet slecht. En hoe moet het met de kinderopvang? Moet in tijden Mevrouw De Jong-Gierveld wijst ook nog eens op de van ekonomische krisis een van de echtgenoten een te beschermen rechtspositie van deeltijd werkenden. baan opgeven? ,,Een cluster van vragen waar we ,,0p dit ogenblik levert een halve baan niet de helft toch maar eens even doorheen moeten zien te kau- aan rechten op aan pensioen", weet zij te melden, wen", zo voedt mevrouw Lamme-Hania de diskussie. ,,zéker voor de vrouwen niet. Als nu de man en de Mevrouw Maij: „Is er een goede grond om in een tijd vrouw ieder een halve baan hebben en de vrouw van 500.000 werklozen en 30.000 vakatures te pleiten overlijdt dan is de man op dat ogenblik gedwongen voor meer banev voor gehuwde vrouwen? weer voltijds te gaan werken want het overlijden van
zijn vrouw bezorgt hem geen aanspraken op pensioen. Hoewel hij dan ook de lasten van de kinderen alleen op z'n nek krijgt, mag hij toch niet geldelijk enig voordeel overhouden aan het werk door zijn vrouw verricht. Andersom is het net zo en de kans dat het verandert is er al helemaal niet." Evenmin bestaat die kans voor voltijdwerkende vrouwen, aldus mevrouw De Jong-Gierveld. ,.Vrouwen hebben een zeer achtergestelde pensioenregeling. Dat kunnen we op dit ogenblik gewoon niet opbrengen. Maar aan die voorwaarden moet deeltijdarbeid toch minstens voldoen als we het echt willen invoeren."
Twee soorten banen
Uit „Opzij", 1980
Werktijdverkorting of deeltijdarbeid
224
vu-Magazine 11 (1982) 6 Guni)
Mevrouw De Jong-Gierveld neemt het ook op voor de opzichzelfstaanden. De emancipatiekommissie stelde enige tijd geleden voor dat er per leefeenheid, per gezin, twee halve banen beschikbaar zouden zijn. De opzichzelfstaanden worden daarvan het slachtoffer: ,,Zij zijn dan de uitzonderingen in onze samenleving. Zij moeten langer werken om hun naar verhouding hogere kosten van levensonderhoud op een of andere wijze op te brengen. Zij zijn dan de enigen in onze samenleving die voltijds moeten werken. Aan dfe deeltijdarbeid zitten echt niet alleen positieve, maar evengoed negatieve kanten." Nog niet genoemd is de gebrekkige overwerkregeling voor deeltijdwerkers. Mevrouw De Jong-Gierveld heeft zelf een deeltijdbaan en draait vaak meer dan 50 uur per week.,,Onbetaald extra werk" deelt ze mee, ,,en dat is in tal van bedrijven zo". ..Er ontstaan tóch weer twee soorten banen" voorspelt mevrouw Euverman, ,,de vol- en de deeltijdbanen. En als je kijkt naar wie wat doet, zie je dat driekwart van de deeltijdbanen door vrouwen wordt bezet. In de volle banen is het ongeveer omgekeerd — en dat zijn veelal ook de beter betaalde banen. Het bevorderen van deeltijdarbeid heeft gevolgen voor ; de waardering van vrouwen- en mannenarbeid. En ik ; denk dat die gevolgen negatief zijn" aldus mevrouw ; Euverman. Die negatieve gevolgen zou je kunnen vermijden met i werktijdverkorting. „Want dan gaan alle betaalde VU-Magazine11 (1982)6üuni)
werkende vrouw die wellicht een nog werkende man heeft — naar de vraag hoeveel en wat voor werk er is. We moeten dan andere normen verzinnen om de werkgelegenheid te verdelen. Je bent dan af van de vraag: eerst de mannen of eerst de vrouwen?"
Een schijnbaar neutraal verhaal Ook mevrouw Maij-Weggen gaat in op de ekonomische krisis. De geschiedenis heeft haar leerzame lessen bijgebracht: ,,Het is altijd nuttig om te zien hoe het in vorige ekonomische krises is gegaan. Eén ding staat als een paal boven water. Elke keer als een moeilijke ekonomische tijd aanbrak, werd de vrou225
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's