Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1982 - pagina 415

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1982 - pagina 415

8 minuten leestijd

: Calvinist ; Dunant werd in 1828 geboren als telg van een rijke • calvinistische familie in Geneve. Hij wordt al vroeg '. beïnvloed door de predikanten van het „Reveil". • Zoals vele jongeren in zijn milieu wordt hij, 18 jaar : oud,lidvan„LaSociétédesAumónes".,,DeCa/wn/s: tische jeugd die overdag in banken of familiebedrij: ven viferktwaarze tot keiharde financiers wordt opge; leid, bezoekt 's avonds en 's zondags de armenwij• ken, klimt naar vuile zolders en daalt af in vieze • krochten. Geven wakkert immers het zelfvertrouwen ' aan. '(Vandekerckhove). : Dunant wil echter meer dan geven. Hij wil de liefda: digheid organiseren, interkerkelijk en internationaal : maken. In Geneve start hij een afdeling van de enkele : jaren eerder in Londen begonnen YMCA, die al snel ; toonaangevend in deze beweging wordt. Dunant is • ook de grote ijveraar voor het eerste internationale ' congres van al deze Unions in 1855 in Parijs. YMCA '. en Rode Kruis dragen het stempel van dezelfde : persoonlijkheid, zal later worden geschreven. ; Diepe indruk maakt op Dunant het boek ,,De hut van ] oom Tom" van mevr. Beecher-Stowe. Als de Ameri; Kaanse vrouw een jaar na het verschijnen van haar • boek in 1853 Geneve bezoekt, wil de jonge Dunant "- met haar praten. Langer dan een half uurtje duurt het " gesprek niet, maar sindsdien is Dunant een fervent I bestrijder van de slavernij. Hij zal daar nog in een : boekje getuigenis van afleggen. : In datzelfde jaar zorgt z'n vader er voor dat de dan 25; jarige jongeman stagiaire wordt bij de befaamde l bankiers Lullin en Sautter, die hem na korte tijd een ] post geven als boekhouder van de ,,Compagnie ge' nevoise des Colonies de Sétif de Algerije". Daar l struikelt hij al snel over het misbruik dat daar gemaakt '. wordt van inheemse arbeiders. Nota op nota gaat ;: daarover naar Geneve. Het haalt niets uit. : In 1855 neemt Dunant ontslag. Samen met Heinrich : Nick, een uit Wurtemberg afkomstige generatiege; noot, die hij in de ,,Union Chetienne des Jeunes '; Gens ' had leren kennen, begint hij een eigen han• delsonderneming in Algerije. Zaken doen en filantro• pie zijn bij hem naar Geneefs-calvinistische stijl ver'. weven. Bij Dunant is het sociale motief sterk. Aan '. ieder die het horen wil, verkondigt hij een sociale ; revolutie te willen doorvoeren in zijn bedrijven. Als hij : vaste voet in de koloniën verworven heeft. Uit de ; beschrijvingen krijgt men de indruk meer te maken te l hebben met iemand die een soort ontwikkelingspro; ject wil opzetten dan met een zakenman. Met zijn '• eerste zakelijke successen in de Franse kolonie ver" werft de jonge Dunant snel aanzien en vertrouwen in ' Zwitserland. : Was het goed blijven gaan, dan was Dunant mis: schien thans een volstrekt vergeten figuur geweest. : Juist het feit echter dat hij na enkele jaren in de ; problemen dreigde te raken, deed Dunant verzeild l raken in een situatie, die regelrecht gevoerd heeft tot ' de oprichting van het internationale Rode Kruis.

: Solferino : : : ; l • ' '

In 1862 wordt in Geneve een boekje gedrukt in een bescheiden oplage van slechts 1.600 exemplaren, waarvan de volgende drukken en vertalingen afgrijzen, verbijstering en geestelijke paniek veroorzaken bij de maatschappelijke bovenlaag in heel Europa: ,,Un souvenir de Solferino". Het is een realistische reportage van Henri Dunant van de veldslag, die enkele jaren eerder, in 1859 geleverd is tussen Fran376

se en Oostenrijkse troepen bij het Noord-italiaanse : plaatsje Solferino in de buurt van het Garda-meer. De ; ontsteltenis die het boekje veroorzaakt, is een aanwij- ; zing dat bij het publiek slechts een vage notie be- ; stond hoe het in werkelijkheid toeging op slagvelden. Het blijkt gewoon één grote smerige moordpartij, wat zich dan afspeelt. Enorme mensenmenigten stortten zich op elkaar met het doel elkaar af te maken. Dunant: ,,De lijken liggen bij hopen op de heuvels en in de valleien. Zowat overal gaan de soldaten elkaar brullend in man tot mangevechten te lijf. Vriend en vijand lopen elkaar onder de voet. !\Aen ziet ze boven op de verhakkelde lijken elkaar de schedel met kolfslagen verbrijzelen of elkaar doorboren met sabel- of bajonetsteken. De slachting is als het ware een gevecht tussen wilde bloeddorstige dieren. Zelfs de gekwetsten vechten, en zij die hun wapens verloren grijpen de tegenstander bij de keel in een barbaars gevecht met de blote hand. Deze meedogenloze gevechten worden nog beestachtiger door het optreden van de cavalerie die het slagveld opdraaft. De paarden vertrappen onder hun hoeven stervenden en doden. Als een wanhopige bede stijgen uit dit inferno het gebries van paarden, het gehuil van vechtenden en het gekerm van gekwetsten op. De ruiterij wordt op de voet gevolgd door de artillerie die zich met geweld, in een dodelijke galop, een weg door gekwetsten en doden heen baant. De hele vlakte is met verhakkelde lijken bezaaid, de grond letterlijk met bloed doordrenkt." (...) De waanzin bereikt zijn hoogtepunt: als de munitie verschoten is of de wapens onbruikbaar geworden zijn gaat men elkaar met stenen te lijf. De Kroaten uit het Oostenrijkse leger vermoorden alles wat hen onder de handen valt. Weerloze gewonden worden genadeloos met kolfslagen afgemaakt. Ook de Algerijnse tirailleurs uit het Franse leger werpen zich onder woest gebrul op de gekwetste Oostenrijkers en maken hen af, niettegenstaande de vertwijfelde pogingen van hun officieren die vruchteloos proberen deze razernij in te dijken. (...) Paarden, die verhakkelde lijken van hun berijders achter zich aanslepend, hollen schichtig over het slagveld. Menselijker dan de mensen, ontwijken zij in grote bochten de gekwetsten en gesneuvelden."

Verveling Er gaan enkele jaren voorbij voordat Dunant op papier zet wat hij in Solferino heeft beleefd. Eerder vertelt hij in Parijs en Geneve zijn omgeving over zijn ervaringen, maar al gauw begint daar enige verveling op te treden wanneer Dunant voor de zoveelste keer begint uit te pakken over de verschrikkingen van het slagveld. Zijn huisgenoten moeten een hypernerveuze man verdragen, die bij de minste tegenwerping begint te beven en in woede uitbarst. Dan huurt Dunant een paar kamers aan de Rue de St. Pierre in Geneve om zich terug te trekken. Daar schrijft hij bij stukken en brokken zijn,,Souvenir". Hij maakt er meer van dan een ooggetuigeverslag. Nauwkeurig gaat hij na wat er nu precies is gebeurd in Solferino. Aanvullende gegevens haalt hij bij enkele officieren en een legerarts, 't Moet een zo objectief mogelijke beschrijving worden van de werkelijkheid, zonder feitelijke onnauwkeurigheden.

vu-Magazine 11 (1982)11

Castiglione

Diepe granaattrechters geven het slagveld het uitzichtvan een maanlandschap, even doods, even stil, Van de gevechten heeft Dunant zelf niets gezien. De maar niet zo verlaten. Want de duizenden lijken en taferelen, die hij daarvan schetst zijn reportages uit krengen zijn de prooi geworden van enorme vliegende tweede hand. Terwijl de slag nog woedt, laat hij zwermen, benden ratten en horden zwervende katzijn huurrijtuig stoppen bij de bocht waar de weg uit ten en honden. Brescia ombuigt naar Solferino en Cavriana, ontsteld in de dorpjes blijven de huizen slechts wankei overover wat hij ziet in het dorpje Castiglione. Vande- eind. Gapende kogel- en bommengaten staren als kerckhove: uitgedoofde ogen wezenloos over de dodenvlakte. ,,Dit kleine mooie dorpje, dat toen vijfduizend drie- Na meer dan twintig uur beschutting te hebben honderd inwoners telde, puilde uit van de gewonden: gezocht in hun kelders, komen de bewoners, vernegenduizend liggen erin de kerken, in de patriciërs- dwaasd van de doorstane angst, aarzelend te voorhuizen, in het prachtige zusterklooster, op de pleinen schijn. Verbijsterd kijken ze neer op de onbeschrijfeen de straten. Het bloed stroomt over de voetpaden, lijke warboel van geweren, patroontassen, helmen, overal klinkt gekreun, gesmeek om hulp. Maar er zijn ketels, gescheurde uniformen, lijken en krengen die slechts twee geneesheren terwijl ossewagens en kriskas doorheen hun tuinen en rond hun huizen muilezels steeds meer nieuwe gekwetsten aanbren- liggen. gen. " Temidden van die algemene ontreddering zijn de Daar in dat plaatsje, gaat een verbijsterende Dunant achtergebleven gekwetsten er erg aan toe. Doodsogenblikkelijk aan de slag om de hulpverlening te bleek en met een stompzinnige uitdrukking op hun organiseren. Wel op eigen waarneming berust de vertrokken gezicht, liggen zij van pijn verwrongen beschrijving van het gevechtsterrein de dagen na de neer waar zij neergeschoten, neergesabeld of neerslag. gestoken werden. Met nietsziende en niet begrijpen„Als door de bliksem geveld liggen ordeloos door de blikken staren zij hun helpers aan. Sommigen elkaar lijken, paardenkrengen en verhakkeld oor- schijnen gelaten of afgestompt hun lijden te dragen, logsmaterieel. Versteend in de dood liggen vriend en anderen zijn onrustig en beven koortsig over al hun vijand naast, op en over elkaar, als in een laatste, ledematen. Het zien van hun wonden, waarin de verstarde aanklacht tegen het zinloze geweld van ontsteking broeit, maakt weer anderen als waanzindeze broedermoord. Wegen zijn er door versperd, nig. Huilend smeken zij om afgemaakt te worden. grachten er mee gevuld. Op de groene flanken van de Na hun verwonding werden velen door paardehoeheuvels lichten de kleurige uniformen van de ge- ven of zware artillerietukken verpletterd; zij liggen nu sneuvelden schril op. Koren- en maïsvelden zijn als met gapende wonden waaruit beendersplinters akedooreen reusachtige pietwals platgereden. Openge- lig wit oprijzen en waarin aarde, bloed en stukjes reten hagen en afgeknakte bomen heffen hun knoki- kleren samenkoeken." ge armen ten hemel, ais in een laat gebed om erbar- Voor wie schrijft Dunant dat allemaal op? men. vu-Magazine 11 {1982) 11 november 1982

377

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1982 - pagina 415

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

VU-Magazine | 484 Pagina's