VU Magazine 1982 - pagina 401
Prof. Van Aalderen uit zware kritiek bij afscheid:
„Ik wil niet meer meewerken aan medicalisering van de samenleving!" Veel maatschappelijk onbehagen komtten onrechte in medische kanalen terecht. En dan ontneemt de geneeskunde de mens ook nog eens de mogelijkheid om zélf een antwoord te geven op het eigen ziek zijn, door een te eenzijdige, medisch-technische benadering. Dit is de strekking van het verhaal datachteneenhalf jaar terug klonk uit de mond van prof. dr. H. J. van Aalderen, bij diens ambtsaanvaarding als hoogleraar, verbonden aan het Huisartseninstituut van de VU. Prof. Van Aalderen stond op dat moment echter optimistisch handenwrijvend klaar om In die situatie verandering te brengen. In zijn visie kon dat. Gisteren, 28 oktober, hield een teleurgestelde Van Aalderen zijn afscheidscollege. ,,Door mijn ervaringen gedurende de laatste jaren ben ik toenemend in nood geraakt", zei hij onder meer.,,Steeds klemmender werd voor mij de vraag wie ik nu eigenlijk hielp met mijn arbeid: de zieke mens of de medische macht?" Wat ging er mis? In de aanvang van zijn loopbaan als huisarts was het Van Aalderen meer en meer gaan opvallen, dat de traditionele medische zorg geen of geen juist antwoord wist op de vraag naar de werkelijke achtergronden van, op 't oog, medische klachten. Hij raakte ervan doordrongen dat lichamelijke problemen ook psychische en maatschappelijke achtergronden hebben. Voor hem was het aanleiding zich te werpen op de psychologie en om via training en psychotherapeutische scholing iets toe te voegen aan zijn medisch-technische arsenaal. Het viel hem al wel op, dat veel patiënten niet erg gecharmeerd waren van deze,,andere aanpak". Men kreeg soms het gevoel dat er, zo niet aan zichzelf, dan toch zeker aan de dokter een steekje loszat. Niettemin schoot eind zestiger jaren de gedachte wortel, dat de huisarts met medische deskundigheid alléén niet ver komt en dat samenwerking van huisarts en deskundigen uit andere ,,disciplines" geboden was. Gemeenschappelijk zouden de verschillende soorten hulpverleners beter in staat zijn om de patiënt de juiste hulp te bieden. Hoe simpel dit uitgangspunt ook leek, in de praktijk bleek het nauwelijks realiseerbaar.
vu-Magazine 11(1982) 11 november 1982
De benadering van de huisarts was toch dermate op het lichamelijke van de klachten gericht, dat andere oorzaken ervan pas aan bod kwamen, nadat de medische kant was ,,veilig gesteld".. Achtergrond van dit falen was het gegeven dat, naar de opvatting van prof. Van Aalderen, de opleiding tot huisarts ernstige leemten vertoonde. Hij zag het dan ook als een opgelegde kans, toen hem werd gevraagd een nieuwe beroepsopleiding tot huisarts gestalte te geven en een vinger in de pap te steken van de medische opleiding als geheel. Tot zover niets aan de hand. Met die opleiding werden goede vorderingen gemaakt, zegt Van Aalderen in zijn afscheidscollege. Op theoretisch en onderwijskundig gebied is men een stuk wijzer en men is inmiddels in staat de methodische uitgangspunten van de arts heider te formuleren.
Aan zichzelf Óf aan de dokter een steekje los...
Maar de uiteindelijke resultaten van de opleiding blijven toch teleurstellen. Hoe komt dat? Prof. Van Aalderen geeft daarvoor twee redenen die hij bij zijn afscheid nader uitwerkte. In de eerste plaats blijft de huisartsgeneeskunde ,,een vreemde eend in de bijt van de medisctie opleiding" en zijn pogingen om, via gesprekken, daarin verandering te brengen zonder resultaat gebleven. In de tweede plaats blijkt dat huisartsen die de beroepsopleiding volgden, in de praktijk tegen wil en dank spoedig vervallen in de traditionele, op het lichamelijke gerichte ,,witte-jassenaanpal<". Om met het laatste te beginnen: het is gebleken dat dit,, vervallen in de oude zonde "zowel aan de patiënten als aan de huisarts ligt. De clientèle van de arts komt in opstand wanneer zo'n nieuwlichter het traditionele beeld doorbreekt. Bij veel patiënten zit dit beeld van de medicijnman die kan toveren zo vastgeroest, dat zij het normaal vinden dat hun lichamelijk ziek zijn geïsoleerd van hun overige bestaan wordt behandeld. Zij beschouwen het dan als onontkoombaar, dat zij zich in volstrekte afhankelijkheid aan de dokter onderwerpen.
363
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's