VU Magazine 1982 - pagina 170
Voedseluitreiking aan vluchtelingen in Kampuchea
voorrang moet richten op de lotsverbetering van de armsten? De belangrijkste les lijkt te zijn dat in iedere noodsituatie opnieuw van alles geïmproviseerd wordt, terwijl een aantal elementaire structuurgegevens telkens terugkomt. Leiders van hulpoperaties benadrukken het belang van een zorgvuldige bestudering van het verloop van de acties, de problemen die zich voordeden en de oplossingen die ervoor gezocht werden. Niet alleen zou het voor de leiding en organisatie van toekomstige operaties van groot nut zijn indien er een wetenschappelijke — althans niet voor publiciteitsdoeleinden opgestelde — beschrijving en analyse werden gemaakt; ook als trainings- en voorlichtingsmateriaal voor het personeel dat in hulpacties ingezet zal moeten worden kunnen dergelijke evaluatieve studies een belangrijke bron zijn. Het goed voorbereid zijn aan donorszijde op noodsituaties en hulpverlening is een factor van grote betekenis voor de hulpoperaties. Kennis van de locale situatie (fysisch, politiek, cultureel) is onmisbaar voor adequate actie, evenals ervaring en inzicht in de grote logistieke problemen van grotere hulpprogramma's. Dat betekent enerzijds dat het zinvol is om te anticiperen op voorzienbare probleemsituaties: voorraden, personeelstraining, het onderhouden van goede contacten in potentiële rampgebieden, zo nodig de aanwezigheid van een klein bureau van een hulpverlenende organisatie. Anderzijds vraagt het om overleg — zo mogelijk zelfs
156
coördinatie — van de grotere hulporganisaties in de donorlanden, om het aanbod en de behoefte aan hulpverlening zo goed en efficiënt mogelijk op elkaar af te kunnen stemmen. Een belangrijk punt van voorbereiding kan ook zijn het uitwerken en formuleren van goede instructies voor de buitenlandse dienst, opdat de diplomatie alert kan reageren op humanitaire noodsituaties en adequaat weet te handelen tijdens hulpoperaties. In het geval van Thailand was er de Zweedse ambassade die alarm sloeg toen Thaise militairen duizenden uitgeputte vluchtelingen letterlijk de dood injoegen, maar het behoort niet al te zeer afhankelijk te zijn van de persoonlijke interesse en moed van toevallig aanwezige diplorriaten of een evidente noodsituatie ai dan niet wordt opgemerkt en te bestemder plekke gerapporteerd. Ongeveer hetzelfde kan gezegd worden van de opstelling van de ambassades gedurende de hulpoperaties. Terzijde zij aangetekend dat de huidige Nederlandse ambassadestaf een goede reputatie genoot bij de leidende functionarissen van de Joint Operation in Thailand. Desalniettemin is het, ondanks veel goede wil, dikwijls nauwelijks mogelijk voor een kleine ambassadestaf om als extra taak gedurende langere tijd de ingewikkelde organisatorische en politieke problemen rond grote hulpoperaties op de voet te volgen. De ambassade van één der EG-lidstaten had hiervoor gedurende enige tijd een speciale functionaris. Wellicht verdient het overweging om
een dergelijke taak op de één of andere wijze in EG-verband te doen vervullen, zeker waar de Europese Gemeenschap een belangrijke rol speelt bij de hulpverlening (voedselhulp) én op het politieke vlak. De klaarblijkelijke wens van de EG om samen met een aantal Z.O.-Aziatische landen (ASEAN) steun te geven aan het Thaise beleid om de Vietnamees-Russische invloessfeer in te dammen, is op zichzelf niet onbegrijpelijk. Dat men dat wil doen in samenwerking met China en via steunverleningaan Pol Potwordtal wat moeilijker verteerbaar. Maar dat daarbij ten slotte de zorg voor vluchtelingen ondergeschikt moet worden gemaakt aan politieke gelegenheidscoalities van dit kaliber, is toch wel erg bitter. Het gebruik van voedselhulp om daarmee, via het Thaise leger, de guerillastrijders van Pol Pot op krachten te laten komen voor een nieuwe slag om de macht in Kampuchea is in feite misbruik van de positie van vluchtelingen; angst voor Russische invloedssferen of wat dan ook maar kan daarvoor niet als geldend excuus dienen. In ieder geval moet onderkend worden dat de politieke en diplomatieke aspecten van situaties waarin noodhulp gegeven moet worden, van grote invloed zijn op de noodhulp-operaties. De Secretaris-Generaal van de VN trok daaruit de juiste conclusie toen hij een ervaren en algemeen gerespecteerd diplomaat benoemde als zijn persoonlijke vertegenwoordiger om de hulpoperaties te helpen mogelijk te maken en te begeleiden. Ten slotte. Noodsituaties behoren tot het vaste patroon van de eigentijdse geschiedenis; het ziet er naar uit dat dit in de komende jaren eerder meer dan minder het geval zal worden. Of noodhulp ontwikkelingssamenwerking is of niet lijkt een wat academische kwestie te zijn, maar wel zijn het, door allerlei oorzaken, vooral de ontwikkelingslanden die door noodsituaties getroffen worden, en in die landen doorgaans de armere l>evolkingsgroepen. Een eerste punt van aandacht bij een systematische aanpak van de problematiek moet zijn dat de hulpverlening losgemaakt wordt van de golfslag van de publieke opinie. Behoefte aan noodhulp loopt niet parallel aan de emoties van de donors. Een tiehoorlijk beleid van humanitaire hulp dat de nood van de getroffenen serieus neemt, dient niet gebaseerd te zijn op het bevredigen van de politieke smaakmakers der publieke opinie, maar op weloverwogen uitgangspunten, aangepaste actiemodellen en een zorgvuldige organisatie.
VU-Magazine11 (1982)4(april)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
VU-Magazine | 484 Pagina's