VU Magazine 1982 - pagina 458
•e
1. Divine Light Mission: volgens schattingen nog hooguit 150 aanhangers, waarvan slechts 15 levend in,,communaal verband". 2. Hare Krishna: een groepje van 15 a 25 mensen, met nog enkele tientallen sympathisanten daaromheen. 3. Transcendente Meditatie: circa 240 leraren, waarvan enkele nog in opleiding. Centraal bij TM staat een vrij simpele meditatietechniek, die weliswaar door 50.000 mensen is geleerd, maar bijna steeds zonder enige andere relatie met de TM-organisaties. Bovendien past nog maar een deel van deze groep de techniek daadwerkelijk toe. 4. Bhagwan-beweging: Schnabel meent dat deze beweging over het hoogtepunt is en schat het aantal ,,sannyassins" in ons land op 2.000. 5. Ananda Marga: nog hoogstens enkele tientallen aanhangers. 6. Verenigingskerl<: de ,,Moonbeweging" telt in ons land nog hooguit 80 leden, waarvan een minderheid ,,communaal" leeft. 7. Sc/enfo/ogy; ongeveer 80 vrijwillige „stafleden" en 1.500 a 2.000 cursisten. 8. Children of God: op enkele nog aktieve individuele leden na bestaat deze beweging in Nederland niet meer. 9. Christelijke bewegingen: Youth for Christ — 100 medewerkers, 1.500 a 2.000 vrijwilligers en tussen de 10.000 en 15.000 belangstellenden en betrokkenen; Campus Crusade for Christ—50 medewerkers, 1.000 vrijwilligers en 10.000 a 20.000 belangstellenden; Navigators — 30 medewerkers, 2.000 direct betrokkenen en 7.000 belangstellenden.
Vergelijking Het is misschien een beetje onverwacht dat juist de christelijke bewegingen de grootste aanhang hebben, schrijft Schnabel. Want behalve Youth for Christ zijn de meeste van deze bewegingen nogal onbekend, ,,en in opspraak komen ze eigenlijk alleen wanneer ze zich weer eens iets ongelukkigs over homoseksualiteit laten ontvallen". Onverwacht is misschien ook dat deze, ook wel als „evangelisatie-bewegingen" aangeduide groepen hun aanhang voornamelijk zoeken en vinden onder minderjarige adolescenten, terwijl dat voor de nietchristelijke bewegingen veel minder geldt. Daar ligt de gemiddelde leeftijd eerder tussen de 25 en 35 jaar. Nog onverwachter is wellicht dat juist de kernen van de bewegingen die als ,.gevaarlijk" te boek staan (Moon, Hare Krishna, Scientology, Children of God, Divine Light Mission) totaal uit minder dan 300 mensen bestaan, met daaromheen hooguit 600 sterk betrokkenen. Nog geen 1.000 mensen dus. In zijn proefschrift vergelijkt Schnabel dat aantal met de bijna 50.000 katholieken (dat is 1 %) die, nog in 1967, in orden en congregaties hun leven geheel aan God wijdden. Schnabel: ,,lk wil dat niet op één lijn zetten met de aanhang van de nieuwe religieuze bewegingen, maar het istoch zinvol dit soort verschillen in omvang wel steeds in de gaten te houden." Zijn conclusie naar aanleiding van de aantallen is ontnuchterend: ,,De aantrekkingskracht van de nieuwe religieuze bewegingen als zodanig is gering, al is er bij belangrijke groepen wel sprake van sympathie voor zaken als yoga en meditatie. Een sympathie overigens, die ook bij oudere respondenten wordt aangetroffen, zij het minder uitgesproken."
Rechts: Feestende leden van de Bhagwanbeweging (ANEFO)
De gevaren: tussen hersenspoeling en deprogrammeren De omvang van het ,,sektendom" mag dan gering zijn, maar hoe zit het met de risico's? Want als er werkelijk gevaar dreigt is zelfs een handjevol volgelingen teveel. En er worden nogal wat gevaren genoemd in verband met nieuwe religieuze bewegingen. Centraat in wat Schnabel noemt,,het mijnenveld van de gevaren" staat de misleiding:,,sekten" maken bij het recruteren gebruik van valse voorwendsels, ze manipuleren en infiltreren, gebruiken religie als dekmantel voor meer aardse zaken en deinzen niet terug voor afpersing en uitbuiting, voor misdaad en bedrog. Veel genoemd worden ook de technieken (hersenspoeling) gebruikt om de wil van argeloze slachtoffers te breken, de isolering en vervreemding van ouders en vrienden, erop gericht om de onderwerping aan de leider volledig te maken, de afpersing en uitbuiting, intimidatie en geweld, met als gevolg de lichamelijke en geestelijke achteruitgang van het individu. Daarnaast is er het risico dat ligt in het opgeven van het priveleven en een toekomst. Wat is er waar? Als er zoveel ophef wordt gemaakt over de vraag of
416
sekteleden nu gek zijn of gemaakt worden, dan zou je mogen verwachten dat er een behoorlijk inzicht is in de aard, de oorzaak en het verloop van de psych ische schade, meent Schnabel. Maar die is er niet. En ook de onderzoeken die dat inzicht zouden moeten leveren zijn nogal schaars. Na een analyse van een tiental binnen- en buitenlandse studies van wisselende kwaliteit, concludeert Schnabel dat het als hoogst onwaarschijnlijk moet worden beschouwd dat iemand — buiten zijn wil om, als door hypnose — zich tot een sekte bekeert. Dit betekent dat — in tegenstelling tot wat sekten bestrijders beweren — het toetreden tot een dergelijke beweging veel waarschijnlijker een eindpunt is van een proces, dan een absoluut beginpunt. Op één uitzondering na zijn de onderzoeksresultaten op dat punt gelijkluidend. Op diezelfde uitzondering na blijkt uit geen van de onderzoekingen dat er bijzondere afwijkingen zouden zijn in hetgedrag van sekteleden, die kunnen wijzen op psychische schade. Wat wel uit alle onderzoeken blijkt is, dat mensen die zich tot dergelijke bewegingen voelen aangetrokken ,,vaak ongelukkig, ongeborgen en ongebonden zijn,
Dr. Paul Schnabel
vu-Magazine 11 (1982) 12 december 1982
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's